commentaar

Nieuw GLB: Brussels pakket met regionale verschillen

De landbouwministers vergaderden 45 uur in Luxemburg over het nieuwe landbouwbeleid. Woensdagmorgen 21 oktober om 04.00 uur bereikten zij een akkoord.

Vrijwel tegelijkertijd wordt ook in het Europees Parlement een standpunt ingenomen over het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). Vrijdag staat de eindstemming in Brussel op de rol.

Het is nu niet mogelijk het pakket precies te duiden, maar aan de grote lijn wordt niet meer getornd. De ministers volgen in hoofdlijnen het voorstel dat (inmiddels oud-)EU-landbouwcommissaris Phil Hogan al in 2018 presenteerde: meer ruimte voor nationale invulling.

Inkomenssteun ‘verdienen’ met eco-regelingen

Kort gezegd komt het er op neer dat de boeren een basispremie krijgen, op maximaal 80% van het totale budget van de huidige directe inkomenssteun. De laatste 20% moeten zij ‘verdienen’ via zogenoemde eco-regelingen. Per lidstaat kunnen deze eco-regelingen op gebied van klimaat, duurzaamheid, biodiversiteit, dierenwelzijn, et cetera verschillen. Boeren zijn vrij om aan deze regelingen mee te doen. Als zij niet meedoen, krijgen ze minder inkomenssteun.

Maatwerk logisch, maar speelveld nog ongelijker

Op zich is deze ‘renationalisatie’ van het gemeenschappelijke beleid goed. De productieomstandigheden zijn in de lidstaten verschillend. Het is logisch dat hier maatwerk kan worden geleverd. Tegelijkertijd zit hier ook de angel van het akkoord. Met de verschillen per lidstaat wordt ook het speelveld ongelijker. Dat klinkt dramatisch, maar ook in het huidige stelsel zit al veel ‘ongelijkheid’. Een volledig gelijk speelveld is een utopie.

Voorzitter van de Europese landbouwraad (en Duits landbouwminister) Julia Klöckner noemt het akkoord een mijlpaal. Volgens haar wordt het beleid groener, eerlijker en eenvoudiger. Alleen al dat laatste is een uitdaging.

Of registreer je om te kunnen reageren.