Home

Nieuws 4 reacties

Landbouwbeleid moet insectensterfte terugdringen

Landbouwminister Schouten wil meer ruimte bieden aan projecten die de insectenstand ten goede komen.

Het valt niet te ontkennen: de insectenstand kent een drastische teruggang. En het is een logische verklaring dat de landbouw daar een belangrijke rol in speelt.

Minister Carola Schouten draait er niet omheen in haar brief aan de Tweede Kamer waarin ze een groot aantal vragen beantwoordt over de achteruitgang van insectenpopulaties in Nederland. Aanleiding was een rapport van Wageningen Environmental Research (WEnR).

Houtwallen en keverbanken

De onderzoeken die nu bekend zijn over de insectenstand vormen voldoende aanleiding om serieus werk te maken van veranderingen in de landbouw, die de insectenstand ten goede komen. Daarvan zijn op verschillende plekken al mooie voorbeelden, zegt de minister al op de eerste pagina van haar 31 pagina’s tellende brief: de aanleg van houtwallen en zogenoemde keverbanken in een akkerbouwgebied in Noord-Brabant in het kader van het patrijzenproject Partridge.

De minister wil in het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (vanaf 2020) meer ruimte bieden aan projecten en maatregelen die het behoud en uitbreiding van de insectenstand ten goede komen.

Tekst gaat verder onder foto

Ook in Nederland is prake van een teruggang van het aantal insecten. - Foto: ANP
Ook in Nederland is prake van een teruggang van het aantal insecten. - Foto: ANP

Ondanks alle kritiek die losbarstte over de conclusies van een wetenschappelijk onderzoek naar de insectenstand in een aantal Duitse natuurgebieden, is de minister van oordeel dat de uitkomsten van het onderzoek stand houden – al kunnen ze niet 1-op-1 een worden doorgetrokken naar de situatie in Nederland.

Teruggang van het aantal insecten in Nederland

In Nederland is evenwel ook sprake van een teruggang van het aantal insecten. En aangezien die vermindering niet te verklaren is door veranderingen van het leefgebied van de insecten (binnen de natuurgebieden) wordt een logische verklaring gezocht in veranderingen daaromheen – zoals de veranderingen in de landbouwpraktijk en het agrarisch landschap.

Als de milieukwaliteit in Nederland verbetert (minder stikstofneerslag en betere waterkwaliteit) zal dat de insecten ten goede komen. “Hiervan is op dit moment echter geen sprake”, constateert de minister.

Tekst gaat verder onder foto

Minister Schouten is van mening dat de informatie van WEnR aannemelijk maakt dat er een oorzakelijk verband is tussen de achteruitgang van de insecten en 'een complex van factoren waaronder habitatverlies/versnippering en van factoren die meer direct samenhangen met de landbouw'.  - Foto: ANP
Minister Schouten is van mening dat de informatie van WEnR aannemelijk maakt dat er een oorzakelijk verband is tussen de achteruitgang van de insecten en 'een complex van factoren waaronder habitatverlies/versnippering en van factoren die meer direct samenhangen met de landbouw'. - Foto: ANP

Verband met landbouw

Schouten is van mening dat de informatie van WEnR aannemelijk maakt dat er een oorzakelijk verband is tussen de achteruitgang van de insecten en ‘een complex van factoren waaronder habitatverlies/versnippering en van factoren die meer direct samenhangen met de landbouw’.

De minister zegt: “Het is bekend dat de landbouw de afgelopen 3 decennia ingrijpend is veranderd en dat de meeste van die veranderingen negatief uitpakken voor de natuur. Hoewel niet bewezen is dat de ontwikkelingen in de landbouw de daling van het aantal insecten veroorzaakt, is dat wel de meest voor de hand liggende verklaring.”

De minister kijkt samen met provincies en andere organisaties hoe het verlies aan leefgebied voor insecten kan worden tegengegaan. Daar zou het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid voor kunnen worden ingezet. Ze zoekt ook geld om de insectenstand in agrarische gebieden te meten en te volgen.

Laatste reacties

  • Henk Tennekes

    Zou minister Schouten nog nooit van neonicotinoïden hebben gehoord, die de massale insectensterfte van de laatste 25 jaar goed verklaart?

  • P Verschuren

    @Henk, dat lijkt mij zeer onwaarschijnlijk Henk aangezien neonicotinoïden nog niet zo lang gebruikt worden en tevens omdat bijvoorbeeld voorheen parathion werd gebruikt wat veel schadelijker voor het milieu was en waarvoor dus middelen in de plaats zijn gekomen zoals neonicotinoïden waarvan onderzoek heeft aangetoond dat die minder schadelijk waren. Overigens zijn diverse neonicotinoïden inmiddels verboden dus als deze echt de oorzaak waren dan zouden de effecten snel zichtbaar moeten worden in een toename van de insectenstand. Ik geloof hier echter niets van, maar we zullen zien.

  • P Verschuren

    Onbegrijpelijk dat het ministerie dit soort wartaal de wereld in durft te slingeren. Het is feitelijk al aantoonbaar onjuist dat de oppervlaktewater kwaliteit is achteruitgegaan door uitstoot van de land- en tuinbouw, de emissie vanuit de land en tuinbouw is juist enorm afgenomen. Het lijkt weer dat de werkelijke problemen met het oppervlaktewater namelijk de uitstoot van medicijnen en chemicaliën via de riooloverstorten compleet genegeerd worden. Wat hebben we aan zo'n ministerie? Dat de biotoop niet is veranderd is klets. Pak de gemiddelde temperatuur er maar eens bij. De warmste 10 jaren zitten bijna allemaal bij de laatste 20. Klimaatverandering is derhalve naar mijn idee een heel plausibele verklaring voor een verandering in het insectenbestand. Het is namelijk ook nog maar zeer de vraag of er een afname is en ik vraag me af of je insecten wel kan tellen want het zijn er nog al veel. Er komen ook nieuwe soorten bij in Nederland. Welke zijn er dan geteld? Is er een afname of is er een verschuiving? Het is al bizar dat altijd maar naar de land- en tuinbouw gewezen wordt maar het is toch wel heel bar als onze eigen minister dit op deze manier doet.

  • P Verschuren

    Het zou toch prettig zijn als men in Den Haag en Wageningen ook eens een keer zijn of haar gezonde boerenverstand zou gebruiken. Als ik een plaaginsect ieder jaar opnieuw met een bepaald middel (dat specifiek voor dit plaaginsect is bedoeld) moet bestrijden om de plaag binnen de perken te houden (ieder jaar opnieuw), hoe kan het dan dat 100-den kilometers verderop in een natuurgebied allerlei insecten ervan uitsterven (terwijl het middel voor die insecten niet specifiek is bedoelt)? Is er ergens in Den Haag of in Wageningen een geleerde die mij daar een relevante en correcte verklaring voor kan geven?

Of registreer je om te kunnen reageren.