Vollegrond

Achtergrond

Meer mogelijk met sectiecontrole op waterkanon

NPPL-deelnemers Sjaak Huetink, Jacob van den Borne en Gert Sterenborg gebruiken al een tijdje sectiecontrole op hun waterkanon. Alle drie zijn ze te spreken over het gebruiksgemak dat dit oplevert, maar ze zien ook nog grote kansen liggen die momenteel niet benut worden.

NPPL-deelnemer Gert Sterenborg in Onstwedde (G.) kocht in de zomer van 2020 sectiecontrole voor zijn waterkanon. Die aanschaf kwam niet uit de lucht vallen. Het systeem helpt hem in kaart te brengen waar, wanneer en hoeveel beregend is. “Percelen zijn namelijk niet altijd vierkant, soms staan ze schuin op elkaar. Als je ze goed wil beregenen, moet je je kanon bijstellen. Hoeveel er beregend is, wordt dan niet altijd duidelijk. Als het druk is op het bedrijf staan beregeningsinstallaties soms wel 22 uur achtereen te draaien. Dan raak je met meerdere mensen het overzicht een beetje kwijt.”

Eenvoudige installatie van gps-module

Het installeren ging vrij gemakkelijk, vertelt Sterenborg. “Een kwestie van een paar bouten en schroeven losdraaien, de handleiding goed lezen en het apparaat tussen het kanon en de kar plaatsen.”

De percelen van Sterenborg werden vooraf door de leverancier in de software geladen, waardoor de grenzen voor de gps-module bekend zijn. “Ik ben er wel tevreden over, het deed waar ik vooraf op hoopte. Alleen wanneer het harder waait, moet ik soms het kanon even bijstellen. De beregening wordt nu automatisch bijgehouden, waardoor de administratie van de beregening helemaal op orde is.”

Rendement nog niet helemaal duidelijk

Of het systeem daadwerkelijk rendement heeft, weet Sterenborg nog niet. “Het was een flinke aanschaf van enkele duizenden euro’s, maar beregenen is een vrij stressvolle gebeurtenis en dan is het prettig om dit systeem te hebben dat me vertelt hoe ver de taak is afgewerkt. Het geeft ook een melding wanneer het is omgevallen en wanneer het klaar is.”

Bijsturen van beregeningskanon kan op afstand

NPPL-deelnemer Sjaak Huetink is een van de eersten die Raindancers kocht om sectiecontrole toe te passen. “Ik gebruik het om vreemdvormige percelen netjes te beregenen, zonder overlap. Het scheelt vooral dat ik nu niet meer constant naar de haspel moet om bij te stellen”, aldus Huetink. “Het grote voordeel is dat ik er blindelings op kan vertrouwen dat hij netjes om het huis heen beregent. Ik kan het kanon op afstand bijsturen wanneer dat nodig is. Uiteindelijk is daarmee een waterbesparing van 20% mogelijk.”

Met een app is de sectiecontrole op afstand vanaf een mobiele telefoon te volgen. - Foto: Jan Willem Schouten
Met een app is de sectiecontrole op afstand vanaf een mobiele telefoon te volgen. - Foto: Jan Willem Schouten

Aantal millimeters beregening is nog niet af te lezen

Een wens van Huetink is dat in het systeem af te lezen wordt hoeveel millimeter beregend wordt. Nu gebeurt dat in aantal meters beregening per uur. “Dit is moeilijk te regelen. Waar ik graag naartoe wil, is dat beregeningskanonnen aan de hand van de data aan de slag gaan. Die data kun je bijvoorbeeld krijgen met bodemvochtsensoren die aangeven hoeveel millimeter nodig is. Zo ver is het nu nog niet.”

Taakkaarten voor beregenen verschillende percelen

Wat Huetink betreft kunnen taakkaarten nog het nodige toevoegen aan beregening. “Je kan daarmee een verdeelslag maken in de beregening over het perceel. Ik hoop dat er nog onderzoek wordt gedaan naar taakkaarten voor beregenen op basis van vochtgehaltes. Op dit moment weten we niet welke parameters het meest belangrijk zijn, de EC-waarde, organische stoffen of de hoogte?”

Ook bij zijn collega Sterenborg is er die wens. Hij zou graag willen weten hoeveel millimeter beregening op welke plek in het perceel nodig is. “Ik gebruik nu bodemvochtsensoren, waardoor ik al weet hoeveel beregening ongeveer nodig is. Met die informatie zou ik een taakkaart kunnen maken voor mijn waterkanon. Dus op droge zandgrond wat meer, op lage stukken wat minder.”

Adviesmodel voor beregenen in de maak

Al langer wordt gewerkt aan een goed adviesmodel voor beregenen, blijkt uit informatie van Wageningen University & Research (WUR). “Nu is het bepalen van het aanvulpunt op basis van bodemvochtsensoren en daarmee ook het bepalen van het juiste beregeningstijdstip en de juiste gift nog mensenwerk, en dat kan beter”, meldde WUR-expert Johan Booij daar eerder over bij NPPL. Vermoedelijk wordt dit eind dit voorjaar afgerond, laat Booij nu weten. “Dan worden op Farmmaps, een platform van WUR, een widget en applicatie van voorspelling van bodemvocht gedraaid, waaraan ook een advisering voor beregeningsgift is gekoppeld.”

