Vollegrond

Achtergrond

ERF: gesloten kringloop én financieel gezonde keten

Als je leest wat minister Schouten wil en wat ERF doet, dan lijkt ERF bijna het schoolvoorbeeld voor kringlooplandbouw. Directeur van het teeltbedrijf Jaco Burgers vindt zeker dat ERF op de goede weg zit, maar ziet nog hiaten. Samenwerken is de sleutel tot een gesloten kringloop én een financieel gezonde keten.

Om maar met de deur in huis te vallen: op bedrijfsniveau is bij ERF zeker geen sprake van een gesloten kringloop. “Nee, wij zijn puur een teeltbedrijf, we houden nog geen vee. De mest betrekken wij van biologische bedrijven in de omgeving van Flevoland”, aldus directeur Jaco Burgers.
Lees verder onder de foto’s en video‘s

Jaco Burgers - Foto: Ruud Ploeg
Jaco Burgers - Foto: Ruud Ploeg

Wat is ERF?

ERF staat voor Exploitatie Reservegrond Flevoland en werd in 1996 opgericht om aan het rijk toebehorende grond tegen betaling van pacht te beheren en rendabel te exploiteren. Op het moment van bestemmingswijziging wordt de grond weer overgedragen. Onder de stichting vallen ERF bv dat 1.700 hectare biologisch teelt en Convention bv met 250 hectare gangbaar. Dat laatste gebeurt op grond die te kort in bezit is voor omschakeling naar biologisch. Het bedrijf heeft dus zelf geen grond in eigendom.

ERF is gevestigd in Lelystad. De jaaromzet is zo’n € 10,3 miljoen waarvan 95% uit de verkoop van geteeld product. Pacht (28%), teelt- en productiegerelateerde (25%) en loonwerk en uitzendkrachten (20%) vormen de grootste kostenposten. Een maatschappelijke taak van ERF is het (actief) uitdragen van kennis om de biologische sector verder te ontwikkelen.

Mest als productiemiddel

Burgers benoemt ook meteen een knelpunt rond mest. “Gelukkig verandert het, maar het besef dat dierlijke mest niet als afvalproduct maar als productiemiddel voor de volgende schakel gezien moet worden, zit bij veehouders nog niet echt tussen de oren. We slepen nog te veel met water, de gehalten aan voedingsstoffen moeten omhoog en liefst in de juiste NPK-verhouding. Alleen zolang veehouders voor mest goed geld vangen, zal dat besef nog wel even op zich laten wachten.”

“Het zou beter zijn als ze op basis van bijvoorbeeld stikstofgehalten afgerekend zouden worden. Er moet ook meer samenwerking komen en dat moet leiden tot ‘het nieuwe gemengde bedrijf’. Daarin passen ook gespecialiseerde teeltbedrijven, maar dan als onderdeel van een compleet teeltplan of een gecombineerde bedrijfsvoering.”

Voedselverspilling

Ook aan het einde van de keten ziet Burgers nog wel verbeterpunten voor een gesloten kringloop. “Als ik zie wat door consumenten, maar ook op groenteafdelingen aan voedsel wordt verspild ... Consumenten kopen nog altijd te veel in, bewaren het product te lang of verkeerd en koken vaak te veel. Dat komt in het beste geval dan bij het gft-afval terecht of het dient als veevoer. Daarnaast moeten producten er perfect uitzien, terwijl er eigenlijk veel meer aandacht moet gaan naar inhoudsstoffen en smaak.”

In het logistieke traject wordt nog steeds nonchalant met de productkwaliteit omgesprongen. “Ook in het winkelschap is het nogal eens bedroevend wat je daar aan kwaliteit ziet liggen. Dat heeft te maken met onwetendheid of onzorgvuldigheid, maar ook met verkeerd inschatten van omloopsnelheden en het feit dat jaarrond alle producten altijd beschikbaar moeten zijn.”

