Doorgaan naar artikel

Harde cijfers WEcR over inkomens niet altijd even hard

In de cijferlijstjes over inkomens van Wageningen Economic Research wordt per definitie gemiddeld en gegeneraliseerd. De onderzoekers vergelijken ook weleens iets wat door nieuwe standaarden en telmethodes onvergelijkbaar is.

Wageningen Economic Research (WEcR) vertoonde maandag 18 december op het kantoor in Den Haag staatjes over de inkomensraming 2023 in de land- en tuinbouw. Op een daarvan werd vertoond hoe weinig boeren en tuinders er van 2022 op 2023 zijn gestopt. Per saldo waren dat er minder dan 100, geeft onderzoeker Harold van der Meulen aan.

Op een totaal van zo’n 51.000 bedrijven is dat ongekend weinig. De afgelopen 30 jaar lag het percentage stoppers gemiddeld vele malen hoger. Jaar op jaar stopte zo’n 4%. In de glastuinbouw beëindigde in moeilijke jaren ook wel eens 7% van de ondernemers hun bedrijf.

Lees ook:
Weer topjaar glasgroente, toch veel telers in rode cijfers
Inkomens vollegrond deze eeuw nog niet zo hoog 
Inkomens fruittelers pieken na vijf magere jaren

Aantal glastuinders groeit

In de grafiek per sector is voor de glastuinbouw zelfs een kleine groei te zien: van 2.392 bedrijven in 2022 naar 2.406 in 2023. Dat lijkt te maken te hebben met een nieuwe afbakening van wat wel en niet meetelt. Elk agrarisch bedrijfje dat in het handelsregister is opgenomen en minstens € 3000 ‘standaard omzet’ haalt, telt in in de Landbouwtelling van statistiekbureau CBS mee. Voor de opengrondstuinbouw (niet nader uitgesplitst, met dus behalve fruit en vollegrondsgroente ook bloembollen en boomkwekerij erin) is wel wat krimp: van 4.571 in 2022 naar 4.451 bedrijven nu.

Weinig opvolgers, heel veel bv’s

In een ander staatje valt de glastuinbouw alweer op. Op de vraag hoeveel boeren en tuinders van boven de 50 jaar oud een opvolger hebben, lijkt de glastuinbouw niet best te scoren. Nog geen 8% is 51+ mét opvolger. Meer dan 20% is 51+ zonder opvolger. Maar vooral zijn er heel veel bedrijven (52%) die worden gerund als rechtspersoon, meestal als bv. Alleen in de varkenshouderij is dat ook redelijk gebruikelijk (iets meer dan 20%). Op melkveebedrijven is het percentage verwaarloosbaar.

Wat is een oaje?

Het roept de vraag op hoe het dan zit met de maatstaf van de zogeheten onbetaalde arbeidsjaareenheid (oaje). Elke persoon die minstens 2.000 uur arbeid in het bedrijf steekt, maar daarvoor geen loon ontvangt, geldt als een volledige oaje. Het inkomen zoals WEcR die per sector berekent, wordt afgezet tegen het aantal oaje‘s. Op een bv tellen de directeuren-grootaandeelhouders.

Flatteert dat het inkomenscijfer voor de glasgroenteteelt iets (voor 2023 geraamd op gemiddeld 416.000 per oaje) of onderschat het nog wat? Dat is onmogelijk te zeggen. Duidelijk is wel dat WEcR elke decembermaand met zijn cijferlijstjes letterlijke appels met peren, tomaten met kippen en varkens met bloemkolen vergelijkt.

Bekijk meer

Share this

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin