Home

Achtergrond

Bacteriologisch risico in kaart met databank

Tuinders moeten van Global GAP oppervlaktewater dat ze in hun teelt gebruiken laten analyseren op microbiologische verontreiniging. Dat kan ieder voor zich doen. Maar voedselveiligheidsstichting Food Compass probeert een sectorale aanpak van de grond te krijgen. Verzamelde gegevens in een landelijke databank maken iedereen wijzer over daadwerkelijke risico‘s.

‘Foodscares’ over E.coli zijn zeldzaam, maar daarom niet minder heftig. De meeste berichten over mensen die ziek worden na het eten van groente gaan over rauw gegeten saladegroenten en komen vaak uit Noord-Amerika, waar teeltmethoden anders zijn. Hét bekendste voorbeeld in Europa is EHEC, een agressieve vorm van E.coli waarvan een extra ziekmakende variant in 2011 meer dan 50 sterfgevallen veroorzaakte in Duitsland.

Microbiologische veiligheid van het water

Deze uitbraak was niet aan Nederlandse saladegroenten te wijten, maar voordat dat duidelijk was had het wél voor ettelijke honderden miljoenen euro’s omzetschade veroorzaakt. Wat onomstotelijk duidelijk maakte hoe groot het risico van microbiologische besmettingen is voor de Nederlandse tuinbouw en hoe belangrijk het vergaren van kennis hierover is.

De EHEC-besmetting was mede aanleiding voor de Europese retail om te gaan controleren. Sinds juli 2016 hanteert Global GAP een norm voor de microbiologische veiligheid van het water waar groente en fruit mee in contact komt. Afhankelijk van de uitkomst van een risicoinventarisatie, moeten telers dat water 3 keer per jaar bemonsteren en laten analyseren.

Veiligheidsnorm van Global GAP

Voor bladgewassentelers is het een met goed gevolg afgelegde test verplicht. Voor alle andere teelten is deze Global GAP eis een zogeheten ‘minor’: voldoe je niet aan de eis, dan krijg je een minnetje waarvan je er een beperkt aantal mag hebben zonder dat het gevolgen heeft voor je certificering.

De veiligheidsnorm van Global GAP voor het water waarmee groente en fruit in contact komt is 1.000 KVE E.coli, oftewel maximaal 1.000 Kolonie Vormende Eenheden-darmbacteriën. Dat is strenger dan bijvoorbeeld de Nederlandse zwemwaternorm.

Beregenen uit de sloot kan een microbiologisch risico geven. - Foto: Wick Natzijl
Beregenen uit de sloot kan een microbiologisch risico geven. - Foto: Wick Natzijl

De stichting Monitoring Voedselveiligheid Food Compass biedt sinds 2 jaar telers een dienst die de monitoring van de microbiologische gevaren in het gebruikte water overneemt. Deelname betekent automatisch dat de teler dat onderdeeltje van de voedselveiligheids-checklist kan afvinken.

De Zoetermeerse stichting doet dit werk om 2 redenen: als service voor de telers die aan deze eis moeten voldoen én om op deze manier een databank van gegevens over de Nederlandse waterkwaliteit op te bouwen. Naast oppervlaktewater (dat 3 keer per jaar moet worden bemonsterd) biedt Food Compass ook de mogelijkheid voor het testen van alle andere soorten water, zoals bassinwater en laag-risicowaterinnamepunten als bron-, grond- en leidingwater.

Administratief gedoe

“Als wij goede en voldoende gegevens hebben over de mate van risico’s van bijvoorbeeld het oppervlaktewater, dan kunnen we daarmee beleid van Global GAP of van overheden constructief beïnvloeden.” Dat zegt Peter Verbaas. Hij is secretaris van Food Compass. Verbaas begrijpt wel dat een hoop telers de eisen rond microbiologische risico’s beschouwen als administratief gedoe, waar ze zo min mogelijk aandacht en geld aan willen besteden. ‘Want hoe groot is dit risico nou werkelijk?’

“We komen gelukkig ook regelmatig telers tegen die wel degelijk goed opletten. Als het hard heeft geregend dan gebruiken ze eventjes geen slootwater waar een nabijgelegen riooloverstort voor verontreiniging heeft gezorgd. Maar eigenlijk zouden we als sector toch collectief willen weten hoe het nou echt, het hele jaar door, met de kwaliteit en veiligheid van het water is gesteld. Dat bereik je niet als je zelf 3 keer per jaar in jouw sloot een monster neemt.”

