Glas

Achtergrond

Colinda de Beer (InnovationQuarter): ’Robot is geen bedreiging, maar een collega’

RoboCrops is uitgegroeid tot een platform waarin partijen uit techniek, wetenschap en tuinbouw samenwerken om de toepassing van robotica in de tuinbouw te versnellen. “Het is belangrijk dat telers mee sturen in die ontwikkeling”, vindt Colinda de Beer (InnovationQuarter). “Anders krijg je oplossingen die niet goed werken.”

In Tomatoworld zitten groepen studenten te discussiëren over technische mogelijkheden voor de glastuinbouw. Het RoboCrops-event in het World Horti Centre is afgelast wegens corona, maar de ’hackathon’ RoboCrops in Tomatoworld mag doorgaan. Colinda de Beer, business developer horticulture bij InnovationQuarter, probeert hiermee techniekstudenten warm te maken voor de tuinbouw. “Want er zijn straks veel technische mensen nodig om robots te kunnen gebruiken.”

Waar staat de ontwikkeling van de robots?

“Ik zie drie stappen. Ten eerste de vervanging van het repeterende werk, want daar zijn moeilijk werknemers voor te vinden. Bijvoorbeeld de oogstrobots voor tomaat, roos en gerbera, die nu in ontwikkeling zijn. Maar mensen met teeltkennis worden ook schaarser. Als je die kennis in een robot of in een groeimodel kunt stoppen, is de teler daar ook mee geholpen. De derde stap is dat een robot dingen kan doen die een mens niet kan. Hij kan bijvoorbeeld van elke tomaat onthouden hoe die er de vorige dag uitzag. Zo kun je betere oogstprognoses maken. Een mens kan zoveel informatie niet onthouden.”

Colinda de Beer (InnovationQuarter): "Als je als teler mee aan het roer staat bij robotering, kun je meer bepalen." - Foto: Joef Sleegers
Colinda de Beer (InnovationQuarter): "Als je als teler mee aan het roer staat bij robotering, kun je meer bepalen." - Foto: Joef Sleegers

Colinda de Beer werkt bij InnovationQuarter als business developer tuinbouw. InnovationQuarter is de regionale ontwikkelingsmaatschappij voor Zuid-Holland. Doel is om innovatie bij bedrijven te versnellen door samenwerking tussen ondernemers, kennisinstellingen en overheden te stimuleren. RoboCrops was aanvankelijk bedoeld als eenmalig event om partijen uit techniek, wetenschap en tuinbouw bij elkaar te brengen. Het event is al twee keer afgelast vanwege corona. Ondertussen is RoboCrops uitgegroeid tot een platform met online workshops en andere activiteiten waarin partijen worden samengebracht, met als doel de toepassing van robotica in de glastuinbouw te versnellen.

Waarom moet je die ontwikkeling nog versnellen?

“Omdat tuinders zeggen dat ze die robots nu nodig hebben. Ze kunnen geen mensen vinden om het simpele werk te doen. Ik zeg ’simpel’, maar een beter woord is ’repeterend’ werk. Het duurt even voor je goed rozen of paprika’s kunt knippen. Het kost veel geld om telkens opnieuw mensen te moeten opleiden. Als je één robot hebt die het werk kan doen, dan kunnen ze het allemaal.”

Wat zie je de komende jaren het meest veranderen?

“Nu ontwerpen we een kas zodat mensen daarin kunnen werken. De robots worden daarop aangepast, die rijden bijvoorbeeld door de paden. Een kas waarin geen mens hoeft te werken kan er heel anders uitzien. Over tien jaar wordt de kas ontworpen op de robots die daarin werken. Dan krijg je een heel ander teeltsysteem, met wellicht ook andere rassen. Een robot kan bijvoorbeeld alleen aardbeien plukken met een lang steeltje.”

Over tien jaar al?

“Ik denk dat de eerste serieuze oogstrobots voor groente over twee jaar door de kas rijden. Of dat interessant is voor een tuinder, hangt af van de prijs, de moeilijkheidsgraad van het werk en de schaarste aan personeel.”

Die robots kunnen nog niet alles oogsten. Zijn ze dan wel interessant genoeg?

“Het idee is dat robots over twee jaar wellicht 60 tot 80% van het gewas kunnen oogsten. Voor de rest heb je nog steeds mensen nodig. Het aandeel menselijke arbeid wordt echter steeds minder.”

