Home

Achtergrond

Boonekamp: ‘Kortzichtig beleid over gewasbescherming’

De politiek maakt het de akker- en tuinbouw lastig om de doelen voor gewasbescherming te halen, zegt directeur Piet Boonekamp van Artemis. “De toelating van biologische middelen moet sneller.”

De doelen in het nationale Uitvoeringsprogramma Gewasbescherming en de Europese Green Deal liegen er niet om. De Nederlandse overheid wil dat in 2030 planten en teeltsystemen weerbaar zijn, waarbij toepassing van chemische gewasbescherming tot het uiterste minimum wordt beperkt. De Europese Commissie stelt als doel dat in 2030 het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen met 50% is gedaald. Om die doelen te halen zijn stevige inspanningen nodig.

Piet Boonekamp (70) is directeur van Artemis, de vereniging van leveranciers en distributeurs van natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen en biostimulanten. Boonekamp studeerde biochemie aan de Universiteit Leiden. Hij werkte onder andere bij onderzoeksorganisaties in binnen- en buitenland, maar de meeste jaren bij Wageningen UR. Bij WUR heeft hij zich veel bezig gehouden met plantenziekten. In 2016 ging Boonekamp met pensioen en werd directeur van Artemis. - Foto: Koos Groenewold
Piet Boonekamp (70) is directeur van Artemis, de vereniging van leveranciers en distributeurs van natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen en biostimulanten. Boonekamp studeerde biochemie aan de Universiteit Leiden. Hij werkte onder andere bij onderzoeksorganisaties in binnen- en buitenland, maar de meeste jaren bij Wageningen UR. Bij WUR heeft hij zich veel bezig gehouden met plantenziekten. In 2016 ging Boonekamp met pensioen en werd directeur van Artemis. - Foto: Koos Groenewold

Politiek maakt het de sector lastig

Maar de politiek maakt het de akker- en tuinbouwsector lastig om die doelen te halen. Want er moet een omslag worden gemaakt van chemische middelen naar gewasbescherming en plant- en bodemversterking op basis van biologische middelen, biostimulanten en laagrisicomiddelen.

De regelgeving is daar volstrekt niet op ingericht, zegt directeur Piet Boonekamp van Artemis, de vereniging van producenten en distributeurs van biologische gewasbeschermingsmiddelen en biostimulanten. “In politieke debatten gaat het al snel over het verbieden van chemische middelen. Ik zie liever dat de regelgeving wordt aangepast, zodat biologische middelen sneller worden toegelaten. Politici zijn kortzichtig wat dit betreft.”

Hoeveel middelen van natuurlijke oorsprong zijn beschikbaar?

“Daar is weinig over bekend. De schatting is dat in Nederland minder dan 2% van de gebruikte kilo’s actieve stof in de akker- en tuinbouw een biologische oorsprong heeft. Artemis is bezig het gebruik van biologische middelen in kaart te brengen, samen met Nefyto. De toelatingsautoriteit Ctgb hanteert wel de categorie laagrisicomiddelen, waar de meeste biologische middelen onder vallen. Maar er is geen aparte categorie van biologische middelen. Het Ctgb heeft 18 laagrisicomiddelen in Nederland toegelaten, waarvan er 11 zijn bedoeld om slakken te bestrijden.”

Dat stelt niks voor. Hoe komt dat?

“De grootste belemmering is de regelgeving. De criteria voor de toelating van biologische middelen zijn gelijk aan die van chemische middelen. Er moet veel informatie beschikbaar zijn over mogelijke risico’s. Terwijl biologische middelen meestal een laag risico hebben. Bovendien zijn biologische processen moeilijk te onderzoeken, hetgeen de toelating extra complex maakt. Dat is bij een chemische stof gemakkelijker.”

