teeltgeluid

‘Van vocht binnenhouden wordt tomatenplant alleen maar sterker’

“Het gewas staat royaal sterk met een ruime vulling van kwalitatief goed blad”, zei vorige week teeltmanager Berry Baruch van Kwekerij Schenkeveld in Schipluiden. “Ik streef ernaar om in de namiddag zoveel mogelijk vocht binnen te houden. Daar wordt de plant alleen maar sterker van.”

De plantbelasting van het, in de winter belichte, ras Merlice is inmiddels gedaald naar 158 vruchten per vierkante meter (was in week 12 op recordhoogte van 180). Er zit een tros minder aan, in vergelijking met twee maanden geleden. De negende tros bloeide vorige week. “De kwaliteit is uitstekend, al is het nu net wat minder door een moeilijker zetting rond de derde week van april”, zegt Baruch. De tomaten zijn ook wat fijner: 160 gram, dat was ruim 10 gram meer. “Maar het gewas is heel goed door de hitte van half mei heen gekomen. En in productie halen we nu wekelijks 2,8 tot 3 kilo per vierkante meter, terwijl we 10 weken van 2,8 kilo hadden begroot.”

Regelen op kas-rv

Door de koele nachten was het klimaat in de kas nog goed stuurbaar. De etmaaltemperatuur kwam tot vorige week uit op 19,5 graden bij donker weer en bij zonnig weer 21,5 graden of 22 graden (bij warmere nachten). “De etmaaltemperaturen zijn hoger doordat we ’s avonds het lucht knijpen om vocht vast te houden. Dat heeft een positief effect op het blad.” Hij regelt de raamstand dan op de relatieve luchtvochtigheid (RV) van de buitenlucht. “Als je het op de kas-RV doet gaan de ramen jojoën.” Als de buiten-RV onder 80% daalt, gaat eerst de windzijde helemaal dicht. Tot 70% RV gaat daarna de luwzijde halfdicht.

De voornacht van 15 graden duurt van 22.00 tot 1.00 uur. De nanacht van 18,5 graden is om 3.00 uur bereikt. Er staat een forse ochtenddip in van 16,5 graden. “Dat is een mooi moment om de etmaaltemperatuur nog wat te drukken. De trosstelen worden er ook sterker van.” Overdag staat de luwzijde ingesteld op 20 plus 2 graden en de windzijde op 22 plus 2 graden.

‘Het is altijd een rekensom wat je eruit haalt’.

CO2 is rekensom

De trossen worden nog steeds op 5 gesnoeid en dat blijft zo. “Met zo’n sterk gewas zou je de neiging kunnen hebben om er een extra aan te houden, maar we willen graag kracht houden tot het einde van de teelt.” Voor de CO2-dosering staat er altijd een warmtekrachtinstallatie (wkk) te draaien die per uur 150 kilo per hectare levert. Eventueel komt daar nog 75 kilo bij van ingekochte, vloeibare CO2. “Het is altijd een rekensom wat je eruit haalt. We komen zo steeds aan 400 tot 500 ppm (red.: parts per million), en na 18 uur, als er nog best veel licht is, haalt hij gemakkelijk nog 1.000 ppm.”

Qua biologie moeilijk jaar

Qua gewasbescherming is alles aardig onder controle. “We hebben nog steeds galmijt, maar het is beheersbaar doordat er twee man de hele week bezig zijn om alles na te lopen. Alleen als de plant tot aan de kop is aangetast wordt hij ertussenuit gehaald. Dat zijn er gemiddeld 20 per week.” Wittevlieg is nog rustig. In een paar tralies is wel de Nesidiocorus-roofwants gevonden, die in Spanje ingezet wordt tegen wittevlieg en Tuta. Hier is het een plaag, omdat hij de kop van de plant aanprikt, waardoor er een bruine ring om de stengel ontstaat en de kop gemakkelijk breekt bij het indraaien. “Ik heb ze hier nog nooit gehad en heb geen idee waar ze vandaan komen. Waarschijnlijk gewoon van buiten.” In de bewuste tralies rijdt nu regelmatig de spuitrobot met alleen de bovenste spuitdop open. De roofwants wordt bestreden met Gazelle. “Je moet natuurlijk oppassen dat je de Macrolophus en andere bestrijders niet kwijtraakt. Het is qua biologie een moeilijk jaar. De focus ligt op veel scouten en plaatselijk ingrijpen.”

‘Voor het eerst hebben we tijdens de hele belichtingsperiode alleen maar osmosewater gebruikt’.

Schoon osmosewater

‘Gekke wortels’ is volledig onder controle. “Er zijn misschien maar 10 aangetaste potjes op de hele tuin te vinden. Het wordt elk jaar minder.” Volgens Baruch is het gebruik van osmosewater belangrijk geweest. “Voor het eerst hebben we tijdens de hele belichtingsperiode alleen maar osmosewater gebruikt. Normaal deden we dat alleen als het bassin leegraakte. Osmosewater is veel schoner dan regenwater uit het bassin. Bovendien doseren we het hele seizoen een beetje chloor mee uit de ECA-unit.”

Auteur: Gerard Boonekamp

Of registreer je om te kunnen reageren.