Glas

Achtergrond

Steeds meer grip op belichte paprikateelt

Er valt nog het nodige te leren om een goede belichte paprikateelt neer te zetten. Dit jaar is alweer goede vooruitgang geboekt ten opzichte van knelpunten die in voorgaande jaren een rol speelden. Daglengte, lichtspectrum en rassenkeus blijken daarbij van invloed.

Voortbouwend op leerervaringen uit twee voorgaande proeven (zie kader), wordt bij Delphy Improvement Centre in Bleiswijk verder gewerkt aan het realiseren van een rendabele jaarrond productie van paprika. Dit teeltseizoen is 23 september gestart met een belichte teelt met ras Gina. Dat ras viel vorig jaar positief op in kleinschalige rassenproeven binnen de belichtingsproef. Eerdere jaren werd Mavera gebruikt, maar dit ras toonde onder belichting te weinig groeikracht en stengelstrekking. Dit jaar staat er wel een gewas dat goed werkbaar is. De stengeldichtheid is 7,7 stengels/m2.

Stabiele winterproductie paprika

Al enige jaren voeren onderzoekers bij Delphy IC proeven uit om te komen tot een toekomstbestendige jaarrond paprikateelt met belichting. De uitdaging is om te komen tot een vlakke winterproductie van minimaal 0,7 kilo/m2 door een teeltstrategie waarbij het lichtaanbod in balans is met de plantvraag naar suikers. Een totaalproductie van 40 kilo/m2 zou mogelijk moeten zijn. Verder is voldoende internodie-strekking nodig, wat onder belichting soms moeizaam is. Als uitgangspunt is gekozen voor een twee-stengelsysteem, om controle te houden over de plantbalans en voldoende groeikracht. Een plantdatum rond 20 september maakt een doorgaande productie mogelijk op gangbare onbelichte teelten.

In eerste proeven met het rode ras Mavera bleek toevoeging van 10% verrood licht aan het lichtspectrum niet genoeg voor voldoende internodielengte. Het gewas was daardoor niet goed werkbaar. Verder trad in het voorjaar verval op in fotosynthese en bladkwaliteit. In het tweede jaar werden al enige verbeteringen geboekt door meer (20%) aanvullend verrood licht. Vooral na de winterperiode bleken echter duidelijke verschillen tussen rassen in bladkwaliteit, stengelstrekking en productie. Ook de vruchtdunstrategie bleek van grote invloed op een evenwichtige plantbelasting en plantbalans.

Er wordt belicht met 200 micromol/m2/s led-belichting met een rood-blauw spectrum, aangevuld met 20% verrood. Er zijn zowel lineaire als compacte modules geïnstalleerd. Deze laatste gaan vanwege hun grotere stralingswarmte steeds als eerste uit. Er is voor gekozen om handhaving van voldoende hoge vocht- en CO2-niveaus de voorkeur te geven boven het nog iets extra (langer) gaan belichten. De compacte modules hebben er 2.406 branduren op zitten tot en met week 12, de lineaire 2.806 uren. Waar vorig jaar 18 kuub gas werd verstookt, is dat dit jaar slechts 12 kuub/m2. Boven het gewas liggen drie schermen: een doek om lichtuitstoot tegen te gaan, een energiebesparingsdoek en een diffuus doek om in de zomer zon weg te kunnen schermen. Het energiedoek is 2.270 uur gesloten geweest, wat neerkomt op de helft van de totale teeltduur tot week 13.

Gestrekte plant

In de winter zijn relatief forse etmaaltemperaturen aangehouden, 23 tot 24 graden, om voldoende groeikracht en strekking van de plant te realiseren. Dit werd vooral bereikt met de ventilatietemperatuur. Er werd gelucht op 25 graden, met een lichtverhoging en een lichtsomverhoging.