Techniek en tuinbouw zijn twee aparte werelden waar twee verschillende talen worden gesproken

Loopt de groenteteelt met oogstrobots voor op de sierteelt?

“Bij de sierteelt zijn er minder voorbeelden te noemen, maar de telers zijn wel nauwer bij de ontwikkelingen betrokken. In de groenten heerst een meer afwachtende houding: ’als de robot klaar is, kom dan maar eens langs’. In de sierteelt is meer bereidheid om mee te sturen in de ontwikkeling. Waar ligt dat aan? Ik weet het niet. De cultuur, de marges? Het is ook niet makkelijk. Techniek en tuinbouw zijn twee aparte werelden waar twee verschillende talen worden gesproken.”

Wat bedoel je met verschillende talen?

“Dat zie ik in de praktijk, bijvoorbeeld als een technicus enthousiast met een idee naar een tuinder stapt. De tuinder vindt het dom dat de techneut bepaalde dingen niet weet over de teelt. En de technicus is verbaasd dat de tuinder zo weinig verstand heeft van techniek. Dat is voor beide partijen frustrerend. Met RoboCrops willen we deze twee werelden bij elkaar brengen.”

Hoe belangrijk is het voor tuinders om mee te sturen?

“Als telers niet aan het stuur staan, dan krijg je uitkomsten die niet voor 100% aan de wensen voldoen. Maar het gaat ook om kwesties als: van wie zijn de data die de robot oplevert? Want het gaat robotfabrikanten niet om het oogsten, maar om de data. Een robot ziet veel meer dan een mens. Met die beelden kun je prognoses maken, of vaststellen welke planten afwijkingen vertonen. Zo kan een fabrikant de oogstrobot tegen kostprijs verkopen en met de data nieuwe diensten aanbieden. Op zich is dat prima, maar je kunt wel heel afhankelijk worden van één fabrikant. Als je mee aan het roer staat, kun je meer bepalen. Die boodschap wil ik graag meegeven.”

Ik heb tuinders letterlijk horen vragen: als een robot kan wat ik kan, wat moet ik dan nog?

Wat is de grootste uitdaging in de ontwikkeling van robots?

“De uitdaging is niet zozeer de techniek, maar om de ondernemer en zijn medewerkers te laten zien dat de robot geen bedreiging is. Ik heb tuinders letterlijk horen vragen: als een robot kan wat ik kan, wat moet ik dan nog?”

Wat heb je daarop geantwoord?

“Dat hij dan een goede ondernemer is, omdat hij slim gebruikmaakt van groene technologie. Je moet een robot niet als bedreiging zien, maar als een collega. De teler gaat inderdaad meer beslissingen over de teelt uit handen geven. Dat is niet negatief. Je ziet tegenwoordig vaker ondernemers in de tuinbouw die bedrijfskunde hebben gestudeerd in plaats van teelttechniek.”

Hoe overtuig je mensen dat een robot geen bedreiging is?

“Dat zal in stappen gebeuren. Toen ik nog regelingen voor klimaatcomputers ontwierp, deden we dat ook in stappen. Het begon ermee dat de klimaatcomputer elke dag op basis van metingen een voorstel deed aan de tuinder. Die kon dan de instellingen aanpassen naar zijn eigen inzichten. Op een gegeven moment begonnen klanten te vragen: ’Waarom moet ik dat elke keer handmatig instellen? Dat kan de computer toch doen?’ Kijk, dan zijn we waar we willen zijn.”

Loopt Nederland voorop met ontwikkeling van robots voor de tuinbouw?

“In Nederland zijn inderdaad grote partijen die robots ontwikkelen. Maar er zijn ook grote buitenlandse bedrijven, bijvoorbeeld uit Japan, VS en Israël, die naar Nederland komen om hun robots in de glastuinbouw te testen. Ze willen een soort stempel hebben dat het is getest in het centrum van de glastuinbouw in de wereld.”

De komkommerrobot, waar al 25 jaar aan wordt gewerkt, is er nog steeds niet. Waarom zou het nu sneller gaan?

“Dat komt met name door de ontwikkelingen in beeldherkenning en kunstmatige intelligentie. Robots kunnen veel meer zien en berekenen. De techniek van camera’s, processoren en software gaat heel snel vooruit. Als we de enorme versnelling in de techniek combineren met de kennis in de tuinbouw, dan kan het snel gaan.”

Of registreer je om te kunnen reageren.