Tomaat los

'40 procent eerste bloei is verloren'

Jan Zeinstra van Greenhouse Dili in Berlikum teelt naast 10,7 ha fijne trostomaten 1 ha vleestomaten op steenwol. Het vleestomatenras Rebelski is op 15 november gezaaid en één-op-één geënt op onderstam Maxifort. De vleestomaten zijn bestemd voor een grote Nederlandse winkelketen. Het ras heeft kwalitatief goede vruchten, die op winkelniveau het beste scoren in de verkoop. “De vleestomaat heeft een nostalgische uitstraling. Het is een ouderwetse, beetje hoekige vrucht met opstaande schouders. Dat vindt de consument mooi.”
De planten zijn 5 januari naast het plantgat op de mat gezet. De plantafstand is 75 cm. “Direct na de eerste tros pak ik een trosdief als tweede kop. De eindafstand van de stengels moet uiteindelijk op 62,5 cm en twee koppen/m2 komen.”

Moeilijkste teelt
Zeinstra teelt nu voor het vijfde jaar vleestomaten, maar plant nu ruimer dan vorig jaar. “Met minder koppen/m2 kan het gewas het licht beter benutten. Rebelski is namelijk een weelderige groeier, die ruimte nodig heeft. Bovendien zijn vorig jaar bij meer koppen/m2 niet alle vruchten voldoende uitgegroeid.”
De eerste tros wordt op drie vruchten gesnoeid en het plan voor de volgende trossen is snoeien op vier. “Ik kijk naar hoeveel bloeiende bloemen een tros heeft en snoei daar dan twee bloemen vanaf. Zo kunnen de overgebleven vruchten uitgroeien tot goede vleestomaten.”
Doordat er bij de plantenkweker in de periode van aanleg eerste tros iets mis is gegaan, hebben maar zes van de tien planten een eerste tros. De tweede tros is wel weer bij alle planten aanwezig. 

Plant goed ‘aanzetten’
In het begin van de teelt was de dagtemperatuur 23 graden. Nu ligt die temperatuur op 25 tot 26 graden. Vanaf half zeven ’s avonds mag de temperatuur wegzakken naar 18 graden. Vanaf half elf vindt weer een opbouw van temperatuur voor de nanacht naar 19,5 graden plaats.
Na een week dat de planten in de kas stonden, is in de middag tussen half twee en half zeven de groeibuis bij de kop van de plant als minimumbuis van 55 graden aangezet. “Liefst breng ik de warmte van onderuit, via de buis van de buisrail, bij de plant. Maar met de groeibuis wordt het gewas lekker warm, waardoor je een donkergroene kleur en droge stof in de plant krijgt. Je moet de plant goed ‘aanzetten’.”

Aanvoelen juiste moment
De planten staan nu nog naast het plantgat in de steenwolmat. “Ik moet eerst 100 procent bloei hebben voordat de plant op het gat gaat. Anders moet ik er nog meer warmte instoppen. De mat is wel volgedruppeld met 4 EC. Voor de plant druppel ik nu 3,9 EC mee. Dit, omdat je met een extra vaste scherm, wat ik vorig jaar niet had, moet zorgen dat je geen waterige flutplant krijgt. Droge stof is erg belangrijk voor een plant om de cel goed op te bouwen.”
Het AC-folie is geperforeerd op 20 bij 20 cm. Het verwijderen van het vaste foliescherm zal naar verwachting in de derde week februari plaatsvinden als de derde/vierde tros bloeit. “Het moment van weghalen, moet je gewoon aanvoelen. Wanneer je gaten in folie moet snijden om condensvocht erop kwijt te raken en je geen klimaat meer kunt maken, moet het eruit. Anders krijg je een klam en nat klimaat.”
Zodra de plantbelasting er is, gaat Zeinstra weer normale temperaturen hanteren. “In de nacht iets rustiger telen met 16 graden, maar de temperatuurpiek in de middag er wel in houden. Door het beweegbaar scherm te sluiten, krijg je de warmte in het gewas.”

Populatie opbouwen
De nieuwe teelt is schoon gestart. Aan het einde van de vorige teelt is er 170 liter formaline per ha gefogd en de kas een dag lang warm (20 graden) gehouden om de witte vlieg op te ruimen. Vorig jaar had de teler veel last van witte vlieg. Door extra inzet van natuurlijke vijanden op biologische wijze heeft hij het onder controle kunnen houden. “Normaal is wittevlieg hier in Friesland geen probleem. Met biologische bestrijding is het dan een fluitje van een cent. Maar dat was vorig jaar anders.”
Tot nu toe nog geen bespuiting tegen schadelijke insecten uitgevoerd. Begin februari (week 6) worden Encarsia sluipwespen tegen wittevlieg uitgezet. Een paar weken later (week 8) de roofwants Macrolophus om alvast een populatie op te bouwen tegen de wittevlieg. “Om de 48 meter leggen we in het middelste pad van een tralie een lint met Macrolophus en verblazen vlindereieren over het gewas. De roofwantsen blijven daardoor in leven en verspreiden zich naar elkaar toe. Dit is een nieuwe manier om een goede populatie op te bouwen.”


Door Harry Stijger

Of registreer je om te kunnen reageren.