Investeringen in glastuinbouw op zeer laag pitje

29-01-2012 | |
Investeringen in glastuinbouw op zeer laag pitje

Het zijn roerige jaren, ook voor de Rabobank. Hoe gaat de grootste agrobank om met financieringsaanvragen vanuit de geplaagde tuinbouwsector? Sectormanager Tuinbouw Cor Hendriks schetst zijn beeld van de sector en licht het beleid van de bank toe.

Het is even zoeken naar een geschikt plekje om rustig te kunnen praten. Het imposante nieuwe hoofdkantoor van Rabobank Nederland in Utrecht is een en al transparantie en openheid, maar het ziet eruit of de mensen nog wat ontheemd rondlopen. Ze hebben geen vaste werkplek. Het lijkt – onbedoeld – symbolisch voor de roerige tijd waarin de bank zich bevindt. Tijdens de bankencrisis van 2008 bleef de Rabo nog fier overeind. Ze werd er zelfs sterker van. Het spaargeld stroomde met miljarden tegelijk binnen. Maar de huidige crisis gaat niet aan de bank voorbij. De Rabo verloor zelfs de triple A status, al wijst ze er zelf graag op dat ze nog altijd de hoogst gewaardeerde particuliere bank is.
Ook andere zekerheden verdwenen. Voor het eerst in decennia daalde het uitstaand kapitaal van de Rabobank in de land- en tuinbouw in de eerste helft van 2011. Met de glastuinbouw, het noodlijdende paradepaard van de Nederlandse agrosector, gaat het nu zo slecht dat er eigenlijk niet geïnvesteerd wordt, vertelt sectormanager Cor Hendriks. Dertig tot veertig procent van de glastuinders heeft gebruik moeten maken van aanvullende financiering.

Afgelopen jaar daalde de hoeveelheid uitstaand kapitaal in de agrosector van de Rabobank. Gaat die daling door?
“De glastuinbouw heeft een heel slecht jaar gehad en dat heeft impact op de investeringsactiviteiten. In 2010 is maar 100 hectare glas vervangen, terwijl dat eigenlijk 500 had moeten zijn om de sector op peil te houden. In 2011 is dat zeker niet meer geweest, en ook in 2012 zal het niet meer zijn. De toch al niet sterke vermogens zijn in 2009 en 2011 aanzienlijk aangetast.”

Zijn die uitgangspunten voor financiering veranderd als gevolg van de economische en financiële crisis?
“In de tuinbouw zijn ze niet anders dan in 2006 en 2007. Daarin tonen we consistentie. De methodiek verandert niet. Wel hebben we geleerd dat het dal dieper en breder kan zijn dan eerder gedacht. Daarom hebben we nu meer aandacht voor de marktparagraaf. We zitten in een aanbodsmarkt. Dus de afzet, de marktparagraaf, wordt steviger beoordeeld in de tuinbouw.”

U weet welke plannen er in de pijplijn zitten van ondernemers. Welk beeld geeft dat? Zijn ondernemers nog altijd vooral bezig met schaalvergroting?
“In de tuinbouw gaat op termijn de schaalvergroting door maar zeker niet in hetzelfde tempo als de afgelopen jaren.”

Hoe uitzonderlijk is de situatie in de tuinbouw?
“In 2009 had de glastuinbouw het slechtste jaar in 25 jaar. 2011 evenaart de glasgroenteteelt in ieder geval dat jaar. En voor 2012 durf ik geen enkele voorspelling te doen. De cycli volgen elkaar steeds sneller op, en de fluctuaties zijn groter. De komende jaren zal er heel weinig geïnvesteerd worden, het is alle zeilen bij om vermogens weer tot een acceptabel niveau aan te vullen. Als de sector er niet in slaagt marktherstel te bewerkstelligen, kan de uitstroom uit de sector wel 30 procent zijn in vijf jaar. Qua areaal glasgroente verwachten we een krimp van enkele honderden hectares. Dertig, veertig procent van de glastuinders had aanvullende financiering nodig om in het werkkapitaal voor 2012 te voorzien.”

