Doorgaan naar artikel

Zo werken zes telers naar chemievrije substraatteelt

Chemievrije substraatteelt premium

Met onder andere vanglinten werken telers aan chemievrije substraatteelt. - Foto: Peter Visser

De Nederlandse glasgroentetelers starten gezamenlijk teeltprogramma 100% groen. Doel: over drie jaar recepten voor chemievrije substraatteelt van tomaat, paprika en komkommer. De vijf telersverenigingen en een aantal grote toeleverende bedrijven doen mee. “Als we dit kraken, hebben we heel wat in handen.”

De vijf afzetorganisaties in de Federatie Vruchtgroenteorganisaties (FVO) trappen dit teeltseizoen af met het programma 100% groen. Het is een pilot, maar op commerciële schaal: zes teeltbedrijven gaan aan de slag met chemievrije substraatteelt in kassen van 3 tot 5 hectare.

In FVO zijn Harvest House, Oxin Growers, Growers United, The Greenery en ZON verenigd. Daaronder hangt meer dan 90% van de Nederlandse glasgroenteteelt. Met 100% groen geven de telers zich drie jaar de tijd om chemische gewasbeschermingsmiddelen te vervangen door laag-risico werkzame stoffen, micro-organismen, feromonen, plantaardige extracten en natuur-identieke stoffen.

Naast de 6 pilots loopt er via ZON een paprikaproef bij Botany in Horst.

Spreiding van risico’s van grote praktijkproef

De experimenterende telers gaan kennis toepassen die al op de plank ligt bij onderzoeksinstellingen als Wageningen University & Research. Voor de belichte en onbelichte teelten van de drie hoofdgewassen (en aubergine) moet zo de chemiedruk omlaag, idealiter tot nul. De financiële risico’s van zulke grote praktijkproeven worden gezamenlijk gedragen, teeltmanagement hoeft dus niet veilige paden te volgen.

Het programma lijkt op een challenge, waarbij een grote groep bedrijven een uitdaging aangaat. Naast de afzetorganisaties doen toeleveranciers Rijk Zwaan en Van der Knaap mee, net als Hoogendoorn, LetsGrow, Van Iperen en Koppert biological systems. Databedrijf LetsGrow kan de teeltrecepten mogelijk omzetten in geautomatiseerde managementsystemen.

Lees ook: Afzetpartijen glasgroente willen doorbraak in energie en middelen

Niet strijden voor middelen, maar werken aan nieuw systeem

Anderhalf jaar geleden is de eerste stap gezet om sneller naar chemievrij telen te komen, zegt Jelte van Kammen, algemeen directeur van Harvest House. “We keken te lang op de klassieke manier naar het probleem. We wilden met lobby zorgen voor een volle medicijnkast, maar het was Anneke van der Kamp van Rijk Zwaan die ons overtuigde dat de wedstrijd in Europa allang gespeeld is. Als hightech cluster glastuinbouw moesten we durven experimenteren en tot een nieuw teeltsysteem komen.”

Volgens Ton van Dalen, directeur van Oxin Growers, signaleren de afzetorganisaties al langer dat de maatschappij anders kijkt naar het gebruik van de klassieke middelen dan teelt. Er is ook een stok achter de deur. Als in 2027 strenge waternormen gaan gelden, is chemievrije substraatteelt ook een passende manier om als sector de zaken op orde te hebben.

Financiering aanvragen via SIG&F en Nationaal Groeifonds

De vijf aangesloten afzetorganisaties zijn allemaal erkende afzetorganisaties voor het Europese subsidiestelsel SIG&F. Zij hebben het in het jaarprogramma voor 2024 opgenomen. “We hebben wel voorzichtig positieve geluiden gehoord dat het wordt toegekend”, zegt Van Kammen.

Deze zes pilottelers zijn ambassadeurs

Om echt op te schalen wil het consortium een financieringsaanvraag doen bij het Nationaal Groeifonds. Het programma 100% groen past namelijk prima in het overheidsprogramma Weerbaar telen. En FVO verwacht een proces van trial-and-error, dus met vervolgonderzoeken. De gewascommissies van Glastuinbouw Nederland zijn aangesloten om eventueel onderzoeksopdrachten te schrijven. Dat gaat in een open sfeer. Van Dalen: “Deze zes pilottelers zijn ambassadeurs. De kennis wordt breed gedeeld, dus bij alle afzetorganisaties.”