Verwerking restafval

ERF zelf heeft niet zoveel restafval, omdat ze zelf geen groenten verwerken. “Wat wij aan restproducten hebben, zoals spruitenstammen of sap en schraapsel van rode bieten, wordt als veevoer gebruikt. Organisch restafval zou je ook kunnen vergisten en dan weer gebruiken als veevoer, maar dat zijn maar beperkte stromen en biologisch product wordt meestal niet apart vergist. Het draagt dus niet bij aan een gesloten biologische kringloop.” Wat als restproduct bij ERF op het veld achterblijft, wordt in de grond gewerkt voor de organischestofvoorziening.

Dat brengt Burgers op het belang van een gezonde bodem. “In onze rotatie van 6 jaar werken we 2 jaar achter elkaar met luzerne of grasklaver. Dat is goed voor de organischestofvoorziening en de structuur van de bodem. Het maaisel van grasklaver en luzerne dient als veevoer. Het systeem van niet-kerende grondbewerking, in combinatie met het inpassen van (mixen van) groenbemesters en het in acht houden van een ruime vruchtwisseling draagt ook bij aan een stabielere bodem met meer bodemleven. Dit jaar zie je ook dat zo’n grond minder droogtegevoelig is.”

“Meer groenbemesters en extensiever telen betekent wel dat de producten duurder zijn. Daar moet dan ook een eerlijke prijs tegenover staan, maar dat geldt natuurlijk altijd. Ook daarom is een goede samenwerking tussen telers, handel, verwerkers en retail van belang. We moeten niet alleen naar een gesloten kringloop, maar ook naar een financieel gezonde keten.”

Het koppen van distels met een bloter in een aardappelveld van ERF bij Zeewolde. - Foto: Henk Riswick
Het koppen van distels met een bloter in een aardappelveld van ERF bij Zeewolde. - Foto: Henk Riswick

Biologische keten

Daarmee legt Burgers de vinger op een zere plek. “Ik denk dat in die zin de biologische keten gezonder is dan de gangbare. De lijnen zijn korter, de mensen kennen elkaar beter en de markt is overzichtelijker. Het biologische product is veel minder anoniem, er zit meer verhaal achter en het zijn andere typen van ondernemers. Dat alles maakt dat de prijzen in de biologische keten beter zijn en de marges ook eerlijker verdeeld. De biologische sector is meer dan alleen maar niet spuiten en geen kunstmest strooien.”

Agroforestry moet uit de sfeer van hobbyisme én het moet economisch uit kunnen

Maar de biologische sector moet zich ook blijven ontwikkelen en stappen zetten om landbouw en natuur te integreren. “Ik denk dat het beter is de schotten tussen landbouw en natuurbeheer te slechten en dat de regelgeving meer samen moet vloeien. Ik zie wel mogelijkheden in agroforestry, maar dan moet dat uit de sfeer van hobbyisme én het moet economisch uit kunnen.”

“Je kunt werken met een starterssubsidie, maar om tot een bedrijfseconomisch systeem te komen, moeten de consument en de retail ook hun verantwoording nemen en bereid zijn een betere prijs te betalen. Dan gaat het om bewustwording en het aanvaarden van de consequenties van de keuzes die je hebt gemaakt. Het resultaat is een stabielere productie en een toename van biodiversiteit.”

Precisielandbouw om kringloop beter te sluiten

Burgers ziet precisielandbouw zeker als middel om de kringloop beter gesloten te krijgen. “Besturing op gps was het begin van precisielandbouw, maar de mogelijkheden worden steeds groter. Denk aan het voorspellend vermogen, herkenning van zieke planten of selectieve onkruidbestrijding. Het in kaart brengen van (verschillen in) de bodem is ook een goede ontwikkeling, alleen tot op heden méét je wel de verschillen, maar is het de vraag wat vervolgens de actie moet zijn.”

Lees ook: NPPL-teler wil meer doen met bodemscans

“Je moet dit soort metingen in een breder perspectief plaatsen, in samenhang met andere beschikbare informatie. Een gezonde bodem is de basis voor een gezond gewas. Toch is het nog steeds een soort van ‘black box’ waarvan we van heel veel processen, ondanks al het onderzoek, nog steeds niet weten hoe ze nou precies verlopen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.