Glas

Nieuws

CBS corrigeert foute cijfers inzet biologische plaagbestrijding

De Nederlandse glasgroentetelers gebruiken wel degelijk bijna allemaal biologische gewasbescherming. Statistiekbureau CBS erkent dat een bericht in april hierover onjuist was.

De correctie van het aantal tuinders dat biologische bestrijders inzet om het gewas gezond te houden, kwam deze week tegelijk met de algemene cijfers over chemische gewasbescherming. Uit die cijfers blijkt dat het gebruik van chemische middelen door alle boeren en tuinders in kilo’s 3,5% is afgenomen, maar per hectare 2% is toegenomen.

In de kassen van de Nederlandse groentetelers wordt het laagste aantal kilo’s aan middelen gebruikt. Wel is die hoeveelheid met 9% gestegen van 45 naar 49.000 kilo. Dat komt neer op 12,4 kilo per hectare, in 2012 nog 11,6. En dat is weer een stijging van 6,9%.

Data op andere manier aftappen

Het toepassen van biologische bestrijding door glasgroentetelers werd eerder dit jaar onderschat doordat gebruik werd gemaakt van registratiegegevens die niet compleet bleken te zijn, zegt Cor Pierik van CBS.

“Om de enquêtedruk bij ondernemers te verminderen, proberen we gebruik te maken van data die we op een andere manier aftappen. Dat ging bij deze registratiegegevens mis omdat achteraf bleek dat niet alle tuinders daarin het gebruik van biologische bestrijders aangaven”, aldus Pierik.

Beeld biologische bestrijding bijstellen

Met nader onderzoek is dat beeld nu bijgesteld. De telers van tomaten, komkommers en paprika’s werkten in 2016 in vrijwel alle kassen met biologische bestrijders, aldus het CBS. In 2012 werd ook al in bijna alle tomatenkassen gewerkt met biologische bestrijders. In de komkommer- en paprikateelt was dit toen nog minder dan 90% van de kassen het geval.

In de sierteelt onder glas werden in 2016 in 7 op de 10 kassen biologische bestrijders ingezet. Dit was in 2012 nog in 45% van de kassen. Die toename kan ook als verklaring dienen voor het afgenomen gebruik van chemische middelen in de bloemenkassen.

Of registreer je om te kunnen reageren.