Home

Achtergrond

Vruchten van federatie FVO hangen nu lager

De markt en politiek laten zich niet dwingen. De Federatie VruchtgroenteOrganisaties (FVO) liep stuk op bundeling en GMO-problemen. Juist op deze thema’s is vooruitgang nu de FVO ze losliet. De nieuwe strategie van de FVO is beduidend kleiner, met haalbaarder doelen. Hoe kijken de afzetorganisaties er zelf op terug en hoe ziet de toekomst eruit?

Best of Four en Van Nature gaan mogelijk fuseren. Zo lijkt de FVO alsnog resultaat op te leveren. De FVO wilde onder leiding van Cees Veerman vanaf 2015 de 6 afzetorganisaties in glasgroenten naar elkaar laten toegroeien. Komt het nu tot een fusie, dan is dat buiten de speeltijd. Sinds 2018 streeft de FVO namelijk niet meer naar afzetconcentratie. Er was geen draagvlak voor.

Vorig jaar moesten de afzetorganisaties besluiten of ze nog verder naar elkaar toe wilden groeien na 2 jaar FVO. Bij de bestuurders van de afzetorganisaties was die behoefte er onvoldoende. De koers werd omgelegd en zo kwam een eind aan een meerjarig traject dat in 2014 startte met het McKinsey-onderzoek en de ketenherstelplannen.

Verschillende commerciële modellen

Komt die fusie er nu, dan is dat niet direct de verdienste van de FVO. Dat beamen de direct betrokken directeuren en FVO-voorzitter Michiel F. van Ginkel. Best of Four en Van Nature hielden elkaar ook wel in het oog zonder FVO-bijeenkomsten. Wel valt op dat de Barendrechtse afzetorganisaties nu over hun verschillen in commercieel model heen stappen. De markt is veranderd, stellen beide. De commerciële modellen passen nu wel bij elkaar, waar dat in 2016 (bij de eerste fusiepoging) nog het struikelblok was.

Juist op die strategie heeft de FVO zich gericht. Als één van de FVO-speerpunten werden de modellen van de 6 leden geanalyseerd. Samengaan zou niet werken, was de conclusie. De tijd lijkt die conclusie echter te achterhalen. Zo sprak voorzitter Jack Groenewegen van Prominent (DOOR) zich nog recent uit voor de vorming van 3 sterke afzetorganisaties in Nederland.

Er was frustratie

Zachte factoren belangrijk

Jelte van Kammen, directeur van Harvest House, denkt dat de FVO toch vooral belangrijk is geweest voor betere betrekkingen tussen de partijen. Het effect daarvan moet niet onderschat worden. “Het is goed dat door FVO de 6 voorzitters bij elkaar zitten. Er was frustratie. Dat gaat al ver terug tot midden jaren 90.”

Misschien werden ook de verkeerde zaken verwacht, denkt Van Kammen. Dat telersverenigingen op papier wel of niet bij elkaar passen, betekent niet alles voor de praktijk. “Bij de start van het traject met McKinsey keek iedereen naar rationele zaken, maar het is vooral cultuur. Daar moet je naar kijken.”

Lees verder onder de foto.

Oogst van San Mazzano tomaten. - Fotostudio Atelier 68
Oogst van San Mazzano tomaten. - Fotostudio Atelier 68

Exportmodel voor paprika

Van Kammen zegt dat Harvest House zich binnen de FVO echt open heeft gesteld voor concentratie. “We hebben wel gelonkt naar anderen, maar er is niet terug gelonkt.” Het marktherstel voor glasgroenten sinds 2014 nam ook de noodzaak weg tot verandering.

Ondanks het uitblijven van concentratie telt de Harvest House-directeur wel zijn zegeningen. Uit de FVO is ook CoalitieHOT ontstaan, een impuls voor herstructurering en energietransitie. En van mislukkingen valt ook veel te leren. Er is bijvoorbeeld kennis opgedaan over het ontwikkelen van nieuwe markten in het gezamenlijke exportmodel voor paprika naar China. Daar is geleerd wat nodig is om goed samen te werken en gericht te produceren voor 1 markt. Toch besloten de afzetorganisaties eerder dit jaar dat handelsbedrijven beter en dichter op de Chinese markt opereren. De FVO stopte het project in China.

GMO-doel via lobby

Een ander FVO-speerput was GMO. De problemen met de Europese subsidieregeling zijn niet opgelost door de FVO. Ook hier werd wel een aanzet gegeven. De FVO maakte in 2016 een toekomstvisie voor de sector waarop de Nederlandse GMO-uitvoering kon worden afgestemd. Toch zagen meer afzetorganisaties af van GMO en de FVO liet het onderwerp los. Minister Carola Schouten onderhandelt nu in Brussel voor meer uitvoeringsruimte voor de GMO-regeling in Nederland. Er was misschien meer tijd nodig en een doortastende minister.

PlanetProof

Van Kammen denkt dat een lobbyagenda belangrijk is voor de FVO. Met lobby is de laatste 3 jaar te weinig bereikt. Hij noemt vooral de Europese verordening voor biologische landbouw. De substraatteelt kan de komende 8 jaar nog altijd geen EKO-erkenning krijgen. Zo zijn er meer lobbyonderwerpen. De afzetpartijen vinden elkaar in bijvoorbeeld hun standpunt over PlanetProof. In het najaar stuurden de gezamenlijke afzetorganisaties een brief naar Stichting Milieukeur. Zij drongen er op aan dat het teeltschema On the Way to PlanetProof niet mag verslappen voor buitenlandse teeltgebieden. Het uitvoeren van lobby bij overheden blijft bij uitstek een taak voor Glastuinbouw Nederland en GroentenFruit Huis. Van Kammen: “Daar zijn we op zich heel tevreden mee.”

Ook deze werkwijze evalueren

De evaluatie van de eerste 2 jaar van de FVO is onder leiding van bureau Florpartners in een rapport vervat. Dat rapport is niet openbaar, stelt voorzitter van de FVO Michiel van Ginkel.

Op de huidige FVO-strategie wil Van Ginkel wel een toelichting geven. Die bestaat uit lobby en het samen praten over grote thema’s die ‘niet-concurrentieel’ zijn. “We gaan niet meer zelf het werk doen. We zijn als FVO nu minder een uitvoeringsorgaan geworden. Dat doet GroentenFruit Huis al en Glastuinbouw Nederland of Greenport Nederland. Daar zijn we allemaal lid van.”

Die nieuwe strategie van de FVO is ook weer aan een termijn gebonden. Van Ginkel: “De FVO is altijd goed in zaken opstarten, maar minder goed in stoppen. We zullen het na 2 jaar evalueren. Als dat niet uitpakt zoals verwacht, zullen we er ook mee stoppen.”

Lees verder onder de afbeelding.

Illustratie van marktvisie van Federatie VruchtgroenteOrganisaties (FVO). Daarbij speelt de sector in op digitalisering, verduurzaming en meer grip in de afzet. - Ilustratie: FVO
Illustratie van marktvisie van Federatie VruchtgroenteOrganisaties (FVO). Daarbij speelt de sector in op digitalisering, verduurzaming en meer grip in de afzet. - Ilustratie: FVO

Financiering

De financiële bijdrage van afzetorganisaties aan de FVO zijn door de afgeslankte agenda ook terug gelopen. In de eerste 2 jaar brachten de afzetorganisaties samen € 160.000 in, een kwart van de begroting van Coalitie HOT. De afzetorganisaties financierden de FVO-projecten nog op projectbasis.

Als de lange termijn van de FVO niet zeker is, wat betekent dat dan voor Coalitie HOT? De FVO werkt als één van de satellieten in CoalitieHOT en is één van de financiers. Van Ginkel: “Wij zijn maar één van de participanten in CoalitieHOT naast Rabobank, FloraHolland en overheden. CoalitieHOT zit in het laatste jaar van haar commitment. Ook daar zullen we gaan evalueren en nadenken hoe we verder gaan.” Het project Onderneming2026 wordt dan ook meegenomen. Daarin stimuleert CoalitieHOT teeltbedrijven na te denken over hun eigen toekomst.

