teeltgeluid

‘Apparatuur gevoeliger na stilstand teeltwisseling’

Bij Tielemans Groentekwekerij in Boekel (Noord-Brabant) staat zowel een belichte hogedraadteelt als een traditionele teelt.

Bij een van de locaties van Tielemans Groentekwekerij is op de helft van de tuin een teelt hogedraadkomkommer geplant, op 3 januari met het ras Topspin. De andere helft is 17 en 18 januari volgeplant met een traditionele teelt Proloog.

Stengels verdubbelen

In week 5 was het bij de belichte hogedraadteelt de bedoeling om de plantdichtheid van 1,5 plant per vierkante meter al te verdubbelen naar 3 stengels per vierkante meter. Op de andere bedrijfslocatie is dat goed gelukt.

Teeltman Jan Biemans: “Vorig jaar, toen we de scheuten hadden aangehouden rond de eerste oogst, waren we iets te laat. Toen zat de uitgroei van de vruchtvorming een vlotte uitgroei van de scheuten wat in de weg. Daarom wilden we nu vóór de oogst al een scheut aanhouden.” Maar omdat de scheuten er op deze locatie dit jaar iets minder sterk uitkwamen, vanwege een wat moeizamere weggroei van het gewas bij de start, is het aanhouden van de scheuten een week uitgesteld. “We zullen de eerste komkommers daarom straks wat lichter moeten gaan snijden om het gewas in balans te houden.” Dat laatste is extra belangrijk omdat Biemans de teelt tot half juli door wil kunnen trekken. “Daarom hebben we ook gekozen voor Topspin, die een wat langer uithoudingsvermogen heeft dan het ras Hi Power.”

Opbouw belichtingsuren

In het begin is rustig begonnen met belichtingsuren. Deels om het gewas goed aan de gang te krijgen na de wat moeizamere weggroei. Deels ook om de kans kleiner te maken op mogelijke overlast van lichtuitstoot bij omwonenden. “Want met jonge planten in een nieuwe teelt, met nog veel lichtreflectie op het witte plastic, heb je in het begin toch onbewust snel meer uitstraling dan je denkt. Daarom zijn we gestart met slechts de helft van het aantal lampen tussen 22.00 uur tot middernacht, en eindigden we daar ’s morgens ook weer mee tussen 7.00 uur en 9.00 uur.”

Jan Biemans. - Foto: Van Assendelft Fotografie
Jan Biemans. - Foto: Van Assendelft Fotografie

Vanwege de lampwarmte gaan de schermen ietsje vroeger open dan bij de traditionele teelt. Etmaaltemperaturen van 21,5 tot 22 graden Celsius bleken echter iets te hoog voor het wat moeilijker groeiende gewas en zijn daarom terug gezet naar 20,3 tot 20,5 graden. “Al kun je ook weer niet te koud gaan telen met de lampen aan.”

Lager durven in voornacht

Er wordt een voornacht van 17 graden Celsius aangehouden, waarna geleidelijk weer wordt opgebouwd richting 19 graden rond 04.00 uur of 05.00 uur. “Het is een beetje op gevoel. Tomatentelers durven nog verder terug te gaan in voornacht-temperatuur. Ik denk dat we als komkommertelers ook nog wel wat verder kunnen gaan. Zo snel je in etmaaltemperatuur zakt, zie je kopjes toch dikker worden en komen de scheuten er sterker uit. Maar je mag natuurlijk ook weer niet zo veel lager in temperatuur gaan dat de snelheid van vruchtaanleg te ver wegvalt.”

Met belichting is het gewas ook in de nacht actief, en wordt er dus ook de hele nacht water gegeven. Zeker in het begin van de teelt vraagt die watergift extra controle. “Alle apparatuur zet je af tijdens de teeltwisseling. Na zo’n stilstand blijken die apparaten toch gevoeliger te zijn dan je denkt. In de eerste maand van de teelt word je daardoor regelmatig met de neus op de feiten gedrukt, bijvoorbeeld met een te hoge pH.”

CO2 maakt gewas harder

Omdat het gewas onder de lampen ’s nachts blijft werken, is het naast de gietwater-aanvulling ook nodig om CO2 te doseren. “De plant heeft dat nodig. Maar met de ramen dicht in deze periode moet je wel opletten voor schadelijke bijgassen uit de wkk of ketel. We hebben daarom van die ‘snuffelpalen’ aangeschaft. Maar het blijft lastig. Je kunt niet zomaar even afluchten om eventuele schadelijke gassen kwijt te raken. Want dan zakt de CO2-concentratie weg, en moet je daarna extra gaan doseren, wat juist weer risico geeft op nog meer ongewenste gassen.”

Naast het uitzetten van biologie zijn veel gele vangstroken tussen het gewas gehangen om wittevlieg weg te vangen. De preventieve aanpak is mede van belang omdat de belichte komkommerteelt opgevolgd zal worden door een tomatenteelt. Daarnaast zijn er nog een aantal blauwe vangplaten opgehangen voor wantsen.

Minder stamvruchten

Met alle aandacht voor de nog vrij recente ontwikkelingen van belichting en hogedraadteelt op het bedrijf, blijft het oppassen dat de traditionele teelt ook voldoende aandacht blijft houden. Bij die laatste teelt zijn de planten vanwege donkere weersomstandigheden iets gerekter, en zal deze met minder bladeren aan de draad komen. “Ik denk dat we daardoor wat minder stammers zullen gaan aanhouden. Het worden er denk ik 10 of 11, waar we er andere jaren 12 tot 13 stuks aanhielden.” Dat laatste kan nu niet zonder dat er te veel scheut-ongelijkheid zou ontstaan. Omdat het gewas nu, met een wat lagere stambelasting, juiste sterkere scheuten vormt, hoopt Biemans met de rankvruchten het mindere aantal stammers te compenseren.

Lichtafhankelijk

Er is bij Proloog gestart op een temperatuur van 19 graden Celsius. Als gevolg van het donkere weer is de nachttemperatuur teruggebracht naar 18 tot 18,5 graden. Overdag wordt 20 graden aangehouden. “Als het weer het toelaat, laten we de temperatuur op de dag verder doorlopen met voldoende zon.”

Er wordt nog veel geschermd. Afhankelijk van de buitentemperatuur staat het aantal Watt instraling ingesteld waarbij het scherm open gaat, zodat het temperatuurverschil tussen boven en onder het doek klein is tijdens het openen van het scherm.

Gedeeltelijk uitdraineren

Watergeven gebeurt nog handmatig. “We hebben de matten slechts gedeeltelijk gedraineerd, zodat de wortels de hele mat zouden benutten. De wortels moesten dus eerst de mat leeg trekken. Op dit moment geven we geen water, maar zodra het onderste vruchtje straks aan het gewas begin te trekken, gaan we weer drain realiseren.” De EC wordt daarbij voldoende hoog gehouden. “Het gewas staat vanwege het donkere weer wat licht van kleur. De plant moet dus voldoende eten hebben.”

Bij de plantenkweker is geen Vertimec toegepast, om op de eigen tuin direct biologisch met de plaagbestrijding te kunnen beginnen. Er is onder andere preventief montdorensis uitgezet, met op een spintplekje extra Phytoseiulus.

Auteur: Peter Visser

Of registreer je om te kunnen reageren.