Home

Achtergrond

Minister Schouten: ik wil snel, maar moet realistisch zijn

In 2019 zal minister Carola Schouten plannen en voornemens waarmaken. De minister wil vaart maken. “Soms wil je volgende week alles geregeld hebben.”

Carola Schouten begon met fris enthousiasme aan het nieuwe jaar met bemoedigende woorden. Boeren, tuinders en vissers staan er niet alleen voor, is haar boodschap. Er zijn vrijwilligers, buren en andere betrokken mensen die onderdeel uitmaken van gemeenschappen, die om de boeren heen staan. “Ik zal betrokken en duidelijk zijn”, schrijft ze.

2019 is haar tweede kalenderjaar als minister. Het is het eerste jaar waarin ze (nadrukkelijk) haar eigen stempel op kan drukken. Het moet een jaar worden waarin grote projecten van de grond komen, zoals de jonge-boerenregeling, de warme sanering van de varkenshouderij, de herziening van het mestbeleid, het klimaatakkoord en de uitwerking van haar landbouwvisie.

Nu komt u met zo’n positief gestemde boodschap, en dan komt er toch een reactie in de trant van: de minister zit onder de plak van linkse ambtenaren. Doet u dat wat?

“Ik heb al lang geleerd om geen reacties meer te lezen. Niet op sites, en ook niet op social media. Er zijn mensen die een sterk ontwikkelde mening hebben en zich uiten. Maar er zijn ook heel veel mensen die zich niet laten horen, juist voor hen sta ik ook. Waar ik ook kom, ik word aan elke keukentafel hartelijk ontvangen. Daar kunnen we alles altijd inhoudelijk bespreken, ook al zijn we het niet altijd eens.”

Waarom kwam u eigenlijk met een nieuwjaarsboodschap?

“De sector heeft het gevoel dat er negatief naar hen wordt gekeken. Maar de werkelijkheid is ook dat boeren en tuinders er niet alleen voor staan. Er zijn ook veel mensen die hen steunen. Dat wil ik benadrukken.”

Lees verder onder de foto.

Minister Schouten over 2018: "Het is een intens jaar geweest, maar ook een mooi jaar. Je stapt ergens in op een rijdende trein. In korte tijd moest ik me van alles eigen maken. En daarnaast wil je dan ook nog je eigen richting eraan geven." - Foto: Roel Dijkstra
Minister Schouten over 2018: "Het is een intens jaar geweest, maar ook een mooi jaar. Je stapt ergens in op een rijdende trein. In korte tijd moest ik me van alles eigen maken. En daarnaast wil je dan ook nog je eigen richting eraan geven." - Foto: Roel Dijkstra

Fosfaatrechten en I&R

Schouten sloot het afgelopen jaar af met een langdurig debat over fosfaatrechten en de perikelen rond de identificatie en registratie van runderen. De minister gebruikte de periode rond kerst en de jaarwisseling om familiebanden aan te halen.

Was u er aan toe?

“Ik was blij dat het kerst was. Niet dat ik per se vrij wilde. Maar je merkt dat je niet zo veel tijd geeft aan de mensen van wie je veel houdt.”

Meer tijd voor de familie, is dat uw goede voornemen?

(Lachend) “Dat kan ik nu wel zeggen, maar die rekenen er toch al niet meer op, geloof ik.”

Warme sanering varkenshouderij

In het regeerakkoord is aangekondigd dat er geld komt voor een warme sanering van de varkenshouderij en voor jonge boeren. Inmiddels is er meer dan een jaar voorbij. Vorige week kondigde de minister aan, geld uit te trekken voor de jonge boeren. Het geld voor de warme sanering van de varkenshouderij ligt nog op de plank.

Wanneer worden de eerste varkensbedrijven warm gesaneerd?

“De bedoeling is dat de regeling er voor de zomer is.”

Dat is later dan verwacht?

“Het is best ambitieus als je in oktober 2017 begint, om in 2018 al een regeling af te hebben. Er zijn veel partijen bij betrokken: varkenshouderij, provincies, gemeenten. Er zitten veel kanten aan. We willen dat de bedrijven worden gesloopt, want als stallen blijven staan weet je ook niet precies wat daarmee gaat gebeuren. En daarvoor staan de provincies weer aan de lat. Dat vereist nogal wat afstemming.”