Bij die strategie bleek de zetting voldoende door te gaan. Er zijn ongeveer vier vruchten/stengel aangehouden. Met de toename van het buitenlicht is dat opgevoerd naar een kleine vijf tot zes paprika’s per stengel (veertig vruchten/m2). In de week met de lichtste vruchten kwam het gemiddeld vruchtgewicht uit op 200 gram, in de week met de hoogste piek wogen ze 230 tot 240 gram per stuk. De vruchten van Gina tonen iets fijner, maar door de dikke vruchtwand komen ze toch goed op gewicht. Het gewas blijft bovenin goed doorzetten, ook waar er lager in het gewas veel vruchten bij elkaar lijken te zitten. Tijdens snijproeven is nog geen binnenrot aangetroffen.

Twee dunstrategieën

Er worden twee dunstrategieën gehanteerd: dunnen op basis van plantbelasting versus het alleen dunnen in de opbouw fase. Tot nu toe zijn daar nog weinig verschillen tussen te zien. Er is al vroeg een eerste vrucht aangehouden om het gewas in balans te houden, die er echter bijtijds groen uit is gehaald om de plantbelasting in de winter niet te hoog te laten oplopen.

De productie ligt iets achter op vorig jaar rond dezelfde datum. Jeroen Zwinkels, teeltadviseur van Delphy: “Maar het gewas staat er veel vitaler op dan vorig jaar. Toen zagen we rond deze tijd een moeizaam strekkend en chlorotisch paprikagewas. Dit jaar staat het er frisgroen en strekkend op. Vanaf nu zullen we daarom een betere productie gaan zien dan vorig jaar.” Onderzoeker Lisanne Helmus-Schuddebeurs vult aan: “Als we zien hoe het nu gaat, lijkt het erop dat we nu een mooi teeltrecept aan het ontwikkelen zijn.” Er wordt dan ook van uitgegaan dat er dicht in de buurt van de voor Gina geprognosticeerde 45 kilo/m2 eindproductie wordt uitgekomen.

Betere bladkleur

Dit jaar tonen de planten naast een goede strekking een betere bladkleur. Alleen 20 tot 30 centimeter onder de kop is nog iets bladvergeling waar te nemen, maar forsere chlorose-problemen zoals vorig jaar blijven uit. Ook dit jaar toont Mavera in een rassenvergelijking binnen de proef weer veel meer chlorose dan Gina. Redwing laat het meest hardgroene blad zien. Er zijn dus weer duidelijke rasverschillen waar te nemen onder het groeilicht, die in de praktijk niet tot uitdrukking komen in onbelichte teelten. Vanaf het begin is als strategie aangehouden om de lampen een half uur voor zononder uit te zetten. In het begin is als maximale belichtingsduur 17,5 uur per dag aangehouden, maar vanaf half januari is dat al snel teruggebracht naar 16 uur per dag.

Tekst gaat verder onder de foto

Klimaatkamerproeven bevestigen het nut van voorzichtig zijn met lange daglengtes. - Foto: Peter Visser
Klimaatkamerproeven bevestigen het nut van voorzichtig zijn met lange daglengtes. - Foto: Peter Visser

Lichtperiode beperken

Uit vorige proeven ontstond de indruk dat, naast rassenkeus, daglengte en spectrum een duidelijke invloed hebben op de internodiestrekking en bladchlorose. Daarom is van 7 december tot 23 maart bij Plant Lighting in Bunnik (U.) een extra proef in kleinschalige klimaatkamers uitgevoerd om die hypothese verder te onderzoeken. Als ras is bewust gekozen voor Mavera, omdat die in eerdere proeven juist problemen had getoond met de internodielengte. Ook is een relatief hoge plantbelasting aangehouden, om eerder effecten te zien.

