Bestel nu 3 nummers

Photo

Spruitenbijeenkomst met hoog informatief gehalte

0 539 Vollegrond

Er werd opvallend veel en grondig besproken, vorige week vrijdag op de veldbijeenkomst voor spruitentelers bij de firma Kleijwegt in Blaaksedijk. Het ging over middelen, bemesting, rassen, magnesiumgebrek, koolvlieg, schieters, flowersprouts, slakkenbestrijding op een simpele en effectieve manier en voorbehoedende waterberging. De onderwerpen zijn gevangen in foto’s en toelichtende tekst.

Foto

  • De veldbijeenkomst voor spruiten, afgelopen vrijdag 24 augustus bij de firma Kleijwegt in Blaaksedijk werd met zo’n 35 personen prima bezocht. Daaronder waren (nog) tien telers, waaronder uit Flevoland. Dat is een aantal dat weer eens duidelijk maakt dat het aantal producenten voor spruitkool niet al te dik gezaaid meer is. Omdat de percelen langs een kavelpad lagen, kon het transport collectief per openbaar vervoer worden geregeld.

  • Een perceel met de rassen Abacus en Octia in een planting van 15 tot 20 april. Vanwege hazenvraat was Kleijwegt genoodzaakt drie keer bij te planten ter vervanging van de verloren planten. Dat gebeurde wel met een ander ras, maar voorkomt dat planten door te veel groeiruimte te groot worden. Kleijwegt: ‘’Die spruiten blijven waarschijnlijk kleiner, maar die zijn ook wat waard.”

  • Een rassenproef met ras BE 2854. In een praktijkplanting waar inmiddels door het weer in de afgelopen maanden met 320 kilo zuivere stikstof per hectare was bemest. “Voor de lengte, maar nog veel belangrijker, voor de vitaliteit”, aldus Leo Kleijwegt. “Dat is weer van groot belang voor de effectiviteit van gewasbeschermingsmiddelen. Te schraal bemesten betekent geen lengte, geen vitaliteit, geen productiviteit, slecht werkende gewasbeschermingsmiddelen, dus milieubelastend”.

  • Dit maakt ook duidelijk dat de wettelijke gebruiksnorm voor stikstof voor spruitkool (290 kilo per hectare op kleigrond) dit jaar puur theoretisch is. Het bracht vervolgens de discussie op gang of de lengte van de planten effect heeft op de productie. Het idee was dat dat niet het geval is, want het aantal spruiten per stam blijft gelijk, en een langer gewas geeft alleen meer ruimte tussen de bladoksels. Wel geeft een ruimer gewas wat minder risico op smet, werd geopperd. BE 2854 is voor de oogst van 1 oktober tot 1 november. Opvallend was de langwerpige spruitvorm.

  • Rassenproef met SG 2385, aansluitend op het laatste deel van de oogst van Abacus. Dit staat veel steviger en de sortering is iets fijner. Leo Kleijwegt: “Het is aardig op lengte en recht. De ultieme beoordeling volgt bij de oogst.”

  • Koolvlieg is net als vorig jaar het grootste probleem. Wordt het weer de komende weken vochtig, zodat de eieren uit kunnen komen, dan zit het er dik in dat de gevolgen van de koolvlieg duidelijker te zien zullen zijn. Erboven op blijven zitten met pyrethroïden blijft het devies, benadrukte Johan Aarnoudse van toeleverancier Van Iperen, waarbij het de kunst blijft het middel tot onderin het gewas te krijgen.

  • Het ras Gigantus is bij de firma Kleijwegt uitstekend op lengte gekomen.