Zou u niet sneller willen?

“Soms wil je volgende week alles geregeld hebben. Maar je moet realistisch zijn. Het verleden heeft geleerd dat als je heel snel wetgeving maakt, en snel zaken invoert, dat je daarna ook wel wat te verwerken krijgt. Daar is ook niet iedereen mee gediend.”

U bent niet alleen minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, maar ook vice-premier. Is landbouw een veelbesproken punt?

“We hebben net klimaat aan de orde gehad, en daarin is de landbouw een prominent onderwerp. Bij een onderwerp als brexit komt de landbouw heel vaak langs.”

En ligt dat dan ook gevoelig, omdat coalitiepartijen daar toch wat anders inzitten?

“Er zijn altijd wel discussies. Maar ik denk dat deze coalitie heeft bewezen, dat de partijen over verschillen heen kunnen stappen. We willen echt vooruit. Dat zie je in de landbouwvisie, in de uitwerking van het regeerakkoord, en het klimaatakkoord. We zijn er echt niet op alle punten binnen 2 minuten uit om dan hup weer door te gaan. Gelukkig niet, zou ik bijna zeggen. Maar we hebben wel de ambitie om eruit te komen.”

Toen u als minister begon zei u dat het een eervolle baan is. Voelt u dat nog steeds zo?

“Ja! Ik heb op deze plek mogelijkheid om me in te zetten voor de sector, voor de natuur, voor ons landschap. Ja, dat blijft eervol.”

De landbouwvisie is niet vanuit Den Haag gedicteerd

Zelfs na het afgelopen jaar?

“Het is een intens jaar geweest, maar ook een mooi jaar. Je stapt (ergens) in (op) een rijdende trein. In korte tijd moest ik me van alles eigen maken. En daarnaast wil je er dan ook nog je eigen richting aan geven. Dat is gelukt met het schetsen van een toekomst voor de landbouw. Die visie is niet vanuit Den Haag gedicteerd, maar met inbreng van partijen die met de voeten in de klei staan. Ik vind het belangrijk draagvlak te creëren. En ik moest ook politiek draagvlak krijgen. Dat kost ook tijd.”

Wat is nou moeilijker, draagvlak in de sector of in de politiek?

“Het heeft allebei een eigen dynamiek. Maar politiek gezien is het ook hard werken. Ik ben op zoek naar de gemeenschappelijkheden, niet naar de verschillen. In de politiek is het best aantrekkelijk om je eigen standpunt te benadrukken en niet te zoeken naar wat je gezamenlijk bindt. Ik vind dat we dat in de coalitie wel hebben gedaan. Maar er zijn ook partijen die blijven staan waar ze staan. Dat is hun keuze. Ik geloof niet dat het zinvol is om alleen maar naar een ander te roepen wat er anders moet.”

U weet uw tegenstanders wel te vinden en de tegenstelling nog eens te accentueren, bijvoorbeeld in debat met Barry Madlener van de PVV.

“Ik probeer de consequentie of de inconsequentie van iemands verhaal te laten zien. Soms kunnen zaken van de buitenkant eenvoudig lijken, maar dat zijn ze niet altijd. Als je aan de ene kant zegt: we moeten uit Europa en tegelijkertijd zeg je dat die brexit zo vreselijk is voor de vissers, dan wil ik wel aangeven dat dat 2 opvattingen zijn die met elkaar schuren. Ik zie het als mijn taak om dat te benoemen.”

Ik wil geen hoop creëren, waar die hoop er niet is

En buiten het parlement? Hoe verlopen gesprekken met bij voorbeeld Innovatief uit de Knel over de invoering van de fosfaatrechten?

“Ze hebben gezegd dat de minister niet met ze wil praten. Dat is echt niet waar. We hebben de afgelopen periode intensief contact gehad. Ikzelf, maar ook onze mensen zijn heel betrokken geweest. Toen ik geen opties meer zag, heb ik ze dat ook zelf verteld. Als het beeld wordt neergezet dat ik zou zijn weggelopen, denk ik: jammer. Er is geen sprake van onwil. Als mensen het niet geloven, kan ik ze niet dwingen dat wel te geloven. Ik wil wel duidelijk zijn. Ik wil geen hoop creëren, waar die hoop er niet is. Dan doe ik mensen iets aan. Ik heb steeds duidelijk gemaakt dat ik geen enkel belang heb om hun mogelijkheden te onthouden, als die er zouden zijn. Echt geen enkel belang! Ik zou het liefst iedereen helpen, Maar dat lukt niet. En dan is het een kwestie: accepteer je dat of niet. Ook de Tweede Kamer ziet geen andere opties.”

