Redactie GFActueel
‘We werken in onze teeltstrategie heel bewust naar hoge kwaliteit’

Paul van Schie in Kwintsheul maakt zich niet meer zo druk om de Tuta absoluta die hij al in week 2 aantrof. “We komen ze nu niet meer tegen in het gewas. De bespuitingen met Thurex en Fame hebben goed geholpen.” De bespuitingen hadden geen nadelig effect op de inzet van biologische bestrijders. “We beginnen altijd laat met Macrolophus. Die heeft toch een goed klimaat nodig. Je kunt beter later en meer Macrolophus inzetten. Dan hoef je ook niet bij te voeren want er is nu zat wittevlieg.” Wittevlieg begint pleksgewijs flink toe te nemen. “Dus we zetten in die hoeken extra Macrolophus en Erethmocerus uit en zijn vorige week begonnen met het ophangen van stroken geel vanglint.”

Late dieven, hoge temperaturen
Het gewas is op het moment wat aan de dunne kant, vindt Van Schie. “De plantbelasting van 166 stuks per vierkante meter lijkt niet zo hoog. Maar ze zijn met 85 tot 90 gram relatief grof voor een plantdatum van 5 december. “ Hij houdt hoge temperaturen aan zodat de tomaten er sneller afkomen. “We werken heel bewust naar hoge kwaliteit. Onze teeltstrategie is gericht op het laat aanhouden van de dieven zodat we meer temperatuur kunnen geven. Dat is goed voor de kwaliteit en we hopen zo ook de productie wat naar voren te halen.” In week 17 realiseerde hij nog een etmaaltemperatuur van 20,7 graden, waar veel collega’s niet boven 20 uitkomen.

Warm bij zon-op
Inmiddels doet hij het rustiger aan. De voornacht van 15 graden heeft hij een uur vervroegd naar 20 uur op een lichte dag. En hij start twee uur later (om 4 uur) met het opstoken naar de nanacht van 18,5 graden. Het scherm ligt nog iedere nacht dicht. “Met een minimumbuis van 45 graden is het om 7 uur wel eens 19 tot 19,5  graden. Maar zeker op een lichte dag wil ik persé voorkomen dat ik te veel moet luchten om natslaan van de vruchten te voorkomen. Het ras Arvento is wel minder gevoelig voor bladrandjes dan de Elanto die ik had, maar ik wil geen risico nemen.” Er zijn tot nu toe weinig bladrandjes te zien.
Om de kans op Botrytis te verkleinen wordt al het blad gesneden. Ook de eerste leeggeplukte trossen worden niet van de stengel getrokken maar netjes geknipt. “Bij geënt-getopte planten staan de eerste trossen vaak wat naast de plant waardoor je bij trekken heel grote wonden maakt.”

Goede kwaliteit ondanks virus
De teeltstrategie van ruime plantafstand en hoge temperaturen past ook bij de aanwezigheid van pepinomozaiekvirus. “Licht en temperatuur zijn de enige middelen om die te lijf te gaan.” Hoewel hij er veel aan gedaan had om virusaantasting vanuit de oude teelt te voorkomen kwam Van Schie half januari al heftige pepinosymptomen tegen in de kop van de plant. “We hebben toen besloten om het door de hele tuin te verspreiden. Je kunt het maar beter in de winter erin krijgen. Het virus groeit er dan met de juiste middelen het snelste uit.” De symptomen zijn nu volledig verdwenen. “We zitten nu midden in de oogst van de vruchten waarvan de zetting werd bemoeilijkt door het virus. Maar de kwaliteit is toch erg goed. Je ziet geen wankleurigheid, print, gele of zachte vruchten.” De eerste vruchten van de stengel die in week 9 is aangehouden worden nu geplukt. Hoewel de groei van deze stengel geremd werd door het virus zijn ook deze vruchten van prima kwaliteit. Op de stengel die in week 12 is aangehouden bloeit nu de vierde tros.
Het druppelen van de voedingsoplossing start op een mooie dag om 9 uur en stopt om 17.30 uur met zo nodig nog een of twee avondbeurten. “Ik streef naar 10 procent interen.” Om de vruchtkwaliteit hoog te houden is de druppel-ec niet lager dan 3,2 en de ec in de mat nog 5,5 mS/cm. “Bij het voorkomen van pepinoprint hoort een hoge ec.”

Activeren en snelheid maken
De productie tot en met week 17 komt op 7,9 kilo per vierkante meter. “Dat is drie ons meer dan vorig jaar, maar we hebben ook vijf dagen eerder gezaaid.” Tot en met week 17 verstookte hij 18 kuub gas per vierkante meter. Het gasverbruik lag in de weken 15 tot en met 17 tussen 0,8 en 1,0 kuub per vierkante meter. “Dat is niet laag. Maar elke kuub gas is nu een investering in de plant zelf, veel meer dan in de winter onder folie. Je moet nu juist activeren en snelheid maken.”


Bron: Groenten & Fruit - Auteur: Gerard Boonekamp

Of registreer je om te kunnen reageren.