Vollegrond

Nieuws

Eurofins Agro splitst bodembiologie verder uit

In de loop van 2018 zal Eurofins Agro op de analyseverslagen een specifieker uitgesplitst beeld gaan geven van de bodembiologie. Op dit moment wordt alleen de hoeveelheid actief bodemleven (schimmels en bacteriën) gemeten, maar het laboratorium gaat meer inzicht geven in de totale microbiële activiteit en diversiteit.

Naast de (aanstaande) veranderingen rond de bodembiologie heeft Eurofins Agro vanaf heden het pH-advies vernieuwd. Verder zijn alle gevonden lab-resultaten voortaan omgerekend naar kilo’s per hectare en zit er standaard een BodemScout (‘bontheid’) plaatje bij de BemestingsWijzer.

PLFA-methode

Met de zogenaamde PLFA-methode gaat Eurofins Agro onderscheid maken in de aanwezige bodembiologie. Met deze internationaal erkende methode zijn vrijwel alle soorten fosfolipidenvetzuren van elkaar te onderscheiden. Aangezien de soort vetzuur kenmerkend is voor een soort van bodemleven – zoals pathogenen, mycorrhiza-schimmels, stikstofbinders of nuttige pseudomonassoorten – is op die manier de diversiteit van het bodemleven aan te geven. Dat zal uitgedrukt gaan worden in ‘indices’ in de categorieën totale microbiologische activiteit, microbiologische activiteit en microbiologische diversiteit.

De methode is specifieker, betrouwbaarder en nauwkeuriger dan de huidige bepalingen op kweekplaten, microscopische tellingen of ademhalingsmetingen. Bovendien is de methode sneller en goedkoper. In vergelijking met de DNA-methode is de PLFA-methode specifieker op soorten. Product Manager Geo Petra van Vliet maakte in Venlo op een van de Expertdagen van Eurofins Agro bekend dat het bedrijf de uitgesplitste bodembiologie op het analyseverslag gaat vermelden.

Vernieuwde BemestingsWijzer

Vanaf heden zijn er ook al andere veranderingen doorgevoerd in de BemestingsWijzer van Eurofins. Zo is het pH-advies vernieuwd, waarbij het uitgangspunt is dat de pH in alle situaties minimaal 5.0 moet zijn voor een goede beschikbaarheid van nutriënten, maar ook voor handhaving van de fysische en biologische eigenschappen van een bodem.

Verder staan voortaan niet alleen van calcium, maar van álle nutriënten de lab-resultaten weergegeven in kilo’s per hectare in plaats van in milligram per kilo droge grond. Als eenheid is gekozen voor het element (bijvoorbeeld P) en niet een verbinding (bijvoorbeeld P2O5), omdat juist de verhouding tussen de pure elementen van belang is voor het bemestingsadvies.

Foto: Stan Verstegen
Foto: Stan Verstegen

De adviezen voor de aanvoer van nutriënten, aanvoer van organische stof en het advies rond structuurverbetering zijn voortaan bijeengebracht op één pagina. Deze adviezen horen standaard in het gewas- en bodemgerichte verslag. Bij alleen een gewasgericht advies wordt alleen een advies gegeven over de benodigde aanvoer van nutriënten voor het betreffende gewas. Adviezen over pH, organische stof of structuurverbetering blijven dan achterwege, evenals reparatieadviezen rond P of K. Als alleen een gewasgericht advies nodig is, moet dat specifiek vermeld worden als ‘jaarteeltadvies’.

Ook is er een pagina toegevoegd met daarop een scan van het betreffende perceel zoals dat wordt weergegeven in de BodemScout. Het plaatje maakt de bontheid in een perceel inzichtelijk, zonder daar adviezen aan te koppelen. Het gaat er meer om de oorzaak van deze bontheid te achterhalen en dan daarop zo mogelijk actie te ondernemen.

Organische stof op peil houden

Eurofins Agro wijst nog op het belang van organische stof, maar ook dat het percentage op zich niet alles zegt. Gemiddeld genomen blijft het organischestofgehalte in Nederland op peil, maar er blijkt wel verandering te komen in de samenstelling tussen de nutriënten C, N, S en P. Het percentage zwavel (S) neemt af en dat betekent dat de kwaliteit van de organische stof verandert en de organische stof gemiddeld genomen stabieler wordt. Nutriënten zoals stikstof en zwavel komen uit een stabielere organische stof namelijk langzamer vrij en zijn daardoor minder beschikbaar voor de plant.

Eurofins Agro adviseert dan ook een plan van aanpak te maken om het organischestofgehalte binnen de kaders van de wet minimaal op peil te houden en de samenstelling te sturen om de beschikbaarheid van nutriënten te handhaven. Daarbij gaat het om keuzes tussen bijvoorbeeld drijfmest, vaste mest, diverse soorten compost of stro.

Of registreer je om te kunnen reageren.