‘Planten kweken, is risico mijden’

28-02 | Laatste update op 08-07 | |
Marco Vermeulen - Foto: Roel Dijkstra
Marco Vermeulen - Foto: Roel Dijkstra

Plantise is de grootste groenteplantenkweker van Nederland, ontstaan uit een fusie van drie familiebedrijven. Sinds najaar 2020 staat Marco Vermeulen daar aan het roer. Een man van buiten de sector, afkomstig uit de sierteelt, om een nieuwe bedrijfscultuur neer te zetten. Dwars door de gasprijzencrisis heen.

Door de recordhoge prijzen voor gas is een deel van de glastuinders later aan hun teeltseizoen begonnen. Dat heeft de nodige flexibiliteit gevergd bij plantenkwekers. Bestellingen werden gecanceld, al is dat voor vrijwel alle telers neergekomen op uitstel en niet op afstel.

Marco Vermeulen: "De kas is vol, later dan normaal." - Foto: Roel Dijkstra

Marco Vermeulen: “De kas is vol, later dan normaal.” – Foto: Roel Dijkstra

“De afbestellingen kwamen (ver) voor de zaaidatum. We hebben dus nooit planten hoeven te vernietigen”, kijkt Vermeulen terug op de hectiek die afgelopen najaar zich van de gehele glastuinbouw meester maakte. Een hectiek die bij Plantise en andere plantenkwekers aanvankelijk juist noodgedwongen rust bracht, doordat niet alle meters gevuld werden.

Marco Vermeulen

Marco Vermeulen (1967) studeerde elektrotechniek aan de heao in zijn geboortestad Den Haag. Met vervolgopleidingen bij TU Delft, de Nokia International Business School en een studie Bedrijfskunde kwam hij beslagen ten ijs in de sierteelt en dan vooral de afzet, bij onder meer bloemenveiling FloraHolland en handelsbedrijf Dutch Flower Group. In september 2020 maakte hij de overstap naar Plantise, dat een jaar eerder tot stand kwam door de fusie van plantenkwekerij Leo Ammerlaan, de Grow Group en plantenkwekerij Van der Lugt.

“We willen natuurlijk altijd alleen maar groen zien als we onze kassen in kijken. Maar het laatste kwartaal van 2021 zagen we, in wat normaal heel drukke maanden zijn, ook wel wat grijs beton. Daarna werd het juist weer veel drukker. Telers die hun kas helemaal leeg laten liggen, zijn er vrijwel niet. Dus op een gegeven moment kwamen er weer heel veel bestellingen tegelijk.”

Dat botst dan ook weleens.

“Dat vind ik wel een van de charmes van de tuinbouw. Dat we met elkaar op zoek gaan naar oplossingen en die ook vinden. In overleg schuift de ene tuinder een weekje naar voren en de ander een weekje naar achter. Of neemt iemand genoegen met een wat kleiner plantje. Inmiddels zijn we weer over de piek van plantleveringen heen en is er weer meer rust in de planning.”

Hoe zijn jullie zelf door het dure gas geraakt?

“Energiemanagement is nu natuurlijk belangrijker dan ooit. We hebben altijd wel gezorgd voor spreiding in onze inkoop, zodat een deel altijd gedekt is. Als plantenkweker kun je je geen casinomanagement veroorloven. De geluiden zijn wel dat de hoge prijzen langer gaan aanhouden. Daar maak ik me wel zorgen over. Energie-inkoop is nu iets waar we elke dag mee bezig zijn, ook vaak in het directieoverleg.”

We staan aan de vooravond van spannende maanden

Daar worden de plantjes duurder van?

“Je ontkomt er niet aan dat je kostenverhogingen moet doorrekenen. Dat gaat niet alleen over het gas, ook de meststoffen, steenwol potten, grond, stokjes, ik kan niks verzinnen dat goedkoper wordt. Financiering? Zelfs op de geldmarkt gaat de rente nu omhoog.”

Telers klagen altijd dat zij nou net niet de marktmacht hebben om hun kosten door te berekenen.

“Als de supermarkten hun schappen gevuld willen houden met groenten en fruit, dan zullen ze toch moeten bewegen. We staan aan de vooravond van spannende maanden. Iedereen is nu zijn energiekosten aan het voorfinancieren. Dat moet ook terugbetaald worden vanuit de productprijs. Nee, er zijn nog geen faillissementen onder onze klanten, maar dat ligt wel degelijk op de loer voor de telers met dichtgetimmerde contracten met hun afnemers of wanneer men helemaal afhankelijk van daggas is.”

De waardering en steun vanuit politiek en maatschappij is helaas niet optimaal

Bent u de eerste ingewikkelde gesprekken al aan het voeren?

“Nog niet. Kijk, wij bestaan bij de gratie van onze klanten. Als die het moeilijk hebben, dan voelen wij dat direct. De sector heeft gelukkig wel wat vlees op de botten en een sterke belangenbehartiging. Toch zou ik ook wel graag zien dat Den Haag wat positiever kijkt naar onze glastuinbouw. Er zijn niet veel sectoren in Nederland die wereldwijd zo onbetwist de nummer 1 zijn. De waardering en steun vanuit politiek en maatschappij is helaas niet optimaal.”

Wereldwijd nummer 1 zegt u, hoe internationaal zijn de ambities van Plantise?

“Wij halen het gros van onze omzet in Nederland, doen een deel van onze omzet net over de grens en participeren in een aantal deelnemingen in het buitenland.”

Je moet je niet afvragen wie van die oude drie was de beste, maar hoe zijn wij als nieuw bedrijf de beste

Klinkt bijna gezapig. Terwijl een fusie toch meestal genoeg reuring geeft.

“Dat is zo. We zijn van drie bedrijven met allemaal een omzet van circa € 25 miljoen naar één bedrijf met € 80 miljoen omzet gegaan. Van drie generalisten naar een bedrijf dat zich op een aantal disciplines absoluut specialist mag noemen.”

Is een relatieve buitenstaander nodig om dat in goede banen te leiden?

“Je moet je niet afvragen wie van die oude drie was de beste, maar hoe zijn wij als nieuw bedrijf de beste. Dus zetten we alle experts bij elkaar en dagen we ze uit om het samen nog beter te doen. Dat is wat ik graag doe, dat coachen. Daarbij vliegen we wel eens wat uit de bocht, maar dat repareren we dan wel weer met elkaar.”

Risico mijden

Maar in de teelt vliegt juist nooit iets uit de bocht. Vermeulen kenschetst de wereld van de plantenopkweek als een wereld van risico’s mijden.

“We worden als sector uitgangsmaterialen wel in één adem genoemd met de zaadbedrijven, maar ons werk is veel meer vergelijkbaar met dat van de teler. Wij telen een product precies volgens de specificaties van de klant die we al kennen.”

Geen 25% van de omzet in R&D zoals die zaadbedrijven dus?

“Nee, wij volgen wel direct als wat uitgevonden wordt en dat bewezen goed werkt: proven technology. We hebben wel contact met Wageningen en start-ups die daar vandaan komen. Automated en data driven, ja dat gaat komen, maar nu nog niet bij ons. En led daar kijken we ook naar om te zien welke lichtspectra het beste bij welke planten passen.”

Allebei met heel veel passie voor het product, veel personeel met de handjes aan de plantjes

Als Hagenees die na zijn studie elektrotechniek in het Westland kwam wonen, niet in de laatste plaats om zijn passie voor het windsurfen hier alle ruimte te kunnen geven, is hij in de tuinbouw een relatieve buitenstaander.

“Vanuit die technische achtergrond ging ik bij FloraHolland werken. Daarna, bij de Dutch Flower Group, leerde ik de bloemenwereld heel goed kennen. In de bloemen wordt ook heel veel over ontwikkelingen in groenten gesproken, denk maar aan de discussies over de positie van de groenten en de bloemenveiling. Plantise is eerst en vooral groot in groenten. Dat vond ik in een tijd dat voedselvoorziening steeds meer in de picture staat een interessante uitdaging. Tussen groente- en bloementelers als klant, daar is niet zoveel verschil. Het is hetzelfde slag mensen. Allebei met heel veel passie voor het product, veel personeel met de handjes aan de plantjes en ook in contact met de bank en de accountant.”

Inhoudelijk hoef je natuurlijk ook niet alles van de planten en dat opkweken te weten.

“Nee. Ik zie mezelf als de coach van een topteam dat in de Champions League speelt. De coach is niet de beste speler in het veld, maar wel goed in het laten schitteren van die topspelers, met soms een aanwijzing, soms een knuffel, soms een schop onder de kont.”

Virusvrij en insectenvrij leveren, is voor elke plantenkweker dé uitdaging

Champions League?

“Jazeker. Wat wij hier doen is vakmanschap op extreem hoog niveau. Dat geldt trouwens niet alleen voor de plantenkwekers, dat geldt voor de gehele sector. Wij delen onze kennis en kunde ook makkelijk met de klant. Van teler naar teler. Dat kon voor corona ook heel direct. Telers kwamen graag langs om te zien hoe hun planten groeien. Door aanscherping van de teelthygiëneprotocollen ten gevolge van virusdruk was daar overigens al verandering in gekomen. De telers werden en worden steeds meer geïnformeerd met digitale beelden van hun planten.”

Over virus gesproken, schoon werken is in deze sector prioriteit nummer 1.

“Absoluut. Virusvrij en insectenvrij leveren, is voor elke plantenkweker dé uitdaging. Ook met steeds meer beperkingen in het gebruik van precies welke middelen en voedingsstoffen. We gebruiken daarbij onze kennis van onze biotak ook voor onze planten op steenwol.”

Anti-cyclisch

Topprioriteit voor Vermeulen is ook het lichter en aantrekkelijker maken van het werk voor de ruim 200 mensen die bij Plantise werken.

“Met uitzetmachines en meer werk op tafels in plaats van op de grond hebben we het meest belastende werk wel lichter kunnen maken. Dat is ook wel nodig om mensen te kunnen behouden. De druk van de arbeidsmarkt voelen we allemaal. In rustige tijden is de verhouding vast-flex fiftyfifty. In ons hoogseizoen is het wel 1/3-2/3. We werken daarvoor met vaste uitzendbureaus. Dat we veel uitzendkrachten elk jaar zien terugkomen, is wel een teken dat we de arbeidsomstandigheden goed in de hand hebben. Wij hebben ook het voordeel dat wij anti-cyclisch werken. Onze drukke tijd valt buiten het hoogseizoen van de meeste teeltbedrijven.”

van der Scheer
Ton van der Scheer Redacteur
Meer over


Beheer