De grootste belemmering is de regelgeving

“Wat ook meespeelt is dat chemische middelen worden geproduceerd door grote concerns die voldoende kapitaal hebben voor kostbare en langdurige toelatingsprocedures. Die kosten zijn voor de kleinere producenten van biologische middelen veel moeilijker op te brengen. Een derde probleem is het gebrek aan kennis bij de toelatingsautoriteiten in veel lidstaten. Dat is wel goed in Nederland, Frankrijk en Duitsland. Maar die kennis ontbreekt in andere lidstaten, die dan ook onnodige vragen stellen over biologische middelen. Dat vertraagt de toelating.”

“Naast de regelgeving is er ook het probleem dat veel biologische middelen in de huidige akker- en tuinbouwsystemen minder robuust werken dan chemische middelen. Verwacht wordt dat ze beter tot hun recht komen in weerbare teeltsystemen, waarin ook biostimulanten een belangrijke rol spelen. Biostimulanten kunnen echter pas vanaf 2022 geregistreerd worden, onder de nieuwe meststoffenverordening. Het probleem is dat die wet maar vier groepen van micro-organismen gaat regelen, die bodem en planten weerbaarder maken. Dan mogen honderden andere micro-organismen niet meer verkocht worden als biostimulant, terwijl deze broodnodig zijn om de doelen te halen wat betreft weerbaarheid.”

Tekst gaat verder onder het kader

Artemis: natuurlijke gewasbescherming stimuleren

Artemis is de vereniging van leveranciers en distributeurs van natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen en biostimulanten. De vereniging is in 1995 opgericht. Nederland was de eerste EU-lidstaat met een vereniging gericht op natuurlijke middelen. De vereniging telt 30 leden, waarvan de helft producent is en de andere helft distributeur.

Gaat de toelating soepeler buiten de Europese Unie?

”Brazilië, de Verenigde Staten en andere landen hebben voor biologische middelen een aparte toelatingsprocedure. Daardoor zijn veel meer middelen beschikbaar. In Europa zijn zo’n 100 biologische middelen op de markt. In Brazilië zijn het er meer dan 400. Daar zijn bij de teelt van soja, mais en suikerriet veel chemische gewasbeschermingsmiddelen al vervangen door biologische middelen. In Brazilië worden jaarlijks 30 tot 40 nieuwe biologische middelen toegelaten. Vorig jaar waren dat er zelfs 76. In Europa zijn dat er maar een paar per jaar. In Europa duurt de toelating minimaal 5 jaar. In Brazilië is dat 2 jaar, terwijl ze een vergelijkbare wetgeving hebben voor veiligheidsrisico’s. De toelating van biologische middelen moet ook in de EU veel sneller worden geregeld willen we de doelstellingen voor gewasbescherming halen. De politiek heeft hier veel te weinig oog voor.”

De toelating van biologische middelen moet ook in de EU veel sneller worden geregeld willen we de doelstellingen voor gewasbescherming halen

Wat moet er gebeuren om de toelating van biologische middelen te versnellen?

“Het Ctgb moet een grotere capaciteit krijgen om toelatingsaanvragen te beoordelen. Als je nu een toelating aanvraagt, krijg je te horen dat het Ctgb vol zit tot 2023. Ze zijn druk met de hertoelating van chemische middelen. Ik pleit er voor die hertoelatingen te verlengen zonder beoordeling en de capaciteit die dan vrijkomt te gebruiken om de toelating van biologische middelen te versnellen. Daarnaast pleit Artemis voor een aparte toelatingsprocedure van biologische middelen, los van de toelating van chemische middelen. Frankrijk is de enige lidstaat waar dat is geregeld waarbij ontwikkeling, toelating en gebruik worden gestimuleerd. Ook zou de etikettering kunnen worden aangepast zodat een toegelaten middel voor meerdere gewassen te gebruiken is.”

Tekst gaat verder onder de foto

Natuurlijke gewasbescherming vindt zijn oorsprong in kassen. Tegenwoordig wordt ook in open teelten geëxperimenteerd. Bijvoorbeeld door het stimuleren van natuurlijke vijanden van plaaginsecten. Op de foto is te zien hoe een larve van een lieveheersbeestje een bladluis aanvalt. - Foto: Delphy
Natuurlijke gewasbescherming vindt zijn oorsprong in kassen. Tegenwoordig wordt ook in open teelten geëxperimenteerd. Bijvoorbeeld door het stimuleren van natuurlijke vijanden van plaaginsecten. Op de foto is te zien hoe een larve van een lieveheersbeestje een bladluis aanvalt. - Foto: Delphy

Telers hebben veel ervaring met chemische middelen. Zien zij die biologische middelen wel zitten?

“Ik merk bij akkerbouwers en telers veel belangstelling. Zij willen een grotere weerbaarheid van bodem en planten stimuleren. Dan is minder chemie nodig. In samenwerking met de Brancheorganisatie Akkerbouw is Artemis een project gestart met twee akkerbouwers op kleigrond. Zij hebben in 2020 in kaart gebracht tegen welke problemen zij aanlopen wat betreft plantgezondheid en bodemweerbaarheid. Dit hebben wij voorgelegd aan onze leden die daar alternatieve oplossingen voor aanbieden. Deze alternatieven worden dit jaar uitgeprobeerd op de akkerbouwbedrijven. We gaan dit project dit jaar uitbreiden naar akkerbouwbedrijven op zandgrond.”

Kunnen de hectareopbrengsten op peil blijven als chemische middelen worden vervangen door biologische?

“Het gebruik van biologische middelen past in een weerbaar teeltsysteem, waarbij je natuurlijke processen de ruimte geeft, een bredere vruchtwisseling toepast en meer groenbemesters gebruikt. Een teler creëert zo een grote biodiversiteit van (micro-)organismen en natuurlijke stoffen. Dit maakt de bodem gezonder en gewassen weerbaarder. Natuurlijke gewasbeschermingsmiddelen en biostimulanten ondersteunen deze weerbaarheid. Ziekten en plagen krijgen minder kans. Dan stap je af van het streven naar een maximale productie die is gebaseerd op een maximale bemesting en een maximaal gebruik van chemische gewasbescherming.”

Biologische middelen zijn vaak duurder dan chemische. Dan hebben telers toch juist hogere hectareopbrengsten nodig om de extra kosten vergoed te krijgen?

“Dat klopt. Daar is een aantal oplossingen voor. De betalingen uit het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten veel meer worden gekoppeld aan vergroening van het teeltsysteem. Daarnaast zal de consument meer moeten betalen voor voeding. En de nationale overheid zal meer geld moeten steken in een voedselproductie die is gebaseerd op natuurlijke gewasbescherming. Dat kan bijvoorbeeld door telers te betalen voor het aanleggen van natuurstroken waar natuurlijke vijanden van plaaginsecten gedijen.”

Akkerbouwers en telers willen een grotere weerbaarheid van bodem en planten stimuleren. Dan is minder chemie nodig.

“Dergelijke stimuleringsmaatregelen zijn onvoldoende in het Uitvoeringsprogramma Gewasbescherming terecht gekomen. We hebben nog maar 10 jaar om de doelen te realiseren wat betreft gewasbescherming. Dat is ongelooflijk kort. We moeten veel meer overstappen op biologische gewasbescherming en biostimulanten. De politiek kan daar een grote rol in spelen, maar ik zie helaas weinig visie en veel stroperigheid. Alleen hakken op chemische middelen is kortzichtig. Men moet juist de telers ondersteunen om de transitie te maken. En dat werkt niet door het oude te verbieden als de nieuwe oplossingen er nog niet zijn. Als de politiek echt wil dat de doelen worden gehaald, dan moet ze de toelating van biologische middelen veel beter regelen en het gebruik door de teler stimuleren.”

Of registreer je om te kunnen reageren.