Home

Nieuws

Hoge Raad tornt niet aan fiscale overnameregels

De Hoge Raad (HR) vindt de gunstiger fiscale bedrijfsopvolgingsfaciliteit (BOF) voor boeren en tuinders niet discriminerend ten opzichte van andere sectoren.

Dat blijkt uit een uitspraak van 22 november. Volgens ons hoogste rechtscollege is de huidige regeling waarbij er een vrijstellingspercentage van 100 procent geldt voor de eerste 1.006.000 euro en een vrijstelling van 83  procent voor het overige ondernemingsvermogen, niet onredelijk naar andere belastingbetalers.

De Advocaat-Generaal was wel van mening dat de voor boeren gunstige bedrijfsopvolgingsfaciliteit bij overdracht van een onderneming oneerlijk en discriminerend is ten opzichte van belastingbetalers die geen gebruik kunnen maken van die faciliteit. De Advocaat-Generaal stelt in zijn uitspraak van 30 september dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit moet worden gezien als 'een willekeurig vastgesteld fiscaal privilege ten faveure van een beperkte groep'. De fiscale voordelen die bij een bedrijfsopvolging gelden,  zouden ook moeten worden toegekend aan erfgenamen die een ander vermogen dan een bedrijfsvermogen erven. Met name de verhoging van de vrijstelling boven 75 procent, zoals deze vanaf 2010 geldt kon niet door de beugel volgens de Advocaat-Generaal.
Volgens de Hoge Raad  (HR) faalt het beroep op discriminatie omdat niet iedere ongelijke behandeling van gelijke gevallen verboden is als daar een redelijke en objectieve rechtvaardiging voor is. Verder vindt de HR dat op fiscaal gebied de wetgever in het algemeen een ruime beoordelingsvrijheid toekomt. De wetgever heeft de faciliteit in het leven heeft geroepen onder meer omdat de heffing van successie- en schenkingsrecht bij verkrijging van ondernemingsvermogen liquiditeitsproblemen kan veroorzaken waardoor de continuïteit van ondernemingen in gevaar kan komen.

De kritiek op het steeds verhogen van het vrijstellingspercentage zonder gedegen onderzoek verwerpt de HR. Maatregelen genomen met het oog in de praktijk ervaren problemen hoeven niet altijd gebaseerd te zijn op uitgebreid onderzoek, aldus de HR.
Ook het argument dat in een aanzienlijk deel van de gevallen waarin de faciliteit van toepassing is, geen sprake is van liquiditeitsproblemen, speelt geen rol volgens de HR. De wetgever mag uitgaan van de veronderstelling dat zich bij vererving en schenking van ondernemingsvermogen in een aanzienlijk aantal gevallen wel een belemmering zou voordoen voor het voortzetten van het bedrijf. Daarnaast is de HR van mening dat de faciliteit niet uitsluitend bedoeld is om liquiditeitsproblemen te voorkomen, maar ook tot doel heeft het ondernemerschap meer in het algemeen te stimuleren.
Hoge Raad in de uitspraak tot de slotsom dat 'de bedrijfsopvolgingsfaciliteit zoals die de afgelopen jaren gold berust op een keuze van de fiscale wetgever waarvan niet kan worden gezegd dat zij evident van redelijke grond is ontbloot'.

Of registreer je om te kunnen reageren.