Doet het pijn? Dat je zoveel moeite doet mensen te overtuigen, en dat ze dat niet aannemen?

“Vanuit perspectief van die boer begrijp ik dat wel. Als ik in hun schoenen stond zou ik ook alles doen om te kijken wat er kan. Dan ga je tot de laatste minuut door. Voor mij is het belangrijkst, dat ik weet dat ik alles heb gedaan wat ik kon doen. Als ik dat gevoel niet zou hebben, had ik me dat kwalijk genomen.”

U zei dat de sfeer verhardt. Voelt u zich bedreigd? Heeft u aangifte gedaan?

”Als dat zo zou zijn, dan zou ik daar niets over zeggen. Ik heb algemene opmerkingen gemaakt, die gingen niet zozeer over mijn persoon. Ik voel mij niet onveilig.”

Zijn er vorig jaar dingen geweest, die u met de kennis van nu anders had gedaan?

“Ik heb al eerder aangegeven dat ik mij in de media anders had moeten uitdrukken rond identificatie en registratie van runderen.”

In de media; niet qua maatregelen?

“Als je informatie hebt over een niet kloppende registratie, ben ik (wel) verplicht te zorgen dat de registratie op orde is. Alleen heb ik het woord fraude gebruikt. Dat is echter niet altijd vast te stellen, daar had ik terughoudender in moeten zijn.”

Heeft u het daar intern op het ministerie nog over gehad? Dat u de juiste informatie had moeten hebben om daarover juist te communiceren?

“Het is míjn keuze geweest.”

De minister steekt haar vinger op bij het woord ‘mijn’. Ze gebruikt een intonatie die geen twijfel laat over wie de verantwoordelijkheid had en heeft.

Zelfs als u niet beschikte over de vereiste informatie?

“Als dat het geval zou zijn, dan had ik moeten doorvragen.”

U heeft ook fors ingezet op de aanpak van de mestfraude. Bent u tevreden met de inzet van de sector?

“Ja en nee. Wij hebben zelf ook onze maatregelen genomen. Maar als iemand de wet overtreedt, dan ligt de verantwoordelijkheid allereerst bij het individu zelf. Uiteraard moet er gehandhaafd worden, en dat gebeurt ook. Het is goed dat de sector hiermee aan de slag is gegaan. Dat is voor de organisaties in de sector niet altijd gemakkelijk. Zij moeten ook tegen hun achterban zeggen: wij moeten nu laten zien dat het anders moet. Het wordt nu serieus opgepakt, maar we moeten elkaar wel scherp houden.”

Ik heb belang bij een goede belangenbehartiging

Hoe is de samenwerking met de belangenbehartigers, met LTO? U ziet ook dat er kritiek van boeren is op hun belangenorganisatie.

“Het klinkt misschien raar uit mijn mond, maar ik heb belang bij een goede belangenbehartiging.”

En is die er?

“Ik zie dat er veel discussie is over hun rol. Maar wij werken goed samen, al lopen ze echt niet altijd jubelend de gang uit na een gesprek. Ik doe zeker niet altijd wat zij willen en zij niet wat ik wil. En LTO heeft ook een bredere rol. Ik zie wel dat het wegvallen van de productschappen heeft geleid tot een juridische zoektocht hoe zaken kunnen worden ingericht. Het is niet langer vanzelfsprekend dat de sector zelf dingen kan regelen zonder de overheid.”

Dit jaar zijn er Provinciale Staten verkiezingen, en die hebben effect op de samenstelling van de Eerste Kamer. Verwacht u daar gevolgen van?

“Bij mijn oma hing een tegeltje: maak je geen zorgen om de dag van morgen. Elke dag heeft genoeg aan zichzelf. Je kunt je van te voren over heel veel dingen druk maken; uiteindelijk moet ik mijn best doen en geven wat ik in me heb. We zullen het zien: komt tijd, komt raad.”

Medeauteur: Mariska Vermaas

Of registreer je om te kunnen reageren.