Geen seconde spijt van aanschaf sectiecontrole

Akkerbouwer Jacob van den Borne in het Noord-Brabantse Reusel geldt als een kenner als het gaat om sectiecontrole. Hij was er na een extreem droog seizoen 2,5 jaar geleden als de kippen bij om als een van de eersten in Nederland zijn vijf Fasterholt-machines te voorzien van Raindancer gps-modules. “Het werd vanwege de droogte tijd om te investeren in beregeningstechniek. Tot nu toe heb ik daar geen seconde spijt van. Het bevalt erg goed. Ik bespaar momenteel zo’n 15 tot 20 % water, omdat er geen overlap meer is in het beregenen en er binnen de percelen wordt gewerkt.”

Digitalisering bespaart op personeel

Van den Borne houdt in het bijbehorende webportaal de registratie van zijn beregening nauwkeurig bij. “De gps-gestuurde waterkanonnen houden daarin automatisch de werkbreedte bij en ze passen de werksnelheid aan op basis van de veldgrens of een taak voor variabel beregenen.”

De investering is rendabel, zegt Van den Borne. “Ik zou niet meer anders willen. Door deze vorm van digitalisering heb ik een man minder personeel en het biedt ook gebruiksgemak, omdat ik op afstand kan bijsturen.” De kosten voor de gps-module zelf bedragen zo’n € 1.300, met een jaarabonnement van zo’n € 50. “Dat haal ik er dus makkelijk uit.”

Bochten zorgen nog voor moeilijkheden bij beregening

Van den Borne ziet nog wel ruimte voor verbetering, onder meer in de beregening bij bochten. “Bij een bocht krijgt de binnenbocht te veel water en de buitenbocht te weinig. De leverancier werkt eraan om dit eruit te krijgen. Ook wordt gewerkt aan oplossingen om minder windafhankelijk te worden, door twee kleine kanonnen aan de zijkanten erop te zetten.”

Daarnaast zijn er volgens Van den Borne ook op ICT-gebied stappen mogelijk. Op dit moment communiceert de Raindancer met het webportaal via een API-koppeling. API staat voor Application Programming Interface, een concept waarmee verschillende opdrachtregelprogramma’s met elkaar kunnen communiceren, hoewel ze ‘een andere programmeertaal spreken’. “Via die API-koppeling kunnen meer gegevens van Raindancer worden gedeeld.”

Registratie kan nog preciezer

Van den Borne hoopt dat in de nabije toekomst de druk op zijn kanon iedere zeven minuten geregistreerd kan worden in zijn webportaal. Daarmee kan hij nog preciezer registreren. “Dan kan ik namelijk een kaart maken waarmee ik kan zien hoeveel water er per vierkante meter valt.” De Raindancer geeft op dit moment als route elke keer een vertrekpunt en een eindpunt aan, waarna hij door het perceel een rechte lijn trekt. Van den Borne: “Hopelijk komt er ook een aanpassing waarmee hij zelf een bochtje kan registreren.”

Autonoom werken en berekeningen uitvoeren

Voor het zover is, moet er door leveranciers nog wel werk verzet worden. “De uiteindelijke droom is dat de Fasterholt-machines volledig autonoom kunnen werken en zelf variabele hoeveelheden kunnen beregenen op de aangegeven plekken. Daar zal de Raindancer belangrijk in zijn, maar ook op dit moment ben ik te spreken over de huidige mogelijkheden voor variabel beregenen. Je kan nu zelf de oprolsnelheid instellen en dus uitrekenen hoeveel water uit het kanon komt.”

Onderzoek naar belangrijke parameters in de toekomst

Het omrekenen naar millimeters, zoals NPPL’ers Sterenborg en Huetink graag willen zien in de toekomst, wordt volgens Van den Borne waarschijnlijk een lastig verhaal. “Dat kan wel, maar er zijn meer factoren. Je bent dan onder meer afhankelijk van de werkbreedte van je straal. De kans is groot dat van het aantal millimeters op het land uiteindelijk niks klopt.”

Zelf hoopt hij dat de komende tijd meer onderzoek gedaan wordt naar de belangrijkste parameters die bepalen hoeveel beregening ideaal is voor een perceel. “De verdampingskaart is de enige kaart waar ik nu echt iets mee kan. Dat is volgens onderzoek biomassagerelateerd. Meer biomassa betekent over het algemeen meer verdamping, maar dat hoeft echt niet in alle gevallen zo te zijn. Je hebt bijvoorbeeld ook te maken met schaduwzones. Het zou een uitkomst zijn als Universiteit Wageningen parameters voor verdampingskans gaat onderzoeken. Ik zou natuurlijk wel willen weten welke interval en welke hoeveelheid beregening nou het beste zijn voor het gewas.”

Sjoerd Hartholt

Of registreer je om te kunnen reageren.