Vollegrond

Nieuws

Herstart onderhandelingen CAO Open Teelten

Werkgeversorganisaties en de vakbonden gaan weer bij elkaar zitten om de onderhandelingen voor de CAO Open Teelten weer vlot te trekken. Er was een pauze vanaf 26 juni. De laatste CAO Open Teelten liep officieel tot 1 april 2017 en is nog eenmaal verlengd tot 31 juli 2017.

Het opschorten van de onderhandelingen in juni was het gevolg van onenigheid tussen de onderhandelingspartners over diverse onderwerpen, schetst beleidsadviseur Jules Sanders van LTO-Noord. Het gaat dan onder andere over de hoogte van het loon, de arbeidstijden voor vast personeel en regelingen voor seizoensarbeid.

Looneisen

Werkgevers hebben voor vast personeel een loonsverhoging geboden van 5% over een periode van 33 maanden. De bonden vinden dit onvoldoende. De centrale looneis van de bonden voor 2018 ligt op 3,5% per jaar.

De werktijdenregeling voor vast personeel, nu nog verpakt in vier aparte regelingen, moet volgens de werkgevers worden herzien om beter te kunnen aansluiten op het dagelijkse (veelal seizoensgebonden) arbeidspatroon op de bedrijven. Een van die huidige regelingen is het jaarurenmodel, waarin is opgenomen dat de werknemer bij toepassing recht heeft op een extra loontrede. In plaats daarvan ligt er een voorstel voor twee nieuwe regelingen, met een basisregeling en een nieuw jaarurenmodel zonder de nu nog bestaande loontrede-eis. De bonden willen daarin in principe mee, aldus Sanders, maar met de eis die loontrede te vervangen door een loontoeslag van 1,5 procent. De werkgevers zijn het daarmee niet eens, omdat in het nieuwe jaarurenmodel een aantal verbeteringen voor de arbeidsvoorwaarden is doorgevoerd. Die wegen op tegen de toeslageis van de bonden.

Seizoenarbeid: 26 weken in 9 maanden

Een ander discussiepunt betreft de Regeling Seizoensarbeid (RSA). Werkgevers willen naar een verlenging van de toepassing van de regeling naar maximaal 26 weken in 9 maanden. Deze uitbreiding sluit beter aan op de dagelijkse arbeidspraktijk en op de wensen van het overgrote deel van het seizoenpersoneel. De bonden zijn daarin terughoudend, omdat dit volgens hen de aanname van personeel in een vast dienstverband zou belemmeren.

Verder bestaat er onenigheid over regelingen rond de huisvesting van seizoenspersoneel. De normen waaraan de door de werkgever aangeboden huisvesting moet voldoen, moeten in de cao vermeld worden. Ook moet de huisvesting gecertificeerd worden door een daartoe geaccrediteerde instelling. De werkgevers en de bonden verschillen over de normering. Daarnaast willen de bonden hierbij de inbreng van de Stichting Normering Flexwonen (SNF).

Een van de eisen van SNF is dat de werkgever door middel van een accountantsverklaring aantoont te voldoen aan de eisen voor goed werkgeverschap. Werkgevers hebben bezwaar tegen deze benadering, aldus Sanders, omdat het onderwerp goed werkgeverschap thuis hoort op de cao-tafel, en dus los staat van aspecten rond huisvesting. Bovendien hangt aan de SNF-certificering een hoog prijskaartje.

Einde verkorte werkonderbrekingsduur

Met het einde van de oude CAO per 31 juli is ook de generieke onderbrekingsregeling voor seizoenswerkers in de agrarische sector vervallen. Deze is sindsdien alleen nog van kracht voor personeel dat werkt bij leden van LTO en gelieerde organisaties. De regeling houdt in dat agrarische medewerkers die jaarlijks maximaal 9 maanden aan het werk zijn, een werkonderbreking van 3 maanden mogen aanhouden. De wettelijke onderbrekingsduur volgens de Wet Werk en Zekerheid is 6 maanden.

Of registreer je om te kunnen reageren.