De afzetorganisaties geloven dat het loont om als sector vooruit te lopen. De ontwikkeling van de Hortifootprint lijkt dat te bevestigen. Nederland werkte aan deze registratiewijze van milieu-impact. De Europese Commissie heeft deze daarna overgenomen.

Chemievrije substraatteelt biedt afzetkansen

Als de sector de doorbraak realiseert met de chemievrije teelt, doemen kansen op aan de afzetkant. Het geeft een nieuwe dimensie aan de meerprijsdiscussie rond bestaande teeltsystemen als PlanetProof en het door supermarktorganisatie CBL omarmde Beter Voor van Albert Heijn. Van Kammen vindt die meerprijsdicussie voor 100% groen te vroeg. “Iedereen begint inderdaad over hoe we dit uit de markt halen, maar dan heb je niet de energie om dit te realiseren. Laat ons een beetje naïef zijn, als Don Quichot. De eerste reactie van telers was ook: ‘Zitten jullie op een roze wolk of zo?’ Toch zijn ze het gaan inzien en is er een positieve sfeer gaan ontstaan om het project.”

Het is ook nog niet gezegd dat chemievrij telen tot een hogere kostprijs leidt. Bij afzetorganisatie Growers United zijn drie telers op eigen initiatief al zover gekomen dat ze groen telen. Dat gaat wel met hogere kosten. Van Dalen stelt daarnaast: “Chemievrij telen levert inkoopvoorrang op bij afnemers door de lagere footprint. Dat is ook van waarde voor bedrijven. Als we dit kraken, hebben we heel wat in handen.”

Foto: Peter Visser
Teeltdeskundige Erik Zwinkels (links) en locatiemanager Rob Pennings van tomatenbedrijf Bryte, een van de zes teeltbedrijven die meedoen aan 100% groen. – Foto: Peter Visser

Deelnemend tomatenbedrijf Bryte over plagen en schimmels

Dan de praktijk. Tomatenbedrijf Bryte is een van de zes teeltbedrijven die meedoen. De aanpak met biologie is al vergevorderd, maar enkele plagen en ook schimmelziektes, zijn kritiek voor het kunnen maken van die laatste stap.

“In de basis hebben we nu al relatief schone teelten”, zegt locatiemanager Rob Pennings van het bedrijf dat is aangesloten bij Growers United. “Chemie gebruiken we alleen als uiterste correctiemiddel.” In hoeverre een echt 100% groene aanpak succesvol zal worden, hangt af van verschillende omstandigheden. Grootste boosdoeners die het hele biologiesysteem overhoop kunnen gooien, omdat daartegen breedwerkende middelen ingezet moeten worden, zijn Tuta absoluta en nesidiocoris. Ook daartegen beschikbare groene middelen op Neem-basis brengen het plaagbeheersingssysteem uit balans.

We zullen meer vooruit moeten gaan kijken, waar we nu toch nog best veel gericht zijn op repareren

Mentaliteitsverandering nodig

Ook voor de overige plagen wordt een verdere mentaliteitsverandering gevraagd. Teeltdeskundige Erik Zwinkels van Bryte: “We zullen meer vooruit moeten gaan kijken, waar we nu toch nog best veel gericht zijn op repareren. Dat betekent extra beestjes inzetten en meer preventief inzetten. Verder is de aanpak tot nu toe met name gericht op een kosten-batenverhaal. Naar de toekomst toe is dat niet meer vol te houden.”

Een geslaagde plaagbeheersing is niet alleen afhankelijk van de individuele bedrijfsstrategie. “De omgeving speelt ook een rol. Als de buurman problemen heeft of zijn gewas gaat ruimen, en de kassen grenzen aan elkaar, dan heeft dat invloed op je eigen bedrijf.”

