weblog

952 bekeken 1 reactie

Van crowdfunding tot investeringsfondsen

Met de kapitaalvraag van tuinders kan het na de economische crisis twee kanten op. Naar schaalvergroting 2.0, of back to basics.

Hoe gaat het met crowdfunding? Niet zo geweldig als wel eens werd vermoed de laatste jaren. De groei van het aldus door de crowd uitgezette kapitaal was eventjes in procenten heel wat, maar zelfs op het relatief zeer bescheiden niveau van minder dan 100 miljoen in absolute euro’s is ook de groei in procenten danig afgevlakt.

Dan is het door The Greenery aangekondigde investeringsfonds van € 100 tot € 300 miljoen voor alleen maar bedrijven in de voedingstuinbouw alleen al (tot wel drie keer) groter. In hoeverre dat fonds zich op grotere of kleinere investeringsplannen en op grotere of kleinere private investeerders gaat richten is nog onbekend. Maar het roept een wereld op van ‘tuinbouw meets big money’, heel wat anders dan het kleingeld dat in crowdfunding omgaat.

Hoeveel kapitaal hebt ú nodig?

Het vergelijken van die twee zaken lijkt weinig zinvol. Het heeft allebei met het voorschieten van geld te maken, maar de hoop dat geld met wat rendement erbovenop terug te zien wordt op nogal verschillende manieren vormgegeven.

Het grootste verschil is de hoeveelheid geld die de vrager van kapitaal nodig heeft. Hoe meer dat is, hoe strenger de voorwaarden worden en hoe meer rendement er ook zal worden verwacht. Van die sympathieke kleinschalige lokale groente- en fruitinvesterinkjes, dat past beter bij crowdfundingachtige financiering. Het professionele tuinbouwbedrijf, dat zich richt op schaalvergroting, kostenefficiency en grote afnemers staat aan de andere kant van dat spectrum.

Tuindersrendement oninteressant?

Het feit dat de rendementen in de teelt van groente en fruit onzeker zijn en gemiddeld nogal achterbleven bij in andere sectoren, maakte de tuinbouw traditioneel oninteressant voor private investeerders. Er zijn deze eeuw echter een paar dingen veranderd. Voedsel en met name het verlangen van grote economieën naar voedselzekerheid is wereldwijd erkend als een markt met grote gaten erin. En aan de andere kant is een almaar lagere rentestand te zien. Terwijl de economische crisis voorbij lijkt en er daardoor veel geld is, dat zoekt naar rendement.

Zet daar dan weer naast dat de bedrijven in de Nederlandse tuinbouw ook weer aan het groeien zijn, zowel door autonome groei van individuele tuinders als door de eerste fusies tussen teeltbedrijven, en je snapt de gedachte achter dat Greenery-fonds.

Waar voelt u zich thuis?

Het is nu aan de jonge ondernemer in de groente en het fruit om de keuze te maken in welke wereld hij of zij zich het meeste thuis voelt. Hoog rendement hoog risico hoog omzet hoogtechnologisch wereldomspannend? Of ambachtelijk regionaal persoonlijke klantenkring contact met natuur en eigen omgeving? Of is dit een schijntegenstelling en kan in de nieuwe economische werkelijkheid van na de crisis er plaats zijn voor én grote bedrijven én tuinders die op menselijke maat telen, zonder dat die elkaar dwars zitten?

Eén reactie

  • Aart van den Bos

    Een overweging kan zijn om ook eens in het buitenland te kijken. Ook daar zijn fondsen voor die het risico verkleinen. Met de Nederlandse kennis, technologie, ervaring met duurzaam produceren en aanpassingsvermogen is heel veel te doen elders in Europa, maar ook op andere continenten. Het is mooi om te zien dat de VOC mentaliteit nog steeds op sommige ondernemers van toepassing is. Kansen zijn er volop !

Of registreer je om te kunnen reageren.