Home

Achtergrond

‘Verzuild in onze eigen topsectoren’

De kijk op de land- en tuinbouw wat zonniger en realistischer maken. Het vergt zowel bij het publiek als bij de agrarisch ondernemers een open houding. Terwijl wederzijds meningen vast lijken te staan en de luiken dicht zitten. De Costa Ricaanse Westlander Ed Smit wil er graag een frisse wind doorheen jagen. Een interview

Ed Smit bekijkt de tuinbouw en de wereld door de bril van een geboren en getogen Westlander. Al woont en werkt hij al sinds achttien jaar in Costa Rica (het groenste land ter wereld!), die Westlandse blik is niet zomaar weg. Dat bleek de laatste paar jaar op een paar beslissende momenten.

Profiel

Ed Smit
Ed Smit

Ed Smit (1967) stroomde vanuit zijn geboorteplaats Maasdijk (Z.-H.) zo de glastuinbouw in. Via Curaçao, Koppert, VEK Adviesgroep en Fides startte hij in 2000 zijn eerste bedrijf, Reflex. Drie jaar later lonkte Costa Rica en van daaruit is hij niet alleen in de internationale tuinbouw actief, maar ook in het toerisme. Twee totaal verschillende branches die leiden tot nieuwe contacten en inzichten. En die zet hij op eigenzinnige wijze in om het brede publiek kennis te laten maken met de oplossingskracht van de moderne tuinbouw.

“Anderhalf jaar geleden zat ik in debatcentrum De Balie, in Amsterdam. Het ging over voedsel en de zaal zat helemaal vol, 400 mensen, allemaal stedelijke intelligentsia, nul tuinders. Louise Fresco van Wageningen zat op het podium in debat met architect Rem Koolhaas. Ik moest concluderen dat ik zo ver ik kon zien de enige was in de hele zaal die de tuinbouw vertegenwoordigde. Er was echter ook die andere kant ... waarom werd die avond in De Balie georganiseerd? Waarom niet in het World Horti Center, bij Ter Laak Orchids of bij Koppert Cress? De communicatie liep van links naar rechts, maar ook van rechts naar links, volkomen spaak”.

Smit was met de toparchitect in contact gekomen naar aanleiding van zijn onderzoek naar het platteland, waar nu de tentoonstelling ‘Countryside – The Future’ in het Guggenheim Museum in New York over gaat.

Dat onderzoek voor het Nederlandse deel van die tentoonstelling dreigde ook spaak te lopen. “Diverse gesprekken gesprekken van Rem met allerlei organisaties leidden niet tot de gewenste samenwerking. Dat ben ik op zijn verzoek toen gaan doen als kartrekker van de Stichting NethWork, die toen in het leven is geroepen.”

Ondanks goede intenties is de sector nog steeds te zeer in zichzelf gekeerd.

“Communicatie en marketing van die mooie Nederlandse tuinbouwsector, dat is echt onze achilleshiel. We zitten met zijn allen nog steeds in het defensief, terwijl het verhaal de afgelopen dertig jaar positiever en positiever is geworden. Dat zien we echter niet, want we zitten in onze eigen bubbel. Zoals we vroeger verzuild waren in protestanten, katholieken en de algemenen en arbeiders, zo zijn we nu verzuild in onze eigen topsectoren.”

“Met NethWork proberen we de tuinbouw uit de bubbel te halen en het publiek de ogen te openen. Dat is goed gelukt met het grote verhaal over de Nederlandse kassen in National Geographic, waar ik mijn eigen bescheiden bijdrage aan mocht leveren en nu met de tentoonstelling in New York, waar de Nederlandse tuinbouw een grote bijdrage in heeft. Wat ondertussen ook een reuzenstap voorwaarts is, is de opening van het World Horti Center.”

Reuzensprongen

Smit wil daarvandaan nog een reuzensprong maken. Namelijk dat er een bestendige cross-over ontstaat tussen die Nederlandse tuinbouwmix van natuur en technologie en de wereld van creatieve, charismatische influencers en verbinders.

