Gewasbescherming

Terug naar dossier
Vollegrond

Achtergrond

Deze hulpstoffen zijn er en zo werken ze

Welke hulpstoffen om de werking van gewasbeschermings-middelen te verbeteren zijn er? Hoe kies je de juiste?

Er staan maar liefst 101 hulpstoffen geregistreerd. Hulpstoffen zijn (super)uitvloeiers, activators, hechters en andere toevoegingstoffen. Wat ze gemeenschappelijk hebben is dat ze de werking van gewasbeschermingsmiddelen verbeteren. De manier waarop kan behoorlijk verschillen.

Verder kunnen hulpstoffen bijdragen aan het verminderen van de hoeveelheid chemie, emissie en residu (door een betere opname). Ook zullen ze een rol gaan spelen bij de opkomst van groene middelen (verhogen effectiviteit) en verduurzaming van teelten.

➤ Dit zijn de 6 categorieën hulpstoffen
➤ Hier let je op bij het kiezen van een hulpstof
➤ Praktijkonderzoek naar ‘stickers’

Sinds 1 januari 2017 hebben 30 bedrijven in totaal 101 hulpstoffen geregistreerd. Sommige bedrijven zijn bezig met het ontwikkelen van ‘groene hulpstoffen’.

Soorten hulpstoffen

Hulpstoffen zijn onder te verdelen in:

  • polymeren (zoals zetmeel of eiwitten)
  • surfactanten (oppervlakte-actieve stoffen zoals zeep, met een in olie en een in water oplosbaar gedeelte)
  • plantaardige oliën
  • zouten (waterverzachters)
  • buffers (pH-regelaars)

Categorie 1: anti-drift-hulpstoffen

De 1e categorie van hulpstoffen zijn de anti-drift-hulpstoffen die de fractie aan kleine druppels van minder dan 100 µm verlagen. Het zijn juist die fijne druppels die drift veroorzaken. Voorbeeld van deze stoffen zijn:

  • Hasten
  • Actirob B
  • Robbester
  • Squall
  • Drop Keeper
  • Companion Gold

Categorie 2: anti-evaporanten

De anti-evaporanten vormen de 2e categorie. Die zorgen voor minder verdamping van de werkzame stof na het spuiten en na de landing op het blad. Voorbeelden zijn:

  • Hasten
  • Actirob B
  • Robbester

Deze stoffen maken de druppels wat groter van omvang, zodat het grensvlak tussen vloeistof en lucht in verhouding kleiner wordt. Een ander werkingsprincipe is dat de werkzame stof deels oplost in de hulpstof en zo beter wordt vastgehouden.

Bij spruitkool is het belangrijk om onderin het gewas te komen. Naast spuittechniek kunnen sommige hulpstoffen zorgen voor een betere depositie nadat het middel op het blad of de spruit is terechtgekomen. - Foto: Stan Verstegen
Bij spruitkool is het belangrijk om onderin het gewas te komen. Naast spuittechniek kunnen sommige hulpstoffen zorgen voor een betere depositie nadat het middel op het blad of de spruit is terechtgekomen. - Foto: Stan Verstegen

Categorie 3: stoffen die zorgen voor betere depositie

De 3e categorie van hulpstoffen zorgen voor een betere depositie. Deze stoffen verlagen de oppervlaktespanning van de druppel op het moment van landen op het blad, zorgen voor een lagere (visco)elasticiteit of zorgen voor absorptie van de botsingsenergie bij landen op het blad. Het resultaat is dat de werkzame stof beter op het blad blijft liggen. Voorbeelden zijn:

  • Zipper
  • Silwet Gold
  • Motto
  • Hasten
  • Actirob B
  • Robbester
  • Elasto G5
  • Atplus
  • Certain
  • Squall
  • Hi-Wett

Categorie 4: (super)uitvloeiers

Als 4e categorie zijn (super)uitvloeiers te onderscheiden. Die zorgen voor een betere verdeling van de werkzame stof op het blad door verlaging van de oppervlaktespanning of door adsorptie van de hulpstof aan het bladoppervlak waardoor de waslaag minder waterafstotend wordt. (Super)uitvloeiers zijn:

  • Zipper
  • Silwet Gold
  • Motto
  • Hasten
  • Actirob B
  • Robbester
  • Elasto G5
  • Certain
  • Squall
  • Hi-Wett
Superuitvloeiers kunnen in een moeilijk te bedekken gewas als asperge bijdragen aan een beter bestrijdingseffect. - Foto: Stan Verstegen
Superuitvloeiers kunnen in een moeilijk te bedekken gewas als asperge bijdragen aan een beter bestrijdingseffect. - Foto: Stan Verstegen

Categorie 5: hechters of stickers

De 5e categorie hechters of stickers zorgen voor het beter blijven plakken van de werkzame stof aan het bladoppervlak (regenvastheid). Meestal zorgen ze ook voor een betere spreiding van de druppel. Voorbeelden zijn:

  • Bond
  • Prolong
  • Full Stop
  • Guard
  • Squal

Categorie 6: penetrator

Onder de naam penetrator zorgt de 6e categorie voor een betere indringing in het blad. Zij maken de waslaag beter doorlaatbaar (lossen die niet op!) of verbeteren het oplossen van de werkzame stof. Voorbeelden zijn:

  • Zipper
  • Silwet Gold
  • Motto
  • Atplus
  • Hasten
  • Actirob B
  • Robbester
  • Elasto G5
  • Certain
  • Squall
  • Hi-Wett
  • Kantor

➤ Zo combineer je middel en hulpstof

Niet alle hulpstoffen zijn met alle gewasbeschermingsmiddelen te combineren. In middelen zitten vaak al hulpstoffen, maar de toevoeging van extra hulpstoffen kan de effectiviteit wel verbeteren. Dat moet dan wel een hulpstof zijn die past bij de aard (bijvoorbeeld contactwerking of systemische werking) en formulering van het middel.

Tussen uitvloeiers zitten namelijk verschillen, bijvoorbeeld in de mate waarin ze de oppervlaktespanning reduceren, hoe snel ze dat doen en hoe ze geladen zijn (anionisch, cationisch of niet-ionisch). Dat moet zijn afgestemd op het middel en de werkingswijze ervan.

Online module

Deze specifieke kennis hebben vooral de fabrikanten van de middelen in huis. Je ziet dan ook steeds vaker middelen geadviseerd in combinatie met een bepaalde hulpstof. Zomaar een andere hulpstof kiezen is daarom niet zonder risico.

Ook bij mengen van middelen kunnen hulpstoffen een andere werking krijgen: verminderd of juist agressiever. Hulpstoffenproducent Surfaplus heeft een online module ontwikkeld waarin staat aan welke middelen in welke gewassen zijn eigen producten als hulpstof kunnen worden toegevoegd.

➤ Praktijkonderzoek naar ‘stickers’

Huub Schepers, onderzoeker van Wageningen Plant Research in Lelystad, deed onderzoek naar de invloed van stickers op de regenvastheid van fungiciden. Dat onderzoek werd uitgevoerd in Indonesië, waar regenvastheid belangrijk is in verband met de vele neerslag in het regenseizoen. Gedurende een aantal maanden is 30 tot 50 millimeter per dag dan normaal. Daarom is het ook het meest vruchtbare seizoen.

700 à 800 liter water per hectare is in India gebruikelijk

Ook is het in de visie van Indonesische boeren voor een goede bestrijding nodig dat het blad na spuiten ‘zeiknat’ is, totdat de spuitvloeistof er vanaf loopt. Een hoeveelheid van 700 à 800 liter water per hectare is gebruikelijk. Rugspuiten zijn daar standaard in de kleinschalige land- en tuinbouw en spuiten waarbij de spuitdruk constant is vormen uitzonderingen.

‘Indosticker’ vergeleken met in Nederland bekende sticker

Daarom wemelt het in Indonesië van de ‘Indostickers’ die in kwaliteit behoorlijk kunnen verschillen. Schepers vergeleek er daar eentje van met de in Nederland bekende sticker Bond die zijn waarde al bewezen heeft. Aardappelen werden bespoten met mancozeb plus sticker en het gewas werd kunstmatig besmet met Phytophthora infestans. In uien werd hetzelfde gedaan met Peronospora destructor.

In Indonesië wemelt het van de ‘Indostickers’ die in kwaliteit behoorlijk kunnen verschillen, blijkt uit onderzoek van de WUR. - Foto: Huub Scheepers (WUR)
In Indonesië wemelt het van de ‘Indostickers’ die in kwaliteit behoorlijk kunnen verschillen, blijkt uit onderzoek van de WUR. - Foto: Huub Scheepers (WUR)

De proef werd in Lelystad binnen uitgevoerd waarbij de omstandigheden van veel neerslag werden nagebootst. Dat hield in 36 millimeter neerslag na een periode van 0,5; 3 en 6 uur na toepassing. De hoeveelheid water was omgerekend 250 en 750 liter per hectare in aardappel en 150 en 300 liter in ui.

Resultaat

Uit de resultaten bleek dat bij droge omstandigheden na de behandeling bij aardappelen de toevoeging van stickers niet leidde tot meer residu van mancozeb, behalve bij de sticker Bond met 750 liter per hectare.

Bij ui verhoogden de stickers het residu van mancozeb wel, alleen bij de Indostick niet significant en bij Bond wel.

Bij natte omstandigheden na de behandeling regende een significante hoeveelheid mancozeb af. De sticker Bond verbeterde de regenvastheid, wat resulteerde in een betere bestrijding van phytophthora in aardappel door de betere werking van mancozeb. De Indostick verhoogde het residu van mancozeb in beide gewassen wel, maar niet significant. Met andere woorden: de Indostick heeft minder effect als het om regenvastheid gaat dan de sticker Bond.

Conclusie: verschillen in werking stickers

Daarmee is aangetoond dat er verschillen zijn in de mate van werking van stickers; er zijn goede en minder goede stickers.

Er werd ook een trend gevonden: hoe meer residu (door de werking van de sticker) werd aangetroffen, hoe minder de schimmel aanwezig was, dus hoe beter de werking van de mancozeb.

Of registreer je om te kunnen reageren.