844 bekeken

‘Grenzen zoeken tussen wat moet en mogelijk is’

Eind maart start voor Geert Janssen in Blerick het nieuwe venkelseizoen. “In principe gaan op 30 maart de eerste planten de grond in en wordt meteen daarna de eerste venkel ter plaatse gezaaid.”

Het vroegste te planten ras is Solaris in 4-centimeter perspotten en het zaaien verloopt daarna wekelijks tot half juli.” De eerste zaaisels zijn Solaris en Orion; in de zomer zaait hij drie keer Orion en Floro en daarna weer Solaris en Orion. Floro is een ras van Bejo dat weinig schotgevoelig is.” Hij stopt de geplante en de eerste twee zaaisels onder vliesdoek. De plantafstand is 75x15 centimeter en de zaaiafstand 75x11,2 centimeter.

Kunstmest strooien
Aan de grondbewerking is Janssen nog niet toegekomen, vertelt hij op 22 februari. “Waar we de eerste venkel gaan zaaien staat nu nog prei. Normaal geven we vooraf varkensdrijfmest, maar ik weet gezien de stand van de prei niet of we dat bij deze teelt ook gaan redden. De kans op verbranding is te groot als we te kort voor het zaaien nog drijfmest rijden. Ik denk dat we ons gaan concentreren op kunstmest strooien gedurende de teelt.”

Normaal gesproken stemt Janssen zijn bemesting af op de genomen grondmonsters. “Meestal strooien we zo’n 300 kilo kieseriet en 300 kilo patentkali per hectare. Stikstof geven we aan de hand van de uitslagen van de Nitracheck, maar gemiddeld zitten we op drie bemestingen gedurende de teelt met drie keer 300 kilo MAS. Uiteraard nemen we bij de beoordeling van die gift ook de stand van het gewas en het weer in ogenschouw.”

Meer Centium
De onkruidbestrijding voerde Janssen vorig jaar nog uit met 160 milliliter Centium per hectare, maar dit jaar wordt dat 180 milliliter. “Met 160 zit je aan de krappe kant en kun je toch nog in het onkruid schieten. Ik durf naar 180 te gaan, maar dat is op onze grond ook wel het maximum. Je moet de grenzen opzoeken tussen wat moet en wat mogelijk is.”

Of registreer je om te kunnen reageren.