Glas

Nieuws

Nederland zet grote stap in opsporing ToBRFV

Nederland heeft ToBRFV-besmettingen in achttien rassen gevonden en trekt uit die genetische informatie conclusies over herkomsten en oorsprong van het virus.

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft het voortouw genomen in het volledig transparant delen en naspeuren van alle internationale bekende besmettingen van het Tomato brown rugose fruit virus (ToBRFV). Daaruit trekt de NVWA al voorlopige conclusies.

In het open internetmodel Nextstrain heeft de NVWA alle (anonieme) informatie van de besmettingen gepubliceerd met de genetische informatie van de verschillende gevonden virussen. Het genetische onderzoek van de NVWA wordt nog in een wetenschappelijk tijdschrift gepubliceerd, maar het internetmodel is openbaar. Nextstrain wordt ook gebruikt om voor andere uitbraken als Covid-19 data te delen tussen landen en onderzoeksinstellingen.

Twee clusters in één dorp

Van de zeventien ToBRFV-uitbraken in Nederland en de vier gevonden besmette zaadpartijen (import) zijn 54 verschillende genetische samenstellingen (genomen) vastgelegd in dit model. Deze 54 zijn te verdelen in drie clusters die mogelijk elk naar dezelfde herkomst te herleiden zijn. Relaties met uitgangsmateriaal zijn niet te leggen, stelt NVWA-onderzoeker Bart van de Vossenberg. Ook locatie lijkt lastig te verklaren. De NVWA vond bijvoorbeeld genomen uit twee verschillende clusters in één dorp. Soms werd eenzelfde cluster gevonden in twee ver van elkaar gelegen bedrijven. Wel concludeert de NVWA dat het virus mogelijk al in 2017 aanwezig was in Nederland.

Buitenlandse vondsten toegevoegd

In totaal is in Nederland op achttien verschillende tomatenrassen het virus aangetroffen, stelt de NVWA. Er is op basis van de genetische informatie dus niets te zeggen over een relatie met een specifiek ras, zaadpartij of zelfs plantenkweker. De database van Nederlandse genetische vondsten wordt aangevuld met de resultaten van andere landen. Zo zijn op dit moment Duitse, Italiaanse, Israëlische en Britse resultaten toegevoegd, waardoor uitbraken in verschillende landen te koppelen lijken, omdat ze in één cluster worden geplaatst.

Oorsprong virus

Van de Vossenberg gaf op de Britse tomatenconferentie van de Britse Tomato Growers Association vorige maand een presentatie en trok voorzichtig een opzienbarende conclusie. De Nederlandse vondst van besmet zaad uit Peru heeft een geheel eigen genetische structuur. Van de Vossenberg vermoedt dat de landen waar de eerste besmettingen gemeld zijn, daardoor mogelijk niet de herkomstlanden zijn van het virus. Om echt krachtige conclusies over herkomsten te trekken, is meer genetische informatie nodig. Hij riep andere landen op de genomen toe te voegen aan de database.

Door bestaande genetische informatie te delen is een relatie te leggen tussen internationale uitbraken. - Foto: Nextstrain/NVWA
Door bestaande genetische informatie te delen is een relatie te leggen tussen internationale uitbraken. - Foto: Nextstrain/NVWA

Te vroege conclusie

Op het tomatencongres liet de Britse onderzoeker Adrian Fox van Fera, het Britse nationale lab voor plantgezondheid, weten dat het te vroeg is om te concluderen dat recent gevonden ToBRFV-resistenties de absolute oplossing zijn. Het is afwachten of het lukt deze goed in te kruizen in commerciële rassen, stelde Fox.

De Britse tomatenteler Phil Pearson wilde weten of tussen de drie clusters in Nederland verschillen zijn in schade of symptonen. Als voorzitter van de Britse tomatentelersorganisatie leidde hij het online tomatencongres. “Is er één cluster extra schadelijk of zijn ze allemaal slecht?” Van de Vossenberg vindt het te vroeg voor zulke conclusies. De Nederlandse inspecteurs konden ook niet altijd alle symptonen vastleggen omdat ze niet altijd een fototoestel of telefoon konden bedienen uit angst het virus te verspreiden.

Teelt, niet ras, bepalend

Britse onderzoekers hebben wel een vermoeden dat de start met ledbelichting een rol kan spelen in het ontwikkelen van symptonen. Zij hebben niet de indruk dat het schadebeeld rasafhankelijk is. Het zijn de omstandigheden in de teelt die voor schade het meest bepalend zijn, zoals virusload (hoeveelheid virusdeeltjes waarmee besmetting plaatsvindt) en teeltomstandigheden.

Of registreer je om te kunnen reageren.