Veel telers in Noord-Holland

Van de ruim 100 telers voor wie Food Compass nu al de Global Gap waternorm monitort zitten er flink wat in Noord-Holland. Dáár is samen met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier de afgelopen 2 jaar ervaring opgedaan met het gebiedsgericht meten van de waterkwaliteit.

“Behalve voor het zwemwater hebben waterschappen geen wettelijke taak op het terrein van microbiologische waterkwaliteit. Wat wij willen meten en hoe wij dat meten om de plaatsgebonden risico’s voor telers in kaart te brengen, daar was geen ervaring mee. We willen bijvoorbeeld ook weten hoe alle waterstromen lopen en welk effect hevige regenval met een overlopend rioleringssysteem wáar heeft op de waterkwaliteit. Daarover zijn maar mondjesmaat gegevens over en het is een hele puzzel om alle noodzakelijke info bijeen te brengen.”

Het resultaat is dat nu voor 2 regio’s in Noord-Holland een voldoende fijnmazig gemonitord watergebied is. Mocht zich een watergerelateerde voedselpaniek voordoen in pakweg spinazie, dan kunnen de telers in deze 2 gebieden in elk geval direct harde data overleggen, waaruit blijkt dat hier in het gebied de risico’s bekend en onder controle zijn.

Nuttige databank

Als het gaat om de bekende residumonitoring, heeft Food Compass al een jarenlange representatieve en daarmee zeer nuttige databank van systematisch verkregen meetgegevens opgebouwd. Verbaas: “Daarom konden we bijvoorbeeld vorig jaar direct controleren in hoeverre fipronil ook in de teelt van groente en fruit een veiligheids- of een imagorisico zou kunnen vormen. In sommige teelten is het een toegelaten insecticide. Maar hadden we het ook als residu op producten gemeten? En hoe zat het met het risico van fipronil in kippenmest dat bijvoorbeeld in biologische teelten wordt gebruikt?” Dat dat was nagetrokken en in de gaten werd gehouden door Food Compass, liet het sectorale crisisteam voedingstuinbouw tuinbouwalert.nl actief aan de NVWA weten. “Die hadden natuurlijk eerst alle hens aan dek op de pluimveebedrijven, en waren blij dat wij in onze eigen sector de vinger aan de pols hielden. De samenwerking met de NVWA is, ieder binnen zijn eigen verantwoordelijkheden, sowieso constructief. In dit geval beloofden ze ons proactief en vroegtijdig te informeren als zich een link naar groente en fruit zou aandienen.” Elke goedwillende teler heeft baat bij een dergelijk samenwerkingsmodel met een toezichthouder, stelt Verbaas.

“Je kunt je natuurlijk afvragen wat een sectoraal watermonitorsysteem kost, afgezet tegen een individueel uitgevoerde monstername en analyse. Maar je kunt het ook zien als een kans om echt eens beter te weten te komen welke risico’s je bedrijf en de hele sector loopt. Het is daarom onze grote wens dat we niet alleen in Noord-Holland genoeg telers in hetzelfde gebied vinden om samen het lokale watersysteem dekkend te kunnen bemonsteren.”

‘Regelmatig bacterie op groente en fruit’

Hoe schoon Nederlands product is, toch is er een reële kans op bacteriologische besmetting. Dat zegt Peter Verbaas van Food Compass. Food Compass is vooral bekend van het bemonsteren van het eindproduct bij de teler en in de keten. “Daarop vinden we regelmatig een schadelijke bacterie. Dan gaan we uiteraard altijd terug naar de desbetreffende partij en die herbemonsteren we. Meestal blijkt het een incident. Maar heel soms vinden we meer serieuze zaken van structurele aard, zowel in onbedekte al bedekte teelten. Regelmatig is dat oppervlakte- of proceswater gerelateerd. In alle gevallen ondersteunen we het betreffende bedrijf maximaal met opgebouwde kennis en kunde in het belang van de volksgezondheid en de ondernemer.” Een sectoraal watermonitoringssysteem zou die kennis enorm verbeteren, aldus Verbaas.

Of registreer je om te kunnen reageren.