De veredeling zal eveneens een stap moeten gaan bijdragen aan de totale oplossing

Plagen goed blijven beheersen is dus lastig. Schimmelziektes vormen een tweede groot probleem voor de plantgezondheid. Correctie is daar chemisch vaak al lastig, biologisch is dat helemaal het geval. En het aantal toelatingen is heel beperkt. Pennings: “Ook hier zullen we moeten gaan kijken wat we meer preventief kunnen doen.” Er zullen groene middelen als Serenade gebruikt worden om preventief schimmels te bestrijden. En Karma om de sporendruk lager te houden.

Ras met open gewas belangrijker

Zwinkels: “Het belang van een ras met een open gewas, dat makkelijk doordringbaar is, zal ook steeds meer gaan spelen. De veredeling zal eveneens een stap moeten gaan bijdragen aan de totale oplossing.” De stand van het gewas bepaalt mede hoe gevoelig een gewas voor ziektes is. Pennings: “In augustus, als het warm en donker is, is een plant niet erg weerbaar meer.”

En een schimmel is er ineens. “Daar kun je niet zeggen, zoals bij een plaag die toeneemt: ‘Er zitten preventief al bestrijders die het gaan aanpakken, dus hoef ik mij geen zorgen te maken’.”

Zonder curatieve chemische oplossingen worden steeds meer aspecten, ook kleinere, belangrijk. “Zo is een lekplek van drainwater of condenswater van het dek uit den boze met het oog op schimmels. Je zult moeten zorgen dat zulke lekkages niet gebeuren.” Telers zullen veel alerter moeten worden op dergelijke gevaren, om ziekteaantastingen te voorkomen. “Maar je houdt natuurlijk altijd een onzekerheidsfactor.”

Wat betekent chemievrije substraatteelt voor de kostprijs?

Naast technische mogelijkheden is een belangrijk aspect wat de projectaanpak gaat kosten. Zwinkels: “Het is al wel zeker dat het altijd duurder zal worden dan een standaard teelt. Maar misschien kunnen we straks ook extra maatregelen wegstrepen, omdat ze toch niet nodig blijken te zijn.” En een goed biologisch systeem hebben, geeft ook rust. Dat mag ook iets kosten.

Meer biologie uitzetten

Tijdens het project zal ervaren gaan worden wat er wel of niet mogelijk is. Als basis is bij Bryte al wel een plan opgesteld, waarbij onder andere iets meer biologie zal worden uitgezet. Zoals drie in plaats van de gebruikelijk twee macrolophussen per vierkante meter. Deze roofwants is en blijft de basis van de biologische bestrijding in de tomatenteelt. Bijvoeren was al gebruikelijk. Pennings: “Maar waar we normaal vooral artemia-eitjes gebruikten, gaan we nu omschakelen naar meer bijvoeren met ephestia. Die doet het beter, maar is wel een stuk duurder.”

Ook het aantal sluipwespen gaat flink omhoog. “En rond mei gaan we preventief phytoseiulus uitzetten tegen spint, waar we dat tot nu toe alleen deden als je spint had gezien.” Het is afwachten of de eerste beginnende spintplekjes door de phyto gevonden kunnen worden voordat ze in aantallen groot genoeg zijn om met het oog waargenomen te worden.

Aan mineervlieg is al jaren niets meer gedaan met biologie. “Je redde het wel met macrolophus en een bespuiting als het uit de hand liep. Maar als dat laatste niet meer kan, zul je ook tegen mineervlieg beestjes moeten gaan uitzetten.” Verder wordt eens in de drie weken bacillus ingezet tegen rupsen. Ook gaan de zwavelverdampers ook weer aan. “En we gaan graanpollen met luis inzetten.”

Vanglinten en en vangplaten

Als een van de basismaatregelen zijn meer vanglinten in de kas getrokken. Een effectieve plaagbeheersing zal sterk neerkomen op het actief en veel scouten. Ook buiten de kas. Zwinkels: “We hadden altijd al veel vangplaten ten opzichte van veel collega’s. Want 25 vangplaten per hectare is stevig.” Voorheen werd vooral witte vlieg geteld. Nu komen daar bijvoorbeeld deltavallen bij, om motjes te tellen en sneller te kunnen reageren op invlieg.

Medeauteur: Peter Visser

Delen

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin