Glas

Achtergrond

Positie voor biologische middelen

Ondanks minder goede en meer wisselende resultaten in effectiviteit dan chemische middelen, bieden biologische gewasbeschermingsmiddelen kansen in de totale plantgezondheidsaanpak.

Tijdens een door Mertens, Botany en LTO Glaskracht Nederland georganiseerde Gewasgezondheidsdag bij Botany in Horst toonde BASF resultaten van een lopende proef tegen rups in paprika.

Milde winters

Rupsen vormen de laatste jaren meer problemen dan voorheen. In sommige teelten spelen belichting en kortere teeltwisselingsperiodes daarbij een rol. Mogelijk dat ook milde winters en de klimaatsverandering bijdragen aan een snellere ontwikkeling van sommige rupsensoorten. Zo lijkt Duponchelia vaker problemen te veroorzaken.

Opvolging middelen

De vertrouwde Nomolt speelt nog steeds een goede rol in de rupsbestrijding, maar het al oudere middel krijgt het steeds lastiger om door herbeoordelingen van de toelating heen te komen. In de vergelijkingsproef blijkt naast Nomolt gelukkig ook een nieuw middel in beproeving hoopvolle resultaten te geven: met bijna 60% afdoding op 6 dagen na de eerste toepassing en bijna 100% resultaat op 7 dagen na de tweede toepassing.

Nematoden tegen rupsen

Een biologisch middel op basis van nematoden gaf bij beide beoordelingen slechts 20% effect. Ondanks dat gelooft BASF in de toekomst van dit soort middelen. Betere kennis van optimale temperatuur- en vochtomstandigheden tijdens de toepassing kunnen het effect verhogen. En omdat aaltjes zich beter in de bodem kunnen handhaven dan bij een bladbespuiting, wordt ook nadrukkelijk gekeken naar toepassing tegen ziektes rond de plek waar de stengel uit het substraat komt. Dat vraagt wel substraten die vochtig blijven, en niet te veel grove delen bevatten waardoor aaltjes uitgespoeld worden. Op steenwol zal het dus niet werken.

Inzet tijdens incubatietijd

Tegen meeldauw in tomaat worden ook biologische middelen beproefd. Waar chemie pas ingezet wordt als er meeldauw-stippen verschijnen, om optimaal gebruik te maken van het maximaal aantal toegestane bespuitingen per jaar, worden de biologische middelen juist preventief direct na planten toegepast om effectief te zijn. Curatief bieden ze geen effectieve oplossing. In de proef is drie keer om de week gespoten na de plantdatum.

Uitleg over proeven gewasbescherming. Foto: Peter Visser
Uitleg over proeven gewasbescherming. Foto: Peter Visser

Duurwerking

Waar gangbare gewasbeschermingsmiddelen als Signum, en in nog grotere mate Abir, een goede nawerkingsduur vertonen in de proef, komt meeldauw bij de gebruikte biologische fungiciden weer opzetten als er gestopt wordt met behandelingen. Toch kunnen deze groene middelen ingezet worden om zonder residu het optreden van meeldauw uit te stellen, waardoor er meer ruimte is om het beperkte toegestane aantal chemische bespuitingen zo effectief mogelijk in te zetten. Daarbij valt op dat Signum nog steeds heel effectief blijft. Hoewel de inzet met oog op bovenwettelijke eisen van supermarkten minder wenselijk is, blijken de twee werkzame stoffen in Signum resistentie-doorbraken wel langer tegen te houden dan bij moderne solo-middelen met slechts één actieve stof.

Hulpstoffen

Tijdens de Gewasgezondheidsdag werd onder andere ook de bijdrage van hulpstoffen besproken bij een effectieve toepassing van gewasbeschermingsmiddelen. De keus van een hulpstof hangt af van het beoogde doel. Anti-drift hulpstoffen helpen middelen om zoveel mogelijk op de plant te komen, depositie verbeterende hulpstoffen zorgen dat druppels bij het raken minder van bladeren afketsen, uitvloeiers geven een betere spreiding op het blad en hechters/stickers verhogen het contact van de actieve stof met een plaag of ziekte, penetrators verbeteren de opname van actieve stof in een plaag of blad.

Snellere aanloop-werking

In een proef bij Botany van Syngenta, met Plenum tegen wittevlieg, bleek toevoeging van Hasten een snellere aanloopwerking op te leveren. Bij de uiteindelijke laatste telling was het afdodende effect redelijk gelijkwaardig, maar bij de eerste telling werd door toevoeging van Hasten al meer dan 60% effect tegen wittevlieg bereikt, terwijl die eerste telling met alleen Plenum slechts op 20 procent uit kwam.

Bijeffecten

Daarbij moet wel rekening gehouden worden met bijkomende effecten van deze hulpstoffen. Bij gebruik van uitvloeiers moet vaak ook de hoeveelheid spuitvloeistof naar beneden bijgesteld worden, omdat anders door het uitvloei-effect meer afdruip gaat optreden. Super-uitvloeiers verlagen de oppervlaktespanning voor een betere bedekking van het blad met druppels, maar dit versneld tevens de verdamping van de spuitvloeistof. Bij middelen die over langere tijd opgenomen dienen te worden, kan dat een negatief effect hebben.

Waslaag

Een hulpstof als Hasten tast de waslaag aan, wat de middelindringing verbetert, maar die waslaag-aantasting kan het blad ook vatbaarder maken voor indringing van andere ziektes. Een siliconen laagje dat sommige hulpstoffen over het blad leggen voor een betere middelwerking, kan een negatief effect hebben op meebespoten biologische bestrijders op dat blad. Dat is nog niet zo erg als alleen de natuurlijke vijand van de uitgeschakelde plaag een tik krijgt, die anders toch ook in populatie zou afnemen door een verminderd voedselaanbod, maar als andere plaag/biologie-verhouding verstoord worden is dat wel nadelig.

Of registreer je om te kunnen reageren.