De concurrentie vanuit Spanje groeit, die zijn een steeds groter deel van het seizoen aan de markt.
“Nee. Spanje heeft echt de grens bereikt. Ze zouden moeten investeren in verwarmen en koeling en dergelijke, maar de modernisering zet daar niet door. We zitten in een nieuw evenwicht. Spanje klaagt ook behoorlijk. Ook daar staan bedrijven leeg. Voor het Nederlands product wordt meer betaald dan voor het Spaanse. Dit bevestigt dat  er wel kansen zijn op de exportmarkten”.

De tuinbouw heeft een reputatie dat ze zichzelf aan de haren uit het moeras kan trekken. Denk aan de Wasserbombe. Kan ze dat weer?
“Ja, alleen onder voorwaarde dat de innovatie nu marktinnovatie zal moeten zijn in plaats van (teelt)technische. Marketing is de zwakste schakel maar ook de moeilijkste. Dat zullen ze gezamenlijk moeten doen.”

Ziet u ook meer samenwerking ontstaan in de sector?
“Het bewustzijn dat die samenwerking nodig is, neemt toe. Maar nu nog de actie.”

Is er niet iets te leren van de zuivelsector, waar een sterke coöperatie succesvol is? Wat FrieslandCampina wel lukt, lukt The Greenery en Coforta maar niet.
“Er zijn te veel aanbieders en de keten is anders georganiseerd. Er zijn 15 telersverenigingen, 300 handelshuizen en in Nederland 4 inkooporganisaties. Dat is een hele rare opbouw.”

Zou de Rabobank een rol willen spelen in benodigde veranderingen?
“Wel als het gaat om visie ontwikkelen klankborden, beweging brengen, of eventueel faciliteren. Maar we zullen de sector niet bij de hand nemen. Wij zijn kredietverlener.”

Er zijn geluiden dat sommige Rabobanken lidmaatschap van een gmo-vereniging als voorwaarde stellen bij financiering.
“Dat hebben wij niet in ons beleid verankerd. We zeggen wel tegen de ondernemer: ken je markt en je omgeving, en als je niet onderscheidend bent, ga dan samenwerken.”

Zijn er veel overbruggingskredieten aangevraagd?
“Minimaal 30-40 procent van de tuinders heeft aanvullende financiering nodig gehad; aanvullende financiering voor werkkapitaal. Ter vergelijking: in de betere jaren is dat nul procent, in een normaal jaar vijf tot tien procent.”

Hoeveel daarvan zijn afgewezen?
“Heel weinig, anders zouden ze failliet zijn.”

Eigenlijk is het opmerkelijk dat zo weinig bedrijven failliet zijn. Volgens sommigen hebben sector en bank elkaar in de houdgreep. Er zou voor de bank te veel op het spel staan, bedrijven mogen niet failliet gaan.
“Dat is niet zo. De Rabobank heeft 7 miljard uitstaan in de tuinbouw. Dat is maar een klein deel van het totaal. Als iemand de rente niet meer kan betalen heeft niemand er meer belang bij dat bedrijf verder te financieren. Dan komt het tot een eind. De vraag is hoe en wanneer. Financieringen voor het nieuwe seizoen zijn daar waar verantwoord weer verstrekt. We financieren op basis van continuïteitsperspectief. Dat hangt af van de vraag of een sluitende kasstroom mogelijk is. Wij hanteren als methodiek de gemiddelde bedrijfseigen resultaten over de afgelopen vijf jaar. Kom je dan tot een sluitende kasstroom dan ga je door, even los van de waarde van het onderpand.
We voeren een consistent beleid. Wat betreft de waarde van het onderpand kijken we naar wat er structureel gebeurt in de sector. Dat is het verschil tussen ons en de makelaar. Die kijkt naar de waarde van het moment. In de betere jaren zitten wij lager dan de makelaar, in slechtere jaren andersom.”

Tot slot: wat gaat de rente doen?
“We zien nog geen stijging, toch ligt die meer voor de hand dan een daling. Dat komt door zaken als de Basel-eisen en door Europa. Het rentevoordeel van groenfinanciering kan ter discussie komen. En de totale kapitaalmarkt staat onder druk.”

Bron: Groenten & Fruit/Boerderij Vandaag – Auteur: Esther de Snoo en Johan Oppewal

de Snoo
Esther de Snoo redacteur ondernemen
Meer over


Beheer