Vollegrond

Achtergrond

‘95% reductie per 2030 wordt een probleem’

Nul-emissie vanuit open teelten is alleen haalbaar als technieken van precies naar exact gaan, zegt Rob van de Lindeloof van Agrifirm. De groeiende groep grote bedrijven zal de toon zetten.

De dag voor het interview heeft Rob van de Lindeloof nog door de CBS-cijfers ‘gestruind’. Wat hij dagelijks om zich heen ziet, bevestigt de cijfers.

“Forse doorgroei. Schaalvergroting gaat vrij hard om de kostprijs te drukken. De laatste 10 jaar is het aantal bedrijven met 100 tot 300 hectare verdubbeld. De groten groeien het hardst, die nemen ineens hele bedrijven van stoppers over. Er is grote druk op de grondmarkt, de grote bedrijven happen agressief toe en zijn gretig om grond over te nemen van collega’s op leeftijd zonder opvolger. Die blijven wel lang bezig, leuk om er iets bij te houden, maar op een gegeven moment komen die bedrijven op de markt.”

De intensiviteit van het bouwplan is een grote uitdaging

“Wat je de laatste jaren ook ziet is dat het ruwvoerareaal, gras en mais, wat afneemt en dat die grond naar de akkerbouw gaat. Want er komt wat minder vee. De sterke wens te groeien zorgt voor een hoge grondprijs. Dus moet er efficiënt geboerd worden. Grootschalig en met intensieve bouwplannen. Die intensiviteit van het bouwplan is een grote uitdaging. Op een gegeven moment krijg de teler het bouwplan niet meer rond en is veel gewasbescherming nodig om teelten gezond te houden.”

Rob van de Lindeloof (47) werkt 24 jaar bij Agrifirm en diens rechtsvoorgangers. Als directeur Marketing & Categoriemanagement is hij verantwoordelijk voor meststoffen, zaaizaden en gewasbeschermingsmiddelen. Met een broer heeft Rob van de Lindeloof een akkerbouwbedrijf in Hoeven (N-.Br.). Vanuit die plaats vertrekt hij iedere dag 's ochtend om 05:00 u. naar Agrifirm in Apeldoorn. - Foto: Koos Groenewold
Rob van de Lindeloof (47) werkt 24 jaar bij Agrifirm en diens rechtsvoorgangers. Als directeur Marketing & Categoriemanagement is hij verantwoordelijk voor meststoffen, zaaizaden en gewasbeschermingsmiddelen. Met een broer heeft Rob van de Lindeloof een akkerbouwbedrijf in Hoeven (N-.Br.). Vanuit die plaats vertrekt hij iedere dag 's ochtend om 05:00 u. naar Agrifirm in Apeldoorn. - Foto: Koos Groenewold

Wat kun je daar vanuit Agrifirm mee?

“Klanten helpen met de bodem gezond te houden; intensiteit zonder de bodem uit te putten, milieu-impact door middelengebruik minimaliseren. Dat moet. Door innovatie, adviezen, testresultaten en proeven willen we laten zien hoe het ook kan om met een lagere milieu-impact tot rendement te komen. Rendement staat voorop. We voelen als Agrifirm daar wel een verantwoordelijkheid.”

In 2030 mag de emissie nog maar 5% bedragen van wat die in 2016 was. Da’s niet gering, gaan telers dat halen?

“Ik kan me vinden in de doelstelling van 95% reductie. Maar ik vind het tijdpad te strak. Er moet veel gebeuren om zogeheten groene middelen getoetst te krijgen, om gewassen en bodem voldoende weerbaar te maken om ze ziektevrij te kunnen telen. Daar ligt een forse uitdaging.”

U bedoelt?

“Daar hebben we een groot probleem bij de kop. Er moet meer gebeuren dan nu gebeurt. Er moet meer ruimte komen om nieuwe middelen te testen. In open teelten kun je een middel maar 1 keer per jaar beproeven. De doorlooptijd van een nieuw middel is 7 à 8 jaar. Ik zou graag zien dat er eerder een toelating afkomt op kleine schaal, dat nieuwe middelen al in bijvoorbeeld demonstratievelden mogen worden toegepast. Voor ICM ( integrated cropmanagement, red), moet je alle zaken meenemen voor een weerbaarder teelt: akkerranden, bodem, allemaal om met minder middel toe te kunnen. Minder chemisch/synthetische middelen, meer biologische middelen, meer biostimulanten en dergelijke.”

Er wordt wel gezegd dat die aanpak te complex wordt voor een individuele teler. Dat dan specialisten nodig zijn. Vindt u dat ook?

“Ik denk dat over 5 jaar door opleidingen telers qua kennisontwikkeling een stuk verder zullen zijn dan nu. Wacht maar eens af. Maar zeker is er ook een belangrijke rol voor voor adviseurs. Gewasbescherming wordt complexer; het gaat over weerbaarheid, BOS-systemen, natuurlijke vijanden, precisielandbouw. In die complexiteit moeten we telers helpen.”

De overheid, het ministerie van LNV, vindt dat akkerbouwers precisielandbouw te traag oppakken en zo kansen missen om de milieu-impact van hun teelten te verlagen. Hoe kijkt u daar tegen aan?

“Ik ben het ermee eens dat precisielandbouw traag wordt opgepakt. Maar vraag je eens af wat daarvan de oorzaak is? Akkerbouwers zijn sceptisch, omdat de kosten niet worden goedgemaakt door de baten.”

