Home

Achtergrond 2266 bekeken 1 reactie

Van Dijk: agrariër moet weer respect krijgen

Gelders gedeputeerde Jan Jacob van Dijk wil de economische basis van het platteland versterken. Boeren mogen weer uitbreiden. Maar ze moeten wel aan maatschappelijke randvoorwaarden voldoen. Daarom komt er een periodieke keuring van stallen.

De Gelderse gedeputeerde Jan Jacob van Dijk maakt zich zorgen over het platteland. In de agrarische sector ziet hij door de schaalvergroting de vitaliteit van het buitengebied in het geding komen. Van Dijk: “Neem Ede. Dat telde een jaar of vijf, zes geleden nog 1.200 tot 1.300 agrarische bedrijven. Nu zitten er pakweg 1.000. En de voorspelling is dat er over een jaar of zes nog 200 tot 300 bedrijven zijn. Wat betekent dat? Wat zijn de consequenties voor het platteland?”

De bestuurder ziet minder bedrijven, minder mensen, minder gebouwen. “Dat betekent dat de economische basis anders wordt. Daar moet je gesprekken over voeren. Wat doe je met de vrijkomende agrarische bebouwing? Maar ook: hoe kunnen we op andere manieren verdienmodellen ontwikkelen waardoor het boeren rendabel blijft.”

Gelders gedeputeerde Jan Jacob van Dijk maakt zich zorgen over het platteland. In de agrarische sector ziet hij door de schaalvergroting de vitaliteit van het buitengebied in het geding komen. - Foto: Koos Groenewold
Gelders gedeputeerde Jan Jacob van Dijk maakt zich zorgen over het platteland. In de agrarische sector ziet hij door de schaalvergroting de vitaliteit van het buitengebied in het geding komen. - Foto: Koos Groenewold

Agenda Vitaal Platteland

Van Dijk maakte een eerste Agenda Vitaal Platteland, die eind juni werd vastgesteld door Provinciale Staten. Hierin staan projecten die kunnen leiden tot nieuwe verdienkansen voor een gezond en vitaal platteland. In het najaar volgen nieuwe voorstellen.

In maart werd het zogeheten Plussenbeleid van kracht. Daarmee geeft de provincie veehouders de ruimte om hun bedrijf te ontwikkelen, maar onder voorwaarden. Ze moeten in gesprek met hun omgeving over de uitbreidingsplannen en extra investeren in dierenwelzijn, milieu, ruimtelijke kwaliteit. De boer moet 8% van de investeringssom besteden aan kwaliteitsverbetering. De Gelderse gemeenten krijgen maximaal tien jaar de tijd om het Plussenbeleid te integreren in hun bestemmingsplannen.

U heeft in een eerder interview gezegd dat de spanningen op het platteland toenemen, landbouw en recreatie vechten om de beschikbare ruimte. De verhoudingen verharden, is de dialoog die boeren moeten aangaan dan wel een goed middel?

“Wat ik geschetst heb is dat er uitwassen zijn. Er zijn boeren die hun buren niet informeren over waarmee ze bezig zijn en wat ze willen gaan doen. Ze denken: ach, ze zien het wel in de aankondiging van de vergunningaanvraag. Dan is alles al in beton gegoten. Tekening klaar, alles klaar. En dan zegt de omgeving: had je dat niet even met mij kunnen overleggen, want als je dat net een slag anders had gedaan was het beter geweest.

Wat ik aangeef en wat ook in de omgevingswet een heel belangrijk instrument is: zorg er nou voor dat je vroegtijdig met andere partijen om tafel gaat en zegt: dit ben ik van plan te gaan doen, denk mee. Alleen al het feit dat je een gesprek hebt met anderen zorgt voor meer respect onderling. En heb ik de illusie dat hiermee elk probleem in het buitengebied wordt opgelost? Nee. Ik ben gekke henkie niet. Maar het is wel zo dat hierdoor verhoudingen minder hard worden.”

Als de dialoog vastloopt, wie heeft dan de verantwoordelijkheid om die weer los te trekken?

“Inzetten op een dialoog hoeft niet te betekenen dat er aan het einde van de rit oplossingen zijn gevonden die door iedereen gedragen worden. Het kan heel goed zijn dat wordt geconcludeerd: we zijn het niet met elkaar eens. Een ondernemer die een aanvraag doet, zal wat mij betreft een helder bewijs op tafel moeten leggen met daarin uitgelegd: dit heb ik gedaan om ervoor te zorgen dat ik er met de omgeving zou uitkomen. Je zult rekening moeten houden met de gevolgen van de exploitatie voor jouw omgeving. Dat heeft te maken met klimaat, dierenwelzijn en landschappelijke inpassing. Als dat niet lukt, is het aan de vergunningverlener en eventueel de rechter om te bepalen of er op een goede manier geprobeerd is om rekening te houden met de belangen van de omgeving.”

Ook in Gelderland komt veel agrarische bebouwing vrij. Hoe gaat u daarmee om?

“We hadden gehoopt dat hierover ook interessante initiatieven op tafel gelegd zouden worden in het kader van de eerste vitale agenda. Die zijn er nog niet. De grootste problemen zijn de stallen. Op het moment dat ze niet meer gebruikt worden, gaan ze verkrotten. Dat willen we niet. Dus je moet je zorgen dat ze op tijd gesloopt worden. In het kader van het Plussenbeleid is het mogelijk om die 8% ook te gebruiken voor het slopen van stallen.

