Glas

Nieuws

FresQ verdedigt zich in GMO-zaak

FresQ heeft zich dinsdag in een cruciale beroepszaak verdedigd tegen het intrekken van de GMO-erkenning vanaf 2009. Uitkomst van deze zaak kan grote financiële gevolgen hebben.

Mocht het College van Beroep voor het Bedrijfsleven oordelen dat de voormalige telerscoöperatie FresQ ten onrechte voor overtredingen van de gemeenschappelijke marktordening (GMO) is bestraft in 2013, dan heeft FresQ buiten zijn schuld vele miljoenen schade geleden. Bij een negatief besluit voor FresQ komt invordering van de te veel betaalde subsidie een stap dichterbij, weet ook advocaat van FresQ Michel Plug van Cees Advocaten uit Naaldwijk.

Nu heeft de staat een claim van meer dan €48 miljoen op FresQ.

Tijdens de zitting bleek dat de rol van destijds GMO-uitvoerder Productschap Tuinbouw (PT, nu rijksdienst RVO.nl) belangrijk is in deze procedure. Ook bleek dat de complexe en onduidelijke GMO-regelgeving tot op de dag van vandaag leidt tot verschillende interpretaties.

'Voorgenomen onderzoek NVWA'

Volgens Plug ontbreekt het bewijs dat FresQ op grove wijze nalatig is geweest in de uitvoering van GMO-regels in de periode vanaf 2009. Het onderzoek van inspectiedienst NVWA naar FresQ was vooringenomen. Alles is uit de kast gehaald in dat onderzoek om koste wat kost het intrekkingsbesluit overeind te houden. “Wie zoekt, vindt altijd wel wat”, aldus Plug.

De telersvereniging heeft de pijlen van de verdediging op verschillende onderdelen gericht. Zo was het PT helemaal niet bevoegd tot intrekking in 2013, stelt Plug. In 2014 is de regelgeving op dat punt gerepareerd, maar daarvoor dus niet.

Zonder erkenning geen recht op geld

Het belangrijkste geschilpunt lijkt de GMO-erkenning. Zonder die erkenning is geen recht op geld uit Brussel. Volgens de voormalige telerscoöperatie is die erkenning afgegeven voor FresQ, inclusief verkoopdochters. De landsadvocaat betwist dat en stelt dat alleen FresQ die erkenning had. Voor de zaken met de verkoopdochters had FresQ contracten moeten afsluiten en daarop moeten toezien. Het niet hebben van die contracten was een van de argumenten van het PT om de erkenning in te trekken.

Advocaat Plug refereerde aan een eerdere uitlating van het PT dat FresQ als een GMO-entiteit gezien moet worden. Er kon dus vrij gehandeld worden met dochters, zonder contract. Dat in latere rechtszaken de GMO-regelgeving anders wordt uitgelegd, kan niet betekenen dat FresQ nu nog grove nalatigheid wordt verweten, stelde de FresQ-advocaat.

Rol van verkoopdochter Redstar

Ook belangrijk in deze zaak is de rol van verkoopdochter FresQ Redstar rond 2010. Deze verkoopdochter had teeltcontracten met telers buiten de coöperatie voor vaste prijzen. In 2009 leidde dat tot tevredenheid bij die telers, maar toen de tomatenprijzen later piekten, viel de vaste prijs tegen. FresQ had moeten toezien op de totstandkoming van de prijzen en de afhankelijkheid van de op dat moment financieel noodlijdende contracttelers, aldus de landsadvocaat.

Vaste prijzen

Volgens FresQ-advocaat Plug zijn vaste prijzen geen bijzonderheid en past dat juist in de GMO-doelstelling om prijzen te stabiliseren. Deze telers konden ook overstappen naar andere verenigingen en hadden dus vrijheid. Geconstateerde misstanden zijn toen ook (middels een royering) aangepakt. Dat bracht Plug tot de volgende conclusie: “FresQ heeft altijd alles netjes geregeld. Ook het PT zei dat FresQ juist een voorbeeldorganisatie was die alles goed op orde had. De staatssecretaris heeft niet aannemelijk gemaakt dat hier sprake was van grove nalatigheid.”

'Bestuur keek weg'

Het beeld dat de landsadvocaat schetste was van een afzetorganisatie waarbij het bestuur te weinig toezicht hield en waarschuwingen onvoldoende opvolgde en niet ingreep in de organisatie of procedures. “Het bestuur keek weg, terwijl twee broers feitelijk in charge bleven.” Het gebrek aan toezicht bij FresQ blijft daarmee overeind, aldus de landsadvocaat.

Uitspraak in deze zaak is in april.

Of registreer je om te kunnen reageren.