Glas

Achtergrond

Nico van Ruiten: ‘Nieuwe tuinder zoekt bewuster naar collectieven’

Na ruim tien jaar neemt Nico van Ruiten morgen afscheid als voorzitter van LTO Glaskracht Nederland. Met 58 jaar heeft hij nog energie genoeg voor een substantiële baan in de glastuinbouwwereld van ondernemerschap, collectiviteit, duurzaamheid en innovatie.

Het meeste plezier beleefde voorzitter Van Ruiten aan resultaten die werden behaald en de trots die hem kon bevangen wanneer hij buitenstaanders door een mooi glastuinbouwbedrijf kon leiden. “Als bij een buitenstaander zoals bijvoorbeeld Prem Radakishun op bezoek bij een tuinder de mond openvalt, dan genoot ik daarvan.”

Misschien zijn minst geliefde klusjes waren de tv-optredens. “Het NOS-journaal of RTL-nieuws willen je natuurlijk vooral voor de camera’s als er een crisis is. Zoals Ehec of de Russische boycot. Dat is al vervelend en ik voelde dat niet als mijn sterkste punt.”

‘Beste ambassadeurs zijn tuinders zelf’

De beste ambassadeurs zijn natuurlijk ook de tuinders zelf, stelt hij. Al beseft hij terdege dat de voorzitter ook boegbeeld van een sector is. Ruim tien jaar lang was hij dat boegbeeld. In 2006 kwam het na een spannende periode van bestuurlijke onmin tussen regionale LTO’s en de door glastuinbouwvoorman Frans Hoogervorst daarvan afgesplitste sectororganisatie Glaskracht, tot LTO Noord Glaskracht. “Ik ben toen gevraagd of ik voorzitter van die nieuwe club wilde worden en daarin aan de eenheid van de sector en de samenwerking binnen LTO Nederland en met LLTB en ZLTO kon gaan werken.”

‘Voorzitter niet per se zelf tuinder’

Nico van Ruiten
Nico van Ruiten neemt donderdag 14 september afscheid
als voorzitter van LTO Glaskracht Nederland. - Foto: Ton
van der Scheer

Van Ruiten was op dat moment een vrij man; na dertig jaar werden de aandelen in het familiebedrijf verkocht. “Als ik zeg dat LTO Glaskracht Nederland een sectorale organisatie is waar ondernemers aan het roer staan, dan bedoel ik dus niet per se dat de voorzitter ook tuinder moet zijn. Ik heb dat zelf ook niet gecombineerd, al had ik natuurlijk wel mijn ervaring in een sierteeltvermeerderingsbedrijf met 100 medewerkers in Nederland en 500 in Afrika. Dat Sjaak van der Tak nu aantreedt heeft alles te maken met zijn betrokkenheid, zijn enorme bestuurlijke netwerk en met zijn talent om de ambities en resultaten van de Nederlandse glastuinbouw naar buiten toe nog beter zichtbaar te maken.”

Heeft Van Ruiten dat laatste dan op sommige thema’s onvoldoende voor elkaar gekregen?

“Vooropgesteld: ik heb er nooit spijt van gehad dat ik van tuinder bestuurder ben geworden, want het voorzitterschap is een prachtige en brede functie. En ik ben ook trots op wat we met LTO Glaskracht hebben bereikt. Van 8 naar 30 medewerkers, gegroeid van een regionale organisatie die 3.500 hectare vertegenwoordigde, naar een landelijke organisatie en met 6.500 hectare. We hebben de energietransitie op de kaart gezet met Kas als Energiebron. We zijn in 2011 een van de negen topsectoren geworden. En ik ben er ook trots op dat we de afgelopen tien jaar steeds aansluitend een CAO hebben gehad en samen met de vakbonden een mobiliteitscentrum hebben neergezet, dat jaarlijks 500 mensen bemiddelt.”

Maar …?

“Tegelijkertijd hebben we op het gebied van arbeid nog steeds te maken met een imago dat niet met de werkelijkheid strookt. Alsof er bij ons alleen maar onderbetaalde Polen werken, wat natuurlijk onzin is. In de glastuinbouw zijn functies van hoog tot laag gewoon normaal betaald en ook inhoudelijk heel goed vergelijkbaar met het werk op maak- of distributiebedrijven als VDL, of om het even welk internetverzend- of technologiebedrijf. Dat er incidenten zijn met tuinders op dit gebied of op andere gebieden zoals plantgezondheid, dat is dan des te vervelender. Want je reputatie maak of breek je zelf. Tegelijkertijd ben ik er van overtuigd dat de tuinder van nu veel professioneler is dan die van twintig jaar geleden. Duurzaamheid werd toen alleen ervaren als last. Nu is dat door toekomstgerichte tuinders geïnternaliseerd.”

‘Collecitiviteit uit automatisme’

Een ander groot verschil is de bewuste keuze die anno 2017 wordt gemaakt voor collectieven en samenwerking. “Toen stonden we aan het einde van collectiviteit uit automatisme. De groenteveilingen waren daar een voorbeeld van. Maar ook de toenmalige zogenaamde ‘standsorganisaties’. Die fuseerden tot steeds grotere verbanden en dat zette mensen aan het denken. Nu wordt er veel bewuster naar verschillende collectieven gezocht, zoals in de afzet, maar ook bij ons in gewas- of warmtecoöperaties, of in de waterzuivering.”

‘Plantgezondheid grootste uitdaging’

Als grootste uitdaging voor de nieuwe lichting in bestuur en directie ziet Van Ruiten het thema plantgezondheid. “Op zich een thema waar zeker de glasgroente met lange ervaring van biologische bestrijding heeft gescoord. Maar biologische bestrijding staat nu juist op een wankel punt, omdat het medicijnkastje met correctiemiddelen leger en leger wordt. Dat veroorzaakt de neiging om dan maar weer terug te pakken naar de nog toegelaten, breed werkende, chemische middelen, omdat vrijstellingen die nodig zijn voor Integrated Pest Management er niet komen. En de toelating van groene middelen blijft achter. Het is een veelkoppig monster waartegen de goedwillende tuinder moest strijden; Ctgb, NVWA, EZ, I&M, Brussel, ngo’s en supermarkten. De sector en de politiek willen de gewasbescherming verder vergroenen, maar dat wordt door bureaucratie in Nederland en een ongelijk speelveld in Europa onmogelijk gemaakt. Politici en overheid zouden dan ook eens in de spiegel moeten kijken.”

Of registreer je om te kunnen reageren.