Doelen via andere weg gehaald

Belangrijke doelen van de FVO zijn niet gehaald, maar komen alsnog binnen bereik (fusie en GMO). Andere doelstellingen zijn zonder FVO-inmenging wel gehaald: De teeltbedrijven zijn financieel gezonder dan vòòr 2014, het gevolg van een algemeen marktherstel. Ketenverbeteringen zijn er vanzelf gekomen met meer verticale ketens. Op milieugebied zijn Nederlandse telers voorop gaan lopen, maar ook daar is met PlanetProof op een ander bord geschaakt dan de FVO.

Taskforce landbouwmarkten

Cees Veerman heeft dan in FVO-verband geen harde resultaten gehaald. Toch denkt Van Ginkel dat Veerman van grote waarde geweest is voor de glasgroentesector binnen de FVO. “We zijn nu beter georganiseerd dan een aantal jaar geleden. Ik denk dat Veerman dit met autoriteit voor elkaar heeft gekregen.”

Veerman drukte de laatste 3 jaar wel nog op een andere manier een stempel op verbetering van de marktpositie van telers. Hij leidde de taskforce landbouwmarkten namens de Europese Commissie. Veerman moest aanbevelingen doen om de positie van telers in de keten te verbeteren. Die zaken worden nu ingevoerd, zoals betere marktinformatie, duidelijker regels over samenwerkingsmogelijkheden en eerlijke handel. Hij heeft zijn sectorvisie daar met name weten in te zetten.

Praten over misbruik data en ecomodernisme

Nu de thema’s en doelstellingen van de Federatie VruchtgroenteOrganisaties zijn veranderd, komen de 6 afzetorganisaties (The Greenery, ZON, Harvest House, DOOR, Van Nature en Best of Four) ook minder vaak bij elkaar.

De organisaties komen vooral bij elkaar in symposiavorm, of inspiratiesessies. Zo organiseerde ZON eerder dit jaar een themabijeenkomst over big data en kunstmatige intelligentie, een commercieel belangrijk onderwerp. Steeds meer toeleveranciers kloppen bij telers aan voor data. Ze willen een sensor installeren in de kas, of een camera ophangen. Het gevaar is dat die oogstgegevens door derden gebruikt kunnen worden om te speculeren in de afzet. Die data voorspelt immers de productie. De afzetorganisaties willen in het project GLAS4.0 daarvoor een stokje steken. FVO-voorzitter Michiel Van Ginkel: “We kijken hoe we verder gaan met big data. Ergens deze weken zullen we een dataprotocol overleggen aan de coöperaties.” GLAS4.0 heeft nog een taak. Het beoordeelt namens telers of beschikbare innovaties toepasbaar zijn voor de sector.

Ecomodernisme kans voor sector

Een ander onderwerp waarin de afzetorganisaties zich binnen de FVO verdiepen, is ecomodernisme. De stroming bestaat al sinds 2004 in de VS, maar lijkt in de tuinbouw in opkomst. Het is een tegenstroming als reactie op milieuorganisaties die steeds hameren op milieuproblemen door bedrijfsleven.

Ecomodernisten erkennen de bestaande milieuproblemen wel, maar geloven in de mogelijkheid deze in de toekomst met behulp van technologische innovaties en schonere productie op te lossen. Die technieken zullen vervolgens sterk bijdragen aan een nieuwe, duurzame economie. Van Ginkel: “Ecomodernisme is een mogelijkheid te verhinderen dat je een speelbal wordt van maatschappelijke organisaties, als zij de beeldvorming over de sector beïnvloeden.”

De glastuinbouw moet zichzelf als succesnummer profileren op gebied van schoon en efficiënt produceren, denkt Van Ginkel: “We kunnen met dit onderwerp het stuur weer in handen krijgen en de glastuinbouw aan de man brengen. Er is een grote afstand tussen productie en hoe consumenten daar naar kijken.”

Is dat een opstap naar een imagocampagne voor de sector? “Zo ver is het nog niet. Het gaat eerder om hoe je uitgangspunten breder uitdraagt naar de maatschappij, maar dat kan ook door bijvoorbeeld GroentenFruit Huis gebeuren”, aldus de FVO-voorzitter.

Of registreer je om te kunnen reageren.