Twee verschillende maximale lichtperiodes zijn vergeleken: 15 en 18 uur per etmaal. De lampen gingen een half uur voor zonsondergang uit. Daarbij is in de klimaatkamers een praktijk-wintersituatie gesimuleerd door op de achtergrond bij te belichten met een ledspectrum dat daglicht nabootst. De twee daglengtes zijn gecombineerd met vier verschillende kleurspectra. Standaard leds zijn vergeleken met een breed wit ledspectrum, een variant met een beetje verrood erbij (zoals nu ook bij Delphy IC toegepast), en een standaard spectrum waar heel veel (55%) verrood bij zit. Onderzoeker Sander Hoogewoning van Plant Lighting: “Dat laatste is wel een kostbare optie, die vanuit economisch oogpunt niet aantrekkelijk is voor de praktijk.”

Fors verschil in bladkwaliteit, verdamping en opbrengst

In de proef traden forse verschillen op in bladkwaliteit, verdamping en opbrengst. Aan het einde van de teelt bleek de behandeling met standaard leds zonder verrood de meest donkergroene bladeren op te leveren. De 18 uur lichtperiode gaf meer chlorose dan de 15 uur daglengte. Een interessante constatering is dat ook de plantverdamping bij 18 uur daglengte lager is dan bij 15 uur. Het spectrum bleek eveneens van invloed op de plantverdamping. Met wit licht werd tot 2,7 liter/m2/dag verdampt, bijna twee keer zo veel als de 1,4 liter bij standaard leds.

Bij fotosynthesemetingen bleek bij 15 uur per dag belichten de fotosynthese in de kop van de plant steeds net iets hoger uit te komen dan bij 18 uur. De lichtreactie, de omzetting van licht in energie, was echter in beide behandelingen gelijk. Het fotosyntheseverschil werd volledig veroorzaakt door de huidmondjesgeleidbaarheid. Bij 15 uur per dag stonden de huidmondjes verder open dan bij 18 uur per dag. Iets onder de kop werd al een stuk lagere huidmondjesactiviteit gemeten dan bovenin de kop. Bij een breed wit lichtspectrum openen de huidmondjes zich het best. Dit biedt ook een verklaring voor de eerdergenoemde hogere verdamping die werd geconstateerd bij ditzelfde lichtspectrum.

Lengteverschil plant door internodiën

Er traden duidelijke plantlengteverschillen op tussen de verschillende behandelingen. De bladafsplitsing was echter overal hetzelfde, wat in elke behandeling uitkwam op 29 tot 30 internodiën per stengel. De lengteverschillen zijn dus volledig bepaald door de internodielengtes. Het lichtspectrum heeft daarop grote invloed. Internodiën waren erg lang bij planten waar veel verrood was toegediend. Stengellengtes bij standaard leds zonder verrood waren continu lager dan bij de overige behandelingen. De daglengtes hadden geen overtuigend effect op de internodielengte.

Bij 15 uur daglengte was de cumulatieve productie aan rode paprika’s net iets hoger dan bij 18 uur. Bij de eindoogsttelling, inclusief alle onrijpe vruchtstadia, was de kilo-opbrengst in de behandeling met 15 uur per dag belichten voor alle lichtspectra hoger dan bij 18 uur. Het witte lichtspectrum kwam als meest gunstige uit de proef, de standaard leds zonder verrood presteerden het minst.

De totaalconclusie die uit de klimaatkamerproef getrokken kan worden is dat een kortere daglengte van 15 uur beter uitpakt dan 18 uur. Een standaard led zonder verrood presteert het slechtst. Heel veel verrood geeft een overmatige stengelstrekking. Het brede witte lichtspectrum geeft de meest positieve resultaten te zien.

De vraag is hoe op grond van de proefresultaten jaarrond productie van paprika onder belichting goed vorm gegeven kan worden. Hoogewoning: Je kunt de richting op van verbetering via genetica, door te werken aan rassen die het onder verschillende belichtingsomstandigheden beter doen. Je kunt ook gaan zoeken naar een belichtingsstrategie waarbij alle rassen het voldoende goed doen. Of een combinatie van beide toepassen.”

Of registreer je om te kunnen reageren.