Doorgaan naar artikel

‘Energieconvenant laat nog veel open’

D66'er Jetten, CU'er Adema, CDA'er van Rij, PvdA'er Arends en VVD'er Varekamp luisteren naar Annie Beekenkamp en haar energiemanager Philip van Zanten. - Foto: Ton van der Scheer

D66'er Jetten, CU'er Adema, CDA'er van Rij, PvdA'er Arends en VVD'er Varekamp luisteren naar Annie Beekenkamp en haar energiemanager Philip van Zanten. - Foto: Ton van der Scheer

Het op 30 november ondertekende Energieconvenant Glastuinbouw is vooral een blijk van wederzijds vertrouwen.

In 1993 tekenden de glastuinbouw en het kabinet (toen Lubbers III) het eerste energieconvenant. Het voornemen was toen om in 2000 50% minder energie te gebruiken per kilo product, ten opzichte van 1980. Maar snel daarna ging het vooral over het verminderen van de uitstoot van CO2. Vlak na de millenniumwissel ging Frans Hoogervorst namens LTO Glastuinbouw voorop in de strijd tegen een CO2 plafond voor de glastuinbouw van 7,1 megaton in 2010.

Restemissiedoel

Nu tekent de sector een Energieconvenant met wat heet een ‘restemissiedoel’ van 4,3 tot 4,8 megaton CO2-equivalenten in 2030. In de vorige meerjarenafspraak was dat doel nog 5,3 megaton. “Het definitieve restemissiedoel wordt in het voorjaar van 2023 bepaald, wanneer een aantal nog ontbrekende maatregelen is uitgewerkt”, schrijft Glastuinbouw Nederland in het persbericht bij de ondertekening van gisteren. Sowieso is het hele Energieconvenant nu nog niet publiek, tot de Tweede Kamer er formeel over is geïnformeerd.

Van de drie aanwezige bewindspersonen klonk staatssecretaris Marnix van Rij nog het strengst

Individueel CO2-sectorsysteem nog in de maak

Ook de belangrijkste beleidsvernieuwing, het per bedrijf meetbaar en afrekenbaar maken van deze CO2-reductie, staat nog in de steigers. Naar verwachting zeker tot 2025 gaat de sector nog door met het collectieve CO2-sectorsysteem. Wel zal sneller duidelijkheid komen over hoe elk bedrijf zijn energiegebruik zal moeten gaan rapporteren en hoe vervolgens een overschrijding van het eigen CO2-plafond wordt berekend en hoe hoog dan de eventuele heffing zal zijn.

‘Fiscaliteit soms wortel soms stok’

Van de drie gisteren aanwezige bewindspersonen klonk staatssecretaris Marnix van Rij nog het strengst. “Een convenant kun je alleen maar sluiten op basis van wederzijds vertrouwen”, stelde hij. Met andere woorden, het kabinet vertrouwt de sector en de ambitie om versneld fossiele energie af te bouwen. Maar dan moet de sector ook het kabinet vertrouwen dat het ‘fiscaliteit soms als wortel en soms als stok’ gebruikt en ook wéét wanneer het ene en wanneer het andere middel te gebruiken.

Niet hakken in het zand en dreigen niet te tekenen

De bewindsmannen van Financiën, EZK en LNV zijn zich er alle drie nu terdege van bewust dat dat voor de glastuinbouw met het ophogen van de ODE in 2019 faliekant misging. Dat alleen al is winst, die is toe te schrijven aan het ook al sinds 2019 gevoerde overleg tot aan dit Energieconvenant. Dit convenant en de doelen en middelen continu bij te slijpen, is de sector dan ook genoeg waard om het niet te hard te willen spelen. Liever toch weer de rol op te pakken van voorloper en rolmodel voor álle Nederlandse bedrijfssectoren, dan de hakken in het zand om voor de korte termijn nog wat meer bedrijfssteun uit de brand te slepen.

Beheer
WP Admin