Home

Achtergrond 1 reactie

Met of zonder cao: arbeid wordt duurder

De arbeidsmarkt van de tuinbouw is a-typisch. De bv Nederland heeft 62% personeel in vaste dienst en 38% tijdelijk. Bij tuinders is het andersom. Een groter deel van die tijdelijke arbeid kan in vaste contracten worden gegoten. De rest blijft echter flex. De beeldvorming rond dat deel wordt vertroebeld in de perikelen rond cao’s en in excessen belicht door de media.

Een gesprek over de tuinbouw met FNV’ers Sander Martins en Leo van Beekum kan in deze weken alleen maar pittig zijn. Want zoals sinds jaar en dag gebruikelijk is er geen nieuwe cao op het moment dat de oude afloopt.

En vooral de cao Glastuinbouw wordt flink op de spits gedreven. Aan de onderhandelingstafel van de ook nog niet afgesloten cao Open Teelten wordt met interesse naar ‘Glas’ gekeken. Daar is overigens de oude cao met een jaar verlengd om niet net als de glastuinbouw in de cao-loos tijdperk te komen.

Lees onderaan dit artikel: Wat mag er wel en niet zonder cao?

WAB afzwakken

In het najaar van 2019 begonnen de onderhandelingen. Martins en Van Beekum konden zich meteen schrap zette: direct ging het over de 7% kostenverhoging die de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) per 1 januari 2020 met zich meebrengt voor arbeid in de tuinbouw, volgens berekeningen van LTO Nederland.

Martins: “Die 7% komt vooral doordat de werkgevers in de tuinbouw maximaal gebruik maakten van payroll en uitzendwerk. En ja, dat wordt fors duurder. Maar dat heeft een tuinder helemaal niet nodig om met eigen mensen toch maximaal flexibel te kunnen werken. De vorige cao’s voor de tuinbouw staan vol met mogelijkheden. Of het nou Tuinbouw Plus is of het Jaarurenmodel.”

Transitievergoeding voor vaste contracten omlaag

Waren er dan geen punten in de onderhandelingen met voor wettelijk toegestane afwijking van de WAB, die zowel voor werkgever als werknemer gunstig kunnen uitpakken? Zoals bruto minder betalen aan de ene kant en netto meer krijgen aan de andere kant?

Van Beekum: “Daar hebben wij geen voorbeelden van gezien. Het kwam er vooral op neer dat de werkgevers af wilden van de verplichting om loon te betalen als je een oproepkracht vier dagen of korter van tevoren afbelt. Of de transitievergoeding: die is voor vaste contracten omlaag gegaan. Dat is gunstig voor de werkgevers, maar die willen dan nog minder betalen. Zij willen er voortaan scholingskosten van af kunnen trekken, terwijl het vrijwel altijd scholing is die vooral nuttig was voor het bedrijf. Dus nee, aan zo’n maatregel doen wij niet mee.”

De twee FNV’ers kijken met tevredenheid naar de gevallen waarin tuinders medewerkers die jaar na jaar op uitzendbasis werkten nu vaste contracten aanbieden. “Dan werkt de WAB dus toch.”

35.000 medewerkers kunnen naar vast contract

Arbeidsdeskundige Peter Loef van Glastuinbouw Nederland en LTO Nederland kan voor een deel mee in de conclusie van de vakbonden dat er in de tuinbouw ruimte is voor meer vaste contracten.

“We hebben door het jaar heen 125.000 mensen aan het werk in de tuinbouw. Daarvan zijn er 85.000 werkzaam die niet op de loonlijst van de tuinbouwbedrijven staan. Dat zijn voornamelijk uitzendkrachten. Van die 85.000 werken er ruim 35.000 het hele jaar door in de tuinbouw. Dat zijn de mensen die tuinders vaste contracten kunnen aannemen”, zegt Loef.

Voor dat piekwerk is de WAB gewoon een ordinaire kostenstijging

Voor de bijna 50.000 mensen die echt alleen tijdens de pieken bij de tuinders werken, zijn de maatregelen in de WAB geen prikkel voor de tuinders: “Voor die echte seizoenarbeiders hébben de tuinders gewoon niet meer werk dan in die paar maanden. Voor dat werk is de WAB dus gewoon een ordinaire kostenstijging.”

Een ordinaire kostenstijging is niet het doel van de arbeidswetgeving van het kabinet. Daarom wil LTO Nederland in de lobby naar overheid en publiek een beroep doen op gemeenschappelijke goede bedoelingen. “Daarbij willen we om te beginnen de beeldvorming over flex in de tuinbouw beter baseren op de feiten en de cijfers die we hebben”, stelt Loef.

Feit en beeldvorming rond arbeid en arbeidsmigranten in de tuinbouw lopen volgens LTO te ver uiteen. - Foto: VidiPhoto
Feit en beeldvorming rond arbeid en arbeidsmigranten in de tuinbouw lopen volgens LTO te ver uiteen. - Foto: VidiPhoto

Laten zien dat niet jaarrond wordt geteeld

Bijvoorbeeld met praktijkvoorbeelden van telers laten zien hoe de arbeidsfilm van de bedrijven werkelijk is. “Om te laten zien dat 60% van de glastuinbouwbedrijven niet belicht is en nog steeds met de natuur te maken heeft, die ervoor zorgt dat er soms ineens meer werk is en soms juist minder. En sowieso niet jaarrond. Voor die gesprekken hebben we ook de Inspectie SZW en de ambtenaren van het ministerie uitgenodigd en ook de vakbonden.”

De praktijk is dat er altijd een stel scholieren niet komen opdagen

Hetzelfde geldt voor een van de breekpunten in de vastgelopen cao-onderhandelingen, het omgaan met oproepkrachten. “Dat zijn meestal scholieren. Tuinders merken al jaren dat het inderdaad steeds noodzakelijker wordt om voor bijvoorbeeld de zaterdag standaard meer scholieren op te roepen om op het gewenste aantal uit te komen. Want de praktijk is dat er altijd een stel niet komen opdagen.”

Loef: “Laten we met elkaar constateren dat er in de tuinbouw sowieso maar heel weinig met oproepkrachten wordt gewerkt. Wel met uitzendkrachten, maar als je die bestelt en je hebt er toch geen werk voor, dan moet je sowieso betalen. Dat snapt iedereen.”

LTO wil hoog WW-tarief terugdraaien

Behalve met beeldvorming is LTO ook bezig met het teruggedraaid krijgen van kostenverhogingen, zoals het hoge WW-tarief dat ook voor een deel van de seizoenarbeid is gaan gelden. Loef heeft goede verwachtingen dat de lage WW-premie er komt, maar niet meer voor 2020.

Het is een van de voorbeelden van arbeid die per uur duurder wordt voor de werkgever, zonder dat de werknemer meer krijgt uitbetaald. “Dat geldt ook voor scholieren die in de vakantie langer dan 12 uur in de week komen werken. Daarvoor gaat ook die hogere WW-premie gelden. Maar die scholieren gaan geen WW-uitkering aanvragen als ze na de vakantie weer naar school gaan.”

In de gesprekken hierover wordt wel erkend dat hier eigenlijk de lage WW-premie bij hoort. Probleem is dat de overheid het uitvoeringstechnisch ook nog rond moet krijgen: dat als een vinkje is gezet dat het gaat om een seizoenarbeider, dat dat ook werkelijk zo is. En dan moet vervolgens ook worden geregeld voor welke functies en welk type werk dat is.”

Teler: oogstrobot is de toekomst, maar nog niet praktijkrijp

Menig tuinder biedt nu dus mensen een vast contract aan, nadat ze al jaren in het seizoen als uitzendkracht zijn komen werken. Paprikateler André Kaashoek in IJsselmuiden bijvoorbeeld. Hij maakt daarbij een onderscheid tussen de arbeidsmigranten die ook meer gespecialiseerd werk komen doen en de echte piekarbeiders.

Kaashoek: “Ik heb ook vier plukkers een garantie op terugkeer aangeboden. Maar voor die groep heb ik maar werk van april tot oktober. Die gaan dan wat anders doen en eentje heeft me al laten weten dat hij het werk op de heftruck blijft doen waar hij nu terecht kon.”

Kaashoek is ervan overtuigd dat voor dat echte eenvoudige oogstwerk robotisering de toekomst is. Hij kan daar van dichtbij over oordelen, want hij was als praktijkbedrijf betrokken bij het project Sweeper. Hij ziet dus ook heel scherp dat bij de robotisering van oogstwerk van doorbraak nog nergens sprake is, eerder stagnatie.

“De vier jaar die dit door de EU gefinancierde project heeft geduurd is gewoon te kort. We hebben alle lof gekregen vanuit Brussel voor ons prototype en een mooie krul onder het eindrapport. Maar wie gaat nu geld steken in het ook echt praktijkrijp maken van de Sweeper?” Want het prototype doet gemiddeld 20 seconden over het oogsten van een paprika en laat 30% van de oogstrijpe vruchten hangen. Een mens doet het in 3 à 4 seconden en laat hooguit 2% hangen.

Oogstrobot Sweeper. Paprikateler André Kaashoek gelooft in de toekomst van robotisering, maar biedt voorlopig zijn flexkrachten meer vastigheid aan. - Foto: Peter Visser
Oogstrobot Sweeper. Paprikateler André Kaashoek gelooft in de toekomst van robotisering, maar biedt voorlopig zijn flexkrachten meer vastigheid aan. - Foto: Peter Visser

Wie financiert de ontwikkeling van plukrobots?

Robots die sneller en met een hoger succespercentage plukken, dat kan zeker. Maar dat gaat nog eens vier jaar duren, denkt Kaashoek. En wie gaat dát financieren? TKI-geld van de Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen is altijd maar co-financiering tot de helft.

Rabobank dan? Niels Snoep is Innovatiemanager bij de bank. Hij volgt de ‘digitale disruptie’ op de voet. Internet verandert ons leven en werken sinds 2000, maar de agrarische sector deed nog niet meteen mee. Snoep ziet echter sinds 2015 een omslag in de tuinbouw. “De tuinbouw is wel voorbij het stadium dat het nog wordt weggelachen. Er wordt serieus in geïnvesteerd in tech-start-ups in de agrifood. In 2013 was dat nog € 2 miljard, vorig jaar was het zo’n € 17 miljard.”

En ook al nemen de Rabobank-potjes ook elk jaar toe volgens Snoep, het lijken toch vooral de grote investeringsfondsen te zijn die over de brug moeten komen met het kapitaal met de langere adem voor het met succes naar de markt brengen van de oogstrobots, die nu her en der in de wereld als prototypes tussen de paprika’s, de frambozen, de appels en de tomaten rijden.

Wat mag wel en niet zonder cao?

De glastuinbouw heeft op dit moment geen cao. Gezien het moeizame verloop van de onderhandelingen is onzeker hoe lang dat gaat duren. In de open teelten is de oude cao lopende de onderhandelingen voor een nieuwe wel alvast met een jaar verlengd. Echter, omdat de algemeenverbindendverklaring is verlopen, geldt dat alleen onverkort voor de leden van de diverse werkgeversorganisaties zoals LTO en NFO. Dat geldt ook voor glastuinders die lid zijn van Glastuinbouw Nederland, LTO of Plantum en hun medewerkers die voor het verlopen van de cao Glastuinbouw in dienst zijn gekomen.

Nieuwe werknemers, nieuwe afspraken

Ook voor niet-leden, zowel in de glastuinbouw als in de open teelten, blijven de cao-bepalingen van kracht voor zover die in lopende individuele arbeidsovereenkomsten zijn opgenomen. Voor nieuwe werknemers mogen glastuinders nu nieuwe afspraken maken. Er blijft wel altijd sprake van ‘gelijk werk, gelijk loon’. Zijn er dus medewerkers in dienst met eenzelfde functie als de nieuwe medewerker en waarvoor de oude cao moet worden toegepast, dan gaan de bepalingen van de oude cao ook voor de nieuwe medewerker gelden.

Uitzondering op wettelijke ketenbepaling en jaarurenmodel

Er zijn ook bepalingen in de oude cao die voor de glastuinbouw sowieso met directe ingang zijn komen te vervallen. De cao Glastuinbouw kent namelijk een aantal bepalingen die ‘driekwart dwingend’ zijn. Driekwart dwingend recht is aan de orde als in de wet is opgenomen dat afwijking alleen mogelijk is per geldende cao. Deze bepalingen mogen dus niet meer worden toegepast omdat de cao Glastuinbouw is verlopen. Het gaat om de volgende twee bepalingen:

  1. De uitzondering op de wettelijke ketenbepaling. Die houdt in dat werknemers 3 tijdelijke contracten in een periode van 3 jaar mogen hebben. Als de werknemer minimaal 6 maanden uit dienst is wordt deze keten doorbroken en kan er met een nieuwe serie overeenkomsten worden gestart. In de cao Glastuinbouw was deze tussenpoos van 6 maanden teruggebracht naar 3 maanden. Dit is nu niet meer mogelijk. Per direct moet nu dus een tussenpoos van minimaal 6 maanden worden gehanteerd.
  2. Ook het jaarurenmodel waarbij niet alle gewerkte uren op WML-niveau direct worden uitbetaald, mag niet meer worden toegepast. Dat betekent dat bij iedere loonbetaling aan eigen medewerkers berekend moet worden of over ieder gewerkt uur minimaal het wettelijk minimumloon uitbetaald wordt (standaard periodeloon/aantal gewerkte uren, de uitkomst hiervan moet minimaal het wettelijk minimumloon zijn). Is dit niet het geval dan dient de werkgever het verschil bij te plussen.

Cafetariaregeling vervalt

Ook de cafetariaregeling vervalt nu in de glastuinbouw. Hiermee kan het loon fiscaal goed gestroomlijnd worden ingehouden voor de kosten die de werkgever heeft gemaakt voor onder meer huisvesting en reizen door buitenlandse seizoensarbeiders.

In de afspraken die zijn gemaakt met de Belastingdienst is als voorwaarde aangegeven dat een actuele cao van toepassing moet zijn. Het is in principe wel mogelijk om op individueel niveau afspraken te maken met het lokale belastingkantoor.

Eén reactie

  • M. Laan

    of bij lto werken vreselijk slechte onderhandelaars, of de positie om te onderhandelen is wel heel belabberd. Volgens mij hebben de meeste bedrijven wel de intentie om het netjes te doen met hun mensen, en de arbeidsmarkt is ook zeer gunstig voor de medewerkers. Prima zo , maar als je zo de werkgever in de hoek gaat zetten en dwingt tot vaste overeenkomsten, die zodra eenmaal afgesloten zo ongeveer alle kaarten in handen geven van werknemers, dan creeer je een scheve machtsverdeling met de werkgever in het nadeel. Helaas zijn het Vaak juist de werknemers met het minste hart voor de zaak en negatieve instelling, die dit aangrijpen om meer macht naar zich toe te trekken binnen de onderlinge verhoudingen in bedrijven.
    Jammer, want dan zullen bedrijven zakelijker moeten omgaan met alle dossiers van medewerkers, en daar krijg je een verharde maatschappij door, met uiteindelijk meer afstand tussen werkgever en werknemer. Enige die daar belang bij heeft is de bond zelf, want voor werknemer en werkgever en maatschappij is dat een achteruitgang...

Of registreer je om te kunnen reageren.