Home

Nieuws 3111 bekeken

LTO en ABU oneens over seizoensarbeid

De Algemene Bond van Uitzendondernemingen (ABU) is het niet eens met de uitleg die LTO geeft aan de CAO Open Teelten inzake de vraag of een uitzendkracht ook kan vallen onder het cao-artikel over seizoensarbeid.

LTO meldt op de website van de Werkgeverslijn land- en tuinbouw dat de definitie van seizoenarbeider er geen twijfel over laat bestaan dat de regeling voor de seizoenarbeider alleen geldt voor werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij de werkgever die onder de werkingssfeer van de cao Open Teelten vallen. "Indien deze regeling toch wordt toegepast door uitzendbureaus, dan kunnen uitzendkrachten zich beroepen op cao-loon (in plaats van het wettelijk minimumloon) en overwerktoeslag conform artikel 18 en 19 van de cao Open Teelten (in plaats van toeslagen vanaf 48 uur conform de regeling voor de seizoenarbeider).  Dit kan worden terug gevorderd tot maximaal vijf jaar en met de wettelijke rente.

De ABU meldt aan haar leden en meldde al eerder formeel aan de sociale partners die bij de CAO Open Teelten, dat ze deze uitleg niet steunt.

Een seizoenarbeider wordt in de CAO Open Teelten gedefinieerd als een werknemer die rechtstreeks in dienst is bij de werkgever en een contract voor bepaalde tijd heeft met een maximum van zes maanden, en wordt ingezet voor relatief eenvoudige oogst-gerelateerde werkzaamheden. Volgens de ABU klopt het dat betreffende cao-bepalingen over seizoensarbeid niet rechtstreeks van toepassing zijn op uitzendbedrijven en uitzendkrachten. Die vallen immers niet onder de werkingssfeer van de CAO Open Teelten, maar (wel) onder de CAO voor Uitzendkrachten.

De CAO voor Uitzendkrachten schrijft als hoofdregel voor, dat de inlenersbeloning (in dit geval dus loon conform de CAO Open Teelten) vanaf dag 1 moet worden toegepast. Op grond van de inlenersbeloning heeft een werknemer recht op gelijk loon, voor gelijk werk. De rechtens geldende beloning van de werknemer in dienst van de inlener en werkzaam in een gelijke of gelijkwaardige functie als de uitzendkracht, is daarbij het uitgangspunt.

Dat geldt volgens de ABU ook als de uitzendkracht hetzelfde werk doet als een seizoensarbeider. De inlenersbeloning bij seizoensarbeid dient dus vastgesteld te worden aan de hand van de beloning voor de seizoensarbeiders in dienst van de inlener, conform de regeling van seizoensarbeid in de CAO Open Teelten. "De artikelen over seizoensarbeid in de CAO Open Teelten zijn niet rechtstreeks van toepassing. Als uitzendonderneming bent u immers niet gebonden aan die cao. Als gevolg van de vormgeving van de ABU-CAO, worden de artikelen uit de cao over seizoensarbeid wel gebruikt om de inlenersbeloning vast te kunnen stellen voor seizoensarbeid door uitzendkrachten", stelt ABU-directeur Maurice Rojer.

Of registreer je om te kunnen reageren.