Die duurzame tuinbouw is niet alleen eigen keuze

“Om Costa Rica wat beter onder de aandacht te brengen in Nederland, legde ik via ons reisbureau bijvoorbeeld contact met Floortje Dessing, Freek Vonk en Katja Schuurman. Om het wonder van de Nederlandse tuinbouw wereldkundig te maken, moet je het hebben over Elon Musk, Beyonce, Jack Ma of over de coolste gamebouwer van de wereld, die ik graag een foodgame zou willen zien bouwen met 120 levels, waarmee we gamers over de hele wereld, de volgende generatie, het voedselvraagstuk laten oplossen.”

“We leggen nu voor al onze problemen de verantwoordelijkheid bij de politiek neer. Omdat dat nou eenmaal het systeem is waar we het mee moeten doen. Maar is dat zo? Kun je niet veel meer bereiken door een echt goede filmmaker voor Netflix een serie te laten maken over voedselproductie in megasteden? En door kinderen van 8 tot 18 nu te laten snappen wat er al kan en wat er nog allemaal kan en moet gebeuren om de wereldbevolking te laten eten, zonder dat we er ziek van worden en we de planeet naar de knoppen helpen.”

“Mijn ideeën hierover zijn niet zo heel veel anders dan twintig jaar geleden toen ik nog in Nederland woonde, maar de tijd is ondertussen zoveel digitaler en transparanter geworden. In het bestuur van onze stichting is een jongen als Stijn Baan misschien wel de belangrijkste. Jij en ik zijn eigenlijk al te oud om de mogelijkheden echt te kunnen zien en de kansen te kunnen pakken.”

Wereldtop

Niet dat Smit zich door zijn leeftijd al te zeer zou laten afremmen. Toen door corona van alles stil kwam te liggen, stampte hij met NethWork en steun van World Horti Center de internationale webinarserie EAT THIS! uit de grond. Hij is betrokken bij een vervolg op de nu gesloten tentoonstelling in het Guggenheim, die eerst in New York verlengd zal worden tot begin 2021 en die daarna op reis gaat, ook naar een aansprekende locatie in Nederland.

We zijn nu een sector met een enorme toegevoegde waarde

“Dat iemand uit de wereldtop van de grootstedelijke architectuur nu zo cruciaal is bij het openen van deuren en het slaan van bruggen tussen de tuinbouw en de wereld, dat vind ik wel iets om lering uit te trekken. Laten we eerlijk zijn: dat de Nederlandse tuinbouw zo duurzaam is geworden, is niet omdat we dat zelf zo graag wilden. Veertig jaar geleden stond ik nog als jongen bijna dagelijks Temik te roeren bij mijn oom Jan van der Plas aan de Oranjesluisweg. We verstookten gas alsof het gratis was. We dachten geen seconde over zuinig met water omgaan. Biologische bestuiving en gewasbescherming zijn ontwikkeld omdat Jan Koppert moest stoppen met komkommers, omdat hij allergisch werd voor het gif dat hij gebruikte. Water en meststoffen zijn we in de eerste plaats gaan recirculeren vanwege strikte lozingsbesluiten. Geothermie en overige duurzame alternatieve energiebronnen worden in de eerste plaats gekozen omdat het voordeliger is of in ieder geval lijkt te zijn. Met dat alles is niks mis, het heeft ertoe geleid dat we als sector ongelofelijk duurzaam aan het worden zijn. De Formule 1 binnen het voedseldomein. Als gevolg van al die inspanningen die gedaan moesten worden, zijn we nu een sector met een enorme toegevoegde waarde, een sector die op ongekend duurzame wijze produceert. Dat is geen doel op zich geweest, maar het resultaat van vooral externe factoren. Juist daarom is het als sector zo moeilijk om over die duurzaam geproduceerde en gezonde groenten gepassioneerd te communiceren. Het is niet ons streven geweest, het is ons overkomen. Laten we dit nu als ons nieuwe vertrekpunt nemen en juist die verbinding leggen met de nieuwe generaties denkers en doeners.”

Of registreer je om te kunnen reageren.