Precisielandbouw moet doe-het-zelf-landbouw zijn

“Daarnaast zie ik bij de boeren in de Nationale Proeftuin Precisielandbouw met enige regelmaat frustratie, doordat op het moment suprême precisietoepassingen niet werken. Dat werkt remmend. Precisielandbouw moet doe-het-zelf-landbouw zijn. Als een teler er zelf mee aan de slag kan, zal het worden omarmd. Als je er iedere keer iemand bij nodig hebt, gaat het niet goed. Samengevat, het rendement is niet bewezen en het is nog te gecompliceerd.”

Telers zeggen ook: ‘Hoezo precisielandbouw, we werken al heel precies.’

“De spijker op zijn kop, wat mij betreft. Men doet het hier al heel goed. Als het voor portemonnee of milieu met minder middel kan, dan gebeurt dat. Nederlandse telers doen het al goed. Het zal best beter kunnen, maar je moet eigenlijk spreken over ‘van-precies-naar-exact’. Wat verdergaande precisie zal helpen, is als middelen alleen onder de voorwaarde van exact gebruik zouden worden toegelaten, of behouden blijven. We moeten een stap verder. De doelstelling van BO Akkerbouw van nul-emissie is alleen haalbaar als je van precies naar exact gaat. Dan gaan de grote bedrijven eerst om en de rest volgt.”

Hoe gaat het met het geoplatform Akkerweb, klopt het dat Agrifirm er vanaf wil?

“Akkerweb is sinds najaar 2015 een onafhankelijk platform waar telers informatie van kunnen halen. Ze kunnen hun bemestingsplan maken, applicaties voor loofdoding en dergelijke vandaan halen, opdrachten voor bodemscans doorgeven. Dat heeft Agrifirm ontwikkeld samen met Wageningen University (WUR). De situatie is nu dat we met de WUR in gesprek zijn om onze samenwerking anders in te richten.”

Anders inrichten?

“We stappen uit de Stichting Akkerweb per 2020. Het officiële besluit is net genomen. Onze droom 4 jaar geleden was dat andere partijen zouden aanhaken. Het idee was dat Akkerweb een platform zou worden voor heel Nederland, misschien nog wel breder. Die droom is niet uitgekomen. Het bezoek aan het platform stabiliseert. Dat is waar ook WUR tegenaan loopt. Het platform zal blijven maar met minder bedrijfskritische applicaties, zoals een bemestingsprogramma of middelenadvies. In de nieuwe situatie zal WUR Akkerweb meer gebruiken voor scholing, educatie, onderzoek, Het wordt dan dus niet meer gerund door een commerciële partij als Agrifirm. Door uit de stichting te stappen, maken we de weg vrij voor Akkerweb om door te groeien als onafhankelijk innovatie- en adviesplatform. Tegelijkertijd gaan we – met name onze kritische bedrijfsapplicaties – verplaatsten naar een eigen Agrifirm-platform.”

Hoe kijkt u aan tegen de aanzwellende stroom data die via drones, trekkers, bodemscans en dergelijke op het akkerbouwbedrijf worden geproduceerd?Zijn die data van telers geld waard?

“Hangt er vanaf hoe je er tegenaan kijkt. Ja, als je er iets mee doet. Als je ze analyseert zodat je er bijvoorbeeld je opbrengst en kwaliteit mee kunt verbeteren. Of de input kunt verminderen. Maar dat beleven we pas als die verzamelde data gaan stromen. Daarom is het zo belangrijk dat per 2020 via Joindata een uitwisseling op gang kan komen, waarbij de teler bepaalt wie over zijn data kan of mag beschikken. (JoinData is een non-profit coöperatie die veilige en transparante datadistributie in de Food & Agri-sector mogelijk maakt. In JoinData worden agrarisch ondernemers, dataleveranciers en applicatiebouwers bij elkaar gebracht voor eenvoudige, heldere en eerlijke datadistributie, red.). Maar data zijn geen geld waard in die zin dat je ze zou kunnen verkopen.”

Wat als grote bedrijven aan de haal gaan met gegevens van de teler?

“Als grote afnemers aan de hand van allerlei data, ook die van de teler, de omvang van de oogst kunnen voorspellen, dan kan dat een nadeel voor de teler zijn. Maar dat is van alle tijden in de vrije handel. Daar doe je niks aan. Maar wat is er mis wanneer John Deere of een andere trekkerfabrikant voortdurend de gegevens van je trekker uitleest en op een gegeven moment zou zeggen dat je beter uit bent met een 72 pk-trekker omdat je de 120 pk nooit gebruikt. Dan zie ik dat alleen maar als voordelig voor de teler. Dat een trekkermerk, zich zo onderscheidt in de markt en daar beter van wordt, kan ik moeilijk een probleem noemen.”

Van de Lindeloof vindt een zo breed mogelijke data-uitwisseling tussen telers, toeleveranciers en afnemers essentieel om ze zo te kunnen modelleren dat oogsten voorspelbaar worden. Zodanig dat gewassen het beste rendement leveren.

Wordt dan de boer straks niet een soort zetboer die wordt aangestuurd door algoritmes en precisielandbouwmodellen?

“Niet helemaal. Maar in toenemende mate zal hij zich wel moeten laten helpen door dergelijke systemen. Data op basis van sensoren worden nu eenmaal betrouwbaarder dan wat je met het blote oog ziet. Vooral voor de grootschaligere bedrijven zal het juist een efficiencyslag zijn die heel welkom is.”

Is in de akkerbouw sprake van een evolutie of een revolutie?

“Goeie vraag, er is veel aan de hand. Ik neig naar evolutie, van een volgende fase in het je als teler laten helpen beslissingen te nemen. Een revolutie zou het zijn als je zelf niet meer op je akker zou mogen of hoeven te komen voor een goede teelt. Ook al gaat het snel, dat is nog wel erg ver weg, hoor.”

Of registreer je om te kunnen reageren.