  • Wel werd hier magnesiumgebrek aangetroffen. Volgens Johan Aarnoudse van Van Iperen wordt in spruiten weinig aandacht gegeven aan magnesium. “Wat je in niet wilt, is dat je de bladverkleuring ook op de spruiten vindt. Dat betekent immers kwaliteitsverlies.” Magnesium is nodig voor de vorming van bladgroen. Naar de oorzaak van het magnesiumgebrek is het gissen: door onvoldoende beworteling door het natte weer, rasgevoeligheid of door het kalium/magnesium-antagonisme. Om het zekere voor het onzekere te nemen is een keer gespoten met bitterzout (vloeibaar, 20 liter per hectare), en wordt deze behandeling nog één- of tweemaal herhaald. Spuiten met fijne druppel, en weinig water zodat de oplossing op het blad blijft: gewasblad kan goed tegen bitterzout, de spruitenblaadjes kunnen door bitterzout verbranding oplopen.

  • De planting Aurelius wordt gevolgd door bladsteelonderzoek, waarvoor elke veertien dagen wordt bemonsterd. In een monstering op 6 augustus bevatte het blad nog 20.300 ppm N, op 20 augustus nog 7.700 ppm. Het gewas groeide in deze periode nog 9 centimeter (tot 65 centimeter lengte), in deze periode viel geen neerslag. Leo Kleijwegt: “We gaan op korte termijn bijbemesten met N (200 kilo KAS, 54 kilo zuiver) om de groei erin te houden.” Over het nut van bladsteeltjesonderzoek: “Bladmonsters geven eerder de voedingsituatie aan dan dat je dat op het oog ziet.”

  • De monsteruitslag van de bladsteelanalyse van laboratorium Eijkpunt.

  • Syngenta adviseert Clodius niet eerder te planten dan 25 april, met 1 maart als vroegste zaaidatum. Vroeger zaaien vergroot het risico op schieters. Leo Kleijwegt: “We kiezen er toch voor om wat eerder te zaaien, om zo vroeg mogelijk te kunnen starten. Dat doen we al jaren zo, zonder problemen, Normaal wordt dan rond 25 februari gezaaid, deze keer gebeurde dat op 16 februari.” Door de regen werd op 30 april een deel geplant en op 7 mei de rest. Die resterende planten werden die week bewaard in een koelcel bij 7 graden. In het vroege deel van de teelt ging 20 procent van de planten schieten, van de latere planting ging 80 procent van de planten in het schot. De schieters werden eruit gehakt, sommige planten gingen weer hergroeien.

  • De moraal van het schieterverhaal: deze schieters waren het resultaat van te veel koude: door te vroeg zaaien, de planten vroeg buiten zetten bij de plantenkweker en de koude in de koude in de koelcel. De les van het schieterverhaal is volgens Kleijwegt weer de gewone zaaidatum aanhouden (1/3) en de bij plantbewaring de koelcel niet meer aan te doen.

  • Flowersprouts, in vier rassen van zaadhuis Tozer. Geeft rozetachtige spruiten, voor rond Kerst. Oogsten gebeurt waarschijnlijk met een trailer met plukunit. Flowersprouts zijn een exclusieve groente in Engeland.

  • Flowersprouts, in vier rassen van zaadhuis Tozer. Geeft rozetachtige spruiten, voor rond Kerst. Oogsten gebeurt waarschijnlijk met een trailer met plukunit. Flowersprouts zijn een exclusieve groente in Engeland.

  • Een eenvoudig maar slim apparaat voor het strooien van slakkenkorrels en het trekken van 30 centimeter diepe geultjes ter vergroting van de waterberging. De beitels, op het trekkerspoor, werken 30 centimeter diep. De relatief kleine beitels trekken de grond iets op, zonder deze verder te bewegen.

  • Na veertien dagen droogte zijn de geulen goed te zien.

  • De slakkenkorrels worden op de spruitenplanten gedeponeerd. Het gewas moet dan droog zijn, de korrels rollen dan meteen van het blad af tot op de grond, onder de planten. De korrels blijven, beschermd door het gewas, langer droog en blijven daardoor langer intact.

door Joost Stallen

Gerelateerde tags

reageer

Of registreer je om te kunnen reageren.