teeltgeluid

‘Liever een sterke plant wat later dan een slungel op tijd’

Tom Vlaemynck van Tomato Masters plant op donderdag 11 januari de twee kassen in Deinze vol met drie verschillende rassen.

In de heldere kas (6,3 hectare) komt Foundation te staan op veensubstraat. In de diffuse kas komen het San Marzano-ras Portento (2,3 hectare) en de middeltrostomaat Sevance (2,2 hectare). “De planten zien er erg mooi uit, ondanks het donkere weer.”

Op 20 december oogstte Vlaemynck de laatste trostomaten van het vorig seizoen. De kwaliteit in de kas zonder galmijt was prima. In de andere kas waren grote verschillen, zodat er veel uitgezocht moest worden. “Op ongeveer 1,5 hectare hadden de planten met galmijt veel moeite om het einde te halen. Daar waren de trossen een veel kleiner. De galmijt is een financiële ramp geworden. Het heeft ons een vermogen gekost aan opbrengstderving en extra arbeid.”

Om in een keer van de galmijt af te komen heeft hij de teeltwisseling nog grondiger aangepakt dan normaal. “Voordat de planten zijn opgeruimd hebben we met Vertimec gespoten. We hebben ieder groen sprietje en alle folie weggehaald. Daarna is er formaldehyde gefogd en toen alles weer klaar lag hebben we nog een keer gefogd met waterstofperoxide en perazijnzuur.”

Meer substraatvolume tegen neusrot

Eigenlijk was het de bedoeling op maandag al te gaan planten. Maar een bezoek aan de plantenkweker leerde dat ze nog te klein waren door het donkere weer. “De plantenkweker jaagt ze dan niet op. Ik heb liever een sterke, korte plant die wat later komt, dan een slungelige die op tijd is.”

De tomaten zijn op 12 november gezaaid, geënt op DRO141 en getopt op het tweede blad. Bij aflevering zijn ze circa 50 centimeter groot. Er staat een stok bij van 60 centimeter en zijn twee keer geclipt. Ze worden naast het plantgat gezet en eind week 3 moet alles vast staan aan het touw.

De San Marzano-tomaten hebben ruim 10 liter steenwolsubstraat per stengel ter beschikking. “Normaal is dat 7 liter, maar we hebben dit ras al uitgeprobeerd op het andere bedrijf. Zoals verwacht is hij heel gevoelig voor neusrot. Maar door een groter substraatvolume kun je langer wegblijven met watergeven en zit er meer zuurstof in de mat waardoor de calciumopname verbetert”, verwacht hij.

Spuiten vaccin wel zo makkelijk

Na het planten kijkt Vlaemynck eerst de plant aan. “Bij dit donkere weer is een etmaaltemperatuur van 15 graden al voldoende, maar als de zon gaat schijnen mag hij waarschijnlijk naar 19 graden.” Hij doseert vanaf het begin CO2 uit de wkk’s. De eerste week nog met een concentratie van 600 ppm, daarna stijgt dat naar het dubbele. Meteen na het planten worden de planten gevaccineerd tegen pepinomozaïekvirus met het vaccin van DCM. “Bij de plantenkweker zijn al stalen genomen. Als er geen virus inzit wordt het vaccin hier afgeleverd. We spuiten dat met 1 of 2 doppen van de spuitboom open. Als je kritisch kijkt zou je veel kunnen besparen als al het middel op de plant terecht komt. Het kost nu 25 cent per vierkante meter aan middel, maar spuiten is wel zo gemakkelijk. Dat kost maar 20 uur arbeid op 11 hectare.”

Gele vanglinten niet nodig

In de week na het planten wordt ook al de Macrolophus los gelaten, een halve per vierkante meter. Ze worden daarna wekelijks bijgevoerd. “Dit doen we al jaren zo en werkt goed. Als een strategie goed loopt moet je hem niet zomaar veranderen.” De Encarsia-sluipwespen komen er pas in als de eerste wittevlieg is gevonden op de gele vangplaten of anders sowieso in maart. Gele vanglinten heeft Vlaemynck nog nooit gebruikt. “We hebben ook nog nooit hoeven spuiten tegen wittevlieg.”

Uitbreidingsplannen kas en staf

Vlaemynck hoopt dat er komend jaar weer ruimte komt op de begroting om de uitbreidingsplannen uit te voeren. “We willen uitbreiden met 5,6 hectare belichte tomaten, maar wachten nog op de goedkeuring van de bank.” De staf is al wel wat uitgebreid waardoor hij zelf wat meer ruimte krijgt. “We hebben nu iemand die verantwoordelijk is voor de oogst en het verwerken van het product en een andere die verantwoordelijk is voor de biologie. En straks willen we er nog een leidinggevende bij hebben.”

Auteur: Gerard Boonekamp

Of registreer je om te kunnen reageren.