Je kunt zeggen: laten we toe dat er weer woonhuizen worden neergezet, maar we komen er langzamerhand achter dat dat het probleem van de toekomst gaat worden. Je belemmert er agrarische ontwikkelingen mee, want burgerwoningen hebben een ander ruimtelijk ordeningsregime. Je zou het recht om huizen te bouwen moeten gaan clusteren en rondom bestaande kernen gaan realiseren, maar dat is een ingewikkeld traject. In de Achterhoek zijn we bezig met het project Zon op erf. Dat betekent dat op de plek van gesloopte stallen zonnepanelen worden gelegd.”

In Brabant komt de stalderingsregeling, agrarische ondernemers die willen uitbreiden moeten gebouwen gaan slopen. In Food Valley hebben ze ook zo’n soort regeling in het kader van de plussenregeling. Gaat Gelderland Brabant achterna?

“Het beeld dat Gelderland Brabant achterna gaat wil ik héél snel bij me vandaan hebben. In Brabant is het behoorlijk gepolariseerd. Bij ons is de situatie totaal anders en we willen het op een andere manier doen. We hebben ons eigen beleid. Ik wil ervoor zorgen dat de boer een goede positie in de samenleving krijgt. En dat er met respect wordt gesproken over wat er gebeurt. Daaraan zitten twee kanten: de agrarische sector moet voldoen aan de eisen die door de samenleving worden gesteld en boeren moeten eerlijke prijzen krijgen. Dat zijn elementen die als rode draad door het beleid heen lopen.”

‘Het beeld dat Gelderland Brabant achterna gaat wil ik héél snel bij me vandaan hebben’

In de Statenbrief staat dat u binnenkort met een voorstel komt over eerlijke prijzen voor boeren. Hoe wilt u dat gaan doen?

“We voeren gesprekken met diverse spelers. Ik ben nadrukkelijk op zoek naar de rol die de provincie op het terrein van voedsel zou kunnen spelen. Ik weet dat het een lastig vraagstuk is. Het is moeilijk om investeringen in duurzaamheid terug te verdienen. Daarom hebben we samen met CBL en FNLI aan minister Kamp van Economische Zaken gevraagd om ervoor te zorgen dat er een vaste vergoeding wordt gegeven voor investeringen die op dit terrein worden gedaan. Toezichthouder ACM moet de ruimte krijgen om het goed te keuren. In het wetsvoorstel dat Kamp nu aan de Kamer heeft voorgelegd wordt ruimte geboden om daarmee iets te doen.”

U overweegt een apk voor stallen. Een periodieke keuring van de stalinrichting, wat betekent dat voor de boer?

“Wanneer je een vergunning krijgt, dan krijg je die min of meer voor de eeuwigheid. In bijna andere sectoren is dat niet het geval. Een hinderwetvergunning krijg je voor een periode van vijf jaar. Wij vinden dat dat in agrarische sector ook moet. Dat betekent dat de staltechniek up-to-date moet zijn.”

En wat als de techniek niet meer up-to-date is?

“We zullen het gesprek met boeren aangaan en zeggen: er zijn modernere staltechnieken. Eigenlijk zou je erover moeten nadenken als je nieuwere machines gaat installeren.”

Dat klinkt vrijblijvend. Gezien zijn smalle marges zal de boer zeggen: ik ben het met u eens, maar ik kan het niet betalen, dus ik doe het niet.

“Ja, maar van die vrijblijvendheid willen wij af. Ik zeg het nu in voorzichtige termen, omdat we het nog moeten uitwerken. Maar ik denk dat het na verloop van tijd hardere maatregelen worden. Linksom of rechtsom gaan we het op die manier doen, omdat we bij de tijd moeten zijn. Dit is een onderdeel van de license to operate van de boer.”

Als u dat gaat verplichten moeten boeren qua rendement weer een veer laten en dat staat haaks op wat u betoogt, namelijk dat de boeren in Gelderland binnen de maatschappelijke randvoorwaarden weer ruimte moeten krijgen om te bouwen aan perspectief.

“Ja, maar als ik nu op bedrijven kom waar de geuroverlast groot is omdat de boer met verouderde technieken werkt, dan staat de license to operate van die boer gewoon ter discussie.”

Eén reactie

  • Gedeputeerde Jan Jacob Van Dijk gaat bij voorbaat uit van schaalvergroting in de landbouw in Nederland en dat deze ter discussie staat telt blijkbaar niet mee.
    Het gaat in Nederland om toekomstgerichte kwaliteitsland-en tuinbouw voor hogere prijzen om de produktiekosten op te kunnen brengen.
    Jonge Friese boeren tonen aan dat bij kleinschaliger land- en tuinbouw kwaliteit geleverd kan worden voor een goede prijs met bijv. kringlooplandbouw waarbij ook tegemoet gekomen wordt aan maatschappelijke wensen en milieuverbetering.
    Grootschalige landbouw heeft meer toekomst biiten Nederland waar goedkoop geproduceerd kan worden. Dus grootschalig voor de wereldmarkt produceren heeft nauwelijks toekomst en dat roer moet dus eigenlijk zo snel mogelijk om als regeren vooruitzien is. De Rabo bank doet niet voor niets moeilijk over leningen voor schaalvergroting in de lanbouw. Voor kleinschaliger kwaliteitskringloop land- en tuinbouw is meer toekomst voor mens, plant, dier en milieu. Laten wij daarvoor op tijd gaan om met visie de toekomst tegemoet te treden.

Of registreer je om te kunnen reageren.