weblog

‘Trots op ons ’zijn’ door coronavirus’

Zondagmiddag 15 maart: gespannen zitten we voor de tv met acht man sterk. Twee ouders die bang zijn dat morgen alle kinderen thuis zijn en zes kinderen in de hoop dat ze morgen thuis zullen zijn.

Rond half zes komt het verlossende woord en springen de zes overeind. Onverwachts drie weken extra vakantie! De lol is groot.

Wij ouders blijven rustig de rest van de persconferentie afluisteren, maar de jeugd heeft daar geen tijd meer voor.

Door de drukte hoor ik niet wat er gezegd wordt, daarom beslis ik even op de site van het ministerie te kijken. Tot mijn verbazing stel ik vast dat wij de meest cruciale rol spelen, samen met de zorgsector.

Maar waar iedere beroepsgroep apart vernoemd wordt, worden wij ‘agrarisch Nederland’ niet vernoemd. Heel de periferie van de landbouw passeert de revue, maar de boer zelf niet. Hieruit mag ik concluderen dat wij ’zijn’. En om u tot dienst te zijn heb ik dit woord voor u nog even opgezocht.

Bestaansgrond

‘Het zijn is de meest eenvoudige staat van alles en iedereen. Het is de ultieme eigenheid die alle onderscheiden begrippen gemeen hebben wanneer men een abstractie maakt van al hun verdere eigenschappen. Daarom wordt het ook als de ultieme bestaansgrond beschouwd, waarin alles en iedereen verenigd is, in en uit voortkomt.’

Iedereen komt voort vanuit agrariërs; zonder agrariërs geen groei, geen genezing, geen bestaansrecht

Iedereen komt voort vanuit agrariërs. Zonder agrariërs geen groei, geen genezing, geen bestaansrecht.

Mensen, wij mogen ontzettend trots zijn op onze ‘zijndheid’. Wij zijn een beroepsgroep die nog vanuit oerkracht weten wat belangrijk is voor het zijn, maar die ook het antwoord hebben op hoe iemand kan zijn, namelijk voedselproducerend.

Lees alles over het coronavirus in dit dossier.

Of registreer je om te kunnen reageren.