Doorgaan naar artikel

Nationaal energieplan: andere warmtestrategie in kassen

Aanleg van het warmtenet WarmteLinQ in Rijswijk. Het Nationaal Plan Energiestyeem beschrijft de ontwikkeling van het energiesysteem.  - Foto: ANP

Aanleg van het warmtenet WarmteLinQ in Rijswijk. Het Nationaal Plan Energiestyeem beschrijft de ontwikkeling van het energiesysteem. - Foto: ANP

Voor solitaire glastuinbouwbedrijven en bedrijven in een glasgebied verandert veel aan de warmtestrategie, met regionaal ook bufferkansen. Dat blijkt uit het Nationaal Plan Energiestyeem.

Dit plan van de overheid beschrijft de ‘ontwikkelpaden’ van de ketens van het energiesysteem. Glastuinbouw speelt daar een belangrijke rol in met een enorme verwachte omschakeling naar duurzame warmte.

Sommige warmte-opties komen echter onder druk. Zo kunnen solitaire bedrijven moeilijk aansluiten bij een warmtenet. De optie van biobrandstoffen heeft voor deze bedrijven geen goed toekomstperspectief, blijkt uit het rapport: “De verwachting is dat deze constructie op termijn sterk zal teruglopen door de hoge kosten van dergelijke schaarse bronnen.”

Voor een aanvullende warmtevraag uit de kas (middenlast) is een andere techniek in opkomst, de warmtepompen in combinatie met warmte-koudeopslag (wko). “De verwachting is dat hier een sterke groei zal plaatsvinden en dat deze toepassing de belangrijkste warmtebron zal worden in de sector om op een duurzame manier invulling te geven aan middenlast.”

Nieuwe energiemix voor glastuinbouwbedrijven

In het Nationaal Plan Energiesysteem wordt voor de glastuinbouw een sterke groei van duurzame warmtevoorziening voorzien, van 13 PJ naar 60 PJ in 2040. Glastuinbouwbedrijven zoeken naar een energiemix: een bedrijf in 2040 heeft waarschijnlijk aardwarmte of restwarmte en een warmtepomp en daarnaast voor pieklast ook waterstof, duurzame biogrondstoffen of biogas nodig, staat in het stuk.

De verwachte groei van warmtenetten kan daarop worden afgestemd. Naast netten van middenhoge temperaturen komt na 2030 ook meer ontwikkeling van lage temperratuurnetten tot stand, verwachten de rapporteurs. Daarbij houden zij voor 2040 en 2050 rekening met een glastuinbouwareaal van 9.000 tot 10.000 hectare. Die bovengrens wordt gehaald als door klimaatomstandigheden in andere plekken van Europa productie verdwijnt.

Op deze bedrijven worden de bufferfunctie nog belangrijker wanneer deze op een netwerk zitten. Bedrijven kunnen hun warmtevraag aanpassen op de dag, afhankelijk van de prijs en het aanbod. Zo kunnen zij een rol spelen in een stabielere warmtevraag en -aanbod als daar een prijsprikkel voor komt.

Prijsverschillen per warmtenetwerk

Nederland beschikt over een grote hoeveelheid energie in de vorm van warmte, op verschillende temperaturen. Dat geldt vooral voor Zuid-Holland. Door deze warmtebronnen zoveel mogelijk te benutten in kassen en huizen, kunnen energiedragers die breder inzetbaar zijn, zoals elektriciteit, groen gas en waterstof, elders worden ingezet.

Wel schetsten de rapporteurs een keerzijde aan warmtenetten. De warmteprijs uit deze netten kan per regio verschillen en zo oneerlijke verschillen opleveren. Delen van Zuid-Holland hebben in theorie een overaanbod aan warmte.

Lees meer over het thema energie via GFactueel.nl/energie

Bekijk meer

Delen

Jeroen Verheul
Jeroen Verheul

redacteur

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin