Doorgaan naar artikel

Zorg om arbeidsmigranten van steeds verder weg

Een groeiend aantal arbeidsmigranten van buiten de EU werkt via detachering op Nederlandse bedrijven, ook in de tuinbouw. Risico en vermoeden van uitbuiting liggen daarbij op de loer, volgens de Adviesraad Migratie. Maar de arresten van het Europees Hof staan meer toe dan uit het laatste rapport van de adviesraad naar voren komt.

Doorgedetacheerde aspergestekers of tomatenplukkers uit Moldavië of Kirgizië, dat is niet waar de Europese detacheringsrichtlijn voor bedoeld is. Dat is kort en goed het oordeel van voorzitter Monique Kremer van de Adviesraad Migratie over de misschien wel meer dan 100.000 gedetacheerde arbeidsmigranten van binnen én buiten de Europese Unie in laagbetaalde banen in bouw, industrie en de agrarische sector. ‘Concurrentiedetachering.’

Demissionair minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) tijdens de presentatie van het adviesrapport over arbeidsmigratie. Foto: ANP/SEM VAN DER WAL Demissionair minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) tijdens de presentatie van het adviesrapport over arbeidsmigratie. Foto: ANP/SEM VAN DER WAL

Kremer overhandigde op 13 maart in Den Haag het rapport Geen derderangsburgers aan demissionair minister Karien van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Beiden legden bij de presentatie van dit rapport de nadruk op hoe het mis kan lopen bij het via via doordetacheren van derdelanders.

“Te vaak op een manier die Nederland onwaardig is”, aldus de minister. “Werkgevers die de randen van de wet opzoeken en eroverheen gaan.” “Stapelbedden.” “Duidelijke onderbetaling.” “Ook een heleboel die het wel fatsoenlijk doen, maar veel te veel die dat niet doen.” “Geen bed, geen business!”

‘Gewone’ arbeidsmigranten

De titel van dit rapport zinspeelt op het rapport van het Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, beter bekend als de commissie-Roemer. Geen tweederangsburgers heette dat en het was niet mals over hoe werkgevers in Nederland omgaan met ‘gewone’ arbeidsmigranten uit Polen, Roemenië, Bulgarije en andere EU-landen. Minister Van Gennip benadrukte op 13 maart nog maar eens: “We voeren ‘Roemer’ uit, onverkort en met urgentie.”

Dat wil zeggen dat per 1 januari 2026 elk bedrijf dat personeel uitleent een wettelijk verplichte toelating moet hebben – en ook dat een inlener die zakendoet met een bureau dat géén toelating heeft, strafbaar zal zijn. Ook zal zich het net sluiten rond werkgevers, die hun arbeidsmigranten niet goed (laten) huisvesten. En tevens wordt met Haagse haast werk gemaakt van een waterdichte registratie van elke arbeidsmigrant die binnenkomt, met naam, adres en alle contactgegevens om met hem of haar te kunnen communiceren over hun rechten en plichten.

Kwart eeuw zelfregulering

Allemaal maatregelen die een antwoord zijn op een kwart eeuw zelfregulering: uitleners en inleners van flexibele arbeid zouden er op de vrije markt zelf wel uitkomen. Het zijn echter niet in de laatste plaats de werkgeversorganisaties geweest die klaagden over de wildgroei die het gevolg was. De registers die LTO aanlegde met vrijwillig gecertificeerde bureaus bevatten honderden namen. Tegelijkertijd schatten LTO, bijgevallen door de uitzendbonden, het aantal malafide bureautjes op meer dan 10.000.

En met het vrij verkeer van mensen en diensten door heel de EU, is het aantal bureautjes dat voor Nederlandse opdrachtgevers met nog goedkopere oplossingen voor hun flexibele arbeidsvraag komt alleen maar groter geworden. Het doordetacheren van derdelanders is zo’n oplossing. Doordat ze in eigen land zijn verzekerd voor ziekte, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid en pensioen, zijn deze arbeidsmigranten van buiten de EU 10 tot wel 40% goedkoper dan een werknemer voor wie Nederlandse sociale premies moeten worden afgedragen.

Die schatting komt uit de mond van directeur Rits de Boer van de Nederlandse Arbeidsinspectie. Ook hij sprak op 13 maart in Den Haag. De Boer stelt dat zijn inspecteurs samen met collega’s uit andere EU-landen en de European Labour Authority in Slowakije veel tijd kwijt zijn in het doorprikken van detacheringsconstructies langs drie of meer landen.

‘Misbruik van de detacheringsrichtlijn met handhaving aanpakken? Sweet dreams!’

Volgens de detacheringsrichtlijn moet een Pools of Bulgaars uitzendbureau substantiële activiteit in eigen land hebben – dus niet alleen maar als doorgeefluik fungeren. En de derdelanders moeten ook echt in dat EU-land zijn geweest en daar voor dat bedrijf hebben gewerkt. Om aan te tonen dat dat niet het geval is, is een enorm arbeidsintensieve klus. De Arbeidsinspectie kreeg er speciaal voor het grensoverschrijdend toezicht negentig fte’s bij, maar daarmee zijn we er niet, aldus De Boer. “Tegen de mensen die stellen dat je misbruik van de detacheringsrichtlijn met handhaving kunt aanpakken, zeg ik: Sweet dreams!”

‘Kijk naar EU-arresten’

David Wernsing van advocatenkantoor Maes Law zet wel vraagtekens bij het vereenzelvigen van de misstanden met de detachering, zoals het nu wordt gepresenteerd. “Er is een hele reeks arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waaruit blijkt dat er heel wat meer werk onder de detacheringsrichtlijn mag vallen dan het aannemen van werk in de haven voor het in elkaar lassen van vijftig opslagtanks, of werk binnen verschillende vestigingen van een multinational. Ook (arbeidsintensief) uitzendwerk valt daaronder, zoals in het Essent-arrest van 2014 is bepaald.”

Die Europese jurisprudentie komt doorgaans voort uit boetezaken. Is een werkgever het niet eens met een boete die door bijvoorbeeld de Nederlandse Arbeidsinspectie is uitgedeeld, dan kan dat tot aan het Europese Hof komen. In het geval van dat Essent-arrest verwees de Raad van State de zaak door naar dat Europese Hof. En dat maakte duidelijk dat Nederland niet nogmaals een tewerkstellingsvergunning mag eisen voor bijvoorbeeld een medewerker van buiten EU, die legaal in een EU-land verblijft en bij een bedrijf daar werkt, en die dan door dat bedrijf naar Nederland wordt gedetacheerd.

Detachering en A1-verklaringen

Advocaat Wernsing ziet ook dat er steeds meer met detachering en A1-verklaringen wordt gewerkt. “Maar kijk ook goed waarom er zoveel Poolse en Litouwse bureaus zijn die mensen van buiten de EU detacheren naar Nederland. Zeker voordat de stroom aan Oekraïense vluchtelingen op gang kwam, was de arbeidsmarkt in heel de EU enorm krap. Nederlandse bedrijven zoeken eerst in eigen land. En kijken dan naar Polen. Maar op een gegeven moment konden de uitzendbureaus daar ook geen Poolse werkers meer vinden. Dus die gingen buiten de EU kijken.”

Dat kan in theorie een Nederlands teeltbedrijf zelf ook. Maar de ervaring is dat de gang via de Wet arbeid vreemdelingen naar een Nederlandse tewerkstellingsvergunning voor bijvoorbeeld aspergestekers uit Moldavië zeer lang en zeer onzeker, zo niet kansloos is. In 2022 werden langs deze weg 4.000 tewerkstellingsvergunningen afgegeven, waarbij verlengingen van de geldigheidsduur ook worden meegeteld. Maar gezien de strenge regels over voorrang genietend arbeidsaanbod in eigen land en in heel de EU, gaat dat niet over het soort vacatures die de 22.400 gedetacheerde arbeidsmigranten zijn komen invullen in de tuinbouw, de industrie en de bouw, aldus adviesraadvoorzitter Kremer.

Wernsing vermoedt dat Kremer dat juist inschat: “De Wav zit inderdaad potdicht. En Nederland heeft niet zoals Duitsland een vakkrachtenregeling voor bijvoorbeeld lassers, of behalve een beperkte seizoensarbeid regeling, voor het specifieke werk op de tuinbouwbedrijven. Maar als je extra eisen aan detachering hangt en geen alternatief biedt met zo’n vakkrachtenregeling, dan zeg je als Nederland in feite: stop maar met je bedrijf en je sector.”

Pittige aanbevelingen

De aanbevelingen in het rapport van de Adviesraad Migratie aan de minister zijn pittig. Flexibele arbeidsovereenkomsten zouden voor sectoren waar veel misstanden voorkomen verboden moeten worden. Als voorbeeld haalt Monique Kremer de vleesverwerkende industrie in Duitsland aan, waar bedrijven alleen maar medewerkers direct en vast in dienst mogen hebben. Er moeten veel hogere boetes komen voor malafide werkgevers, met ruimere ketenaansprakelijkheid naar inleners voor alle arbeidsvoorwaarden.

Minister Van Gennip liet weten de laatste aanbeveling, betere afspraken binnen de EU over misbruik van de dectacheringsrichtlijn, al veelvuldig te hebben aangekaart. Het gesprek binnen de EU en met European Labour Authority over het gelijktrekken van nu nog verschillende interpretaties van de richtlijn wordt steeds serieuzer gevoerd, aldus de minister.

Bekijk meer

Share this

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin