Home

Achtergrond

CLM en WUR: laat Brussel meebetalen aan ganzen

De kosten van de groeiende aantallen ganzen nemen nog steeds toe. CLM en WUR rekenden aan twee plannen die er liggen om die kosten te beperken. Ze komen beide verrassend genoeg ruwweg op hetzelfde neer. Voorwaarde is dat Brussels geld handig wordt ingezet.

De aantallen ganzen blijven stijgen van 2,2 naar 3,3 miljoen in de winter in 2018. In de zomer wordt het bijna anderhalf miljoen. Dat laatste is vijf keer zo veel als in 2009.

Het zijn vooral de grauwe ganzen en brandganzen die hier in toenemende aantallen broeden. De kosten rijzen de pan uit. Nu liggen die al op 26 miljoen euro per jaar. Als het zo doorgaat, gaat het naar 38 miljoen euro per jaar in 2018. Dit komt door toenemende schade.

Er liggen twee voorstellen om het probleem in te dammen. Het een is van de zogeheten G7, een aantal organisaties op het gebied van natuur en landschap. Tot vorig voorjaar hoorde ook de jargersorganisatie KNJV hier bij, maar die haakte af vanwege twijfels over de kans van slagen van massaal afschot van ganzen in de zomer, wat een van de pijlers van het plan is.

Het tweede plan is van de provincies, verenigd in het IPO. Ook hier is ‘reductie van de populatie zomerganzen’, zoals dat heet, uitgangspunt. Exoten, soorten die hier van nature niet voorkomen, moeten helemaal worden uitgeroeid, staat in beide plannen.

De verschillen tussen beide zitten vooral in de opvang van winterganzen. Er is brede overeenstemming dat Nederland een internationale verplichting heeft ten aanzien van overwinterende ganzen. Die horen hier. Maar over de manier waarop dat moet gebeuren verschillen de meningen.

De provincies willen af van het huidige beleid met speciale opvanggebieden, waar boeren een beheersvergoeding krijgen als ze ganzen herbergen. Zij willen ook een verlaging van de schadevergoedingen. De G7 houdt vast aan de opvanggebieden, maar wil die wel effectiever maken.

Het provincieplan scoort, vanuit het perspectief van de overheidsfinanciën, op het eerste gezicht het best. De directe kosten dalen hierbij met 11,5 naar 14,5 miljoen euro in 2018. Het plan van de G7 leidt tot een stijging naar 28 miljoen euro. Er is dus een kloof van bijna 14 miljoen.

Maar die kloof zegt niet alles, Brussel draagt namelijk ook bij, en de G7 weten Brusselse gelden beter te benutten dan het Ipo. Bij de eerste is de Brusselse co-financiering goed voor 6,5 miljoen per jaar. In 2009 was dat nog 4,6 miljoen. Bij het Ipo-plan is geen sprake meer van cofinanciering.

Als ook nog rekening gehouden wordt met belastingen die boeren over vergoedingen moeten betalen, leiden de beide plannen tot even hoge lasten voor de Nederlandse samenleving, aldus het onderzoek. Met als grote verschil dat voor het plan van de G-7 waarschijnlijk veel meer draagvlak is, zowel onder boeren als onder de bevolking. Maar of dat draagvlak voldoende is, is evengoed twijfelachtig. De benodigde massaslachting van ganzen mag de kosten reduceren, maar kan op forse weerstand rekenen.

Ganzen afmaken voorkomt overigens niet alleen schade, maar kost ook wat. Vangen en schieten kost in de eerste jaren 2,3 tot 4,7 miljoen. Het kost daarna één á twee miljoen per jaar om de aantallen op dat lage peil te houden.

 

Bron: Boerderij Vandaag

Of registreer je om te kunnen reageren.