Home

Nieuws 462 bekeken

Doorrekening van Centraal Planbureau blijft theoretische exercitie

Het Centraal Planbureau (CPB) maakt bij de verkiezingen een doorrekening van de gevolgen van de uitvoering van verkiezingsprogramma’s.

Het CPB gaat uit van een eenpartijstelsel. In de doorrekening van de verkiezingsprogramma’s die het CPB vorige week presenteerde, wordt ervan uitgegaan dat alles wat een partij voorstelt, ook daadwerkelijk wordt uitgevoerd. In coalitieland Nederland zal dat nooit gebeuren.

Een komend kabinet moet voor een meerderheid in Eerste én Tweede Kamer uit ten minste vier partijen bestaan, of in elk geval de steun van vier partijen hebben. Dat betekent dat de doorrekening door het CPB politiek gezien een theoretische oefening is, omdat geen enkele partij in Nederland ooit alleen de meerderheid heeft.

Sommige partijen laten programma niet doorrekenen

De doorrekening van de verkiezingsprogramma’s is bovendien weer een botsing tussen ideologieën van de partijen en de modellen van het CPB. Enkele partijen (PVV, Partij voor de Dieren, 50PLUS) lieten hun verkiezingsprogramma’s helemaal niet doorrekenen. Die manoeuvre is niet zonder risico, want bij politieke debatten krijgen vertegenwoordigers van die partijen bij elk plannetje voor de voeten geworpen dat onbekend is hoe het zal uitpakken, omdat het CPB het niet heeft doorgerekend.

Tegelijk met de presentatie van het CPB kwam het Planbureau voor de Leefomgeving met een modelmatige doorberekening van de effecten van het voorgenomen beleid op de leefomgeving. Het aantal partijen dat die doorrekening aan zich voorbij liet gaan was nog groter. Gerenommeerde politieke partijen, zoals CDA en SGP, lieten de PBL-doorrekening achterwege. ChristenUnie koos daar wel voor en kreeg meteen te maken met de modelmatige werkelijkheid, die de partij liever anders had gezien. PBL gaat ervan uit dat behoud van derogatie voor de melkveehouderij gepaard gaat met een inkrimping van de melkveestapel van (ongeveer) 10%. En daardoor kwam ChristenUnie in het rijtje van (voornamelijk linkse) partijen die de inkrimping van de veestapel nastreven. “Dat willen we niet”, lichtte woordvoerder Carla Dik-Faber toe. “Wij willen behoud van de derogatie, en het PBL gaat ervan uit dat dat 10% van de melkveestapel kost. Volgens ons hoeft dat niet zo te zijn. LTO Nederland gaat ook uit van een lager aantal. Maar het PBL liet zich niet overtuigen.”

‘De PBL-doorrekening is veel te gedetailleerd’

Het CDA liet het PBL geen doorrekening maken omdat, zoals CDA-landbouwwoordvoerder Jaco Geurts zei, het verkiezingsprogramma van zijn partij een hoofdlijnenplan is. “De PBL-doorrekening is veel te gedetailleerd, dan zouden we allerlei maatregelen doorgeven waar ons programma niet in voorziet. Daarom hebben we niet meegedaan.”

Voor ChristenUnie, Vrijzinnige Partij, Partij van de Arbeid, VVD, GroenLinks, D66 en SP was de veronderstelde gedetailleerdheid van de plannen geen probleem.

Of registreer je om te kunnen reageren.