Home

Nieuws

Tuinder moet kiezen tussen 2 fiscale voordelen

Na een jaar mogelijk van beide regelingen te hebben kunnen genieten moeten tuinders nu in veel gevallen kiezen tussen of het Lage Inkomens Voorziening (LIV) of de cafetariaregeling.

Aan het einde van het arbeidsseizoen staan tuinders voor keuzes die te maken hebben met wel of niet in aanmerking komen voor de fiscale subsidie het Lage Inkomens Voorziening (LIV). Deze voorziening is in het leven geroepen om werkgevers te stimuleren mensen werk te geven op of maximaal 25% boven het wettelijk minimumloon.

Afgelopen maand kregen tuinders voor de eerste keer subsidiegeld uitgekeerd op basis van hun loonbelastingaangifte over 2017. Dat voordeel – dat niet apart hoeft te worden aangevraagd, maar dat automatisch door fiscus en UWV wordt berekend – kan in de duizenden euro’s lopen. Aantrekkelijk genoeg dus om ook over 2018 voor deze fiscale subsidie in aanmerking te willen komen.

Langer doorwerken voor urencriterium

“Tuinders bellen ons nu bijvoorbeeld met de vraag of het slim is om medewerkers nog even wat langer te laten doorwerken om aan het criterium van minimaal 1.248 werkuren te komen”, zegt Kim Verhoeven van van Oers Loonadvies. “Maar bij doorvragen komen we er soms achter dat het om werknemers gaat die ook onder de cafetariaregeling vallen. En doordat die regeling er in 2018 heel anders uit is gaan zien dan in 2017, kan het best zo zijn dat medewerkers voor wie een tuinder over 2017 nog wel én dat lage inkomensvoordeel én het voordeel van de cafetariaregeling kreeg, dit jaar zullen moeten kiezen tussen het een of het ander.”

Cafetariaregeling bruto-netto veranderd

Dat er anders dan vorig jaar dit jaar vaak gekozen zal moeten worden, heeft te maken met de veranderde werking van de cafetariaregeling (vergoedingen voor huisvesting en ziektekostenverzekering mogen van het brutoloon worden afgetrokken), waardoor het fiscale loon van de medewerker onder de ondergrens voor de Lage Inkomens Voorziening zakt.

Eigen voordeel versus gedeeld voordeel

“Het dilemma voor de werkgever kan dan zijn dat dat lage inkomensvoordeel dat hij kan behalen bij bepaalde werknemers groter is dan het voordeel dat hij als werkgever voor diezelfde werknemer uit de cafetariaregeling haalt. Maar in die cafetariaregeling hebben behalve de werkgever óók de werknemers een financieel voordeel en in de Lage Inkomens Voorziening niet.”

Medewerker voor nadeel compenseren

Hoe dit uit kan werken in de praktijk is per werkgever verschillend. Dat is afhankelijk van de lengte van het seizoen, toepassing van de cafetariaregeling, aantal arbeidsuren binnen de arbeidsperiode en de hoogte van het salaris en overige vergoedingen. Sommige werkgevers kiezen ervoor om toch het voordeel van die Lage Inkomens Voorziening te pakken en dan de werknemers voor hun nadeel deels te compenseren. Bijvoorbeeld door een reiskostenvergoeding toe te kennen aan het einde van het seizoen voor de reis terug naar huis. Het voordeel van de toepassing van de cafetariaregeling heb je echter direct en de subsidie voor de LIV krijg je pas, na toetsing aan alle voorwaarden, 1 jaar achteraf.

Of registreer je om te kunnen reageren.