Vorst leidt vrijwel zeker tot schade

16-02-2012 | Laatste update op 08-06 | |
Vorst leidt vrijwel zeker tot schade

Nu de vorst is geweken, is het afwachten hoe groot de schade is aan de fruitbomen. Waar het kouder is geweest dan – 20 °C, is vooral peer ernstig getroffen.

Een gewone productie is in theorie in de meeste gevallen nog mogelijk, maar dan moet vanaf nu wel alles meezitten. De kans op een oogstreductie lijkt groter, terwijl de prijzen nu ook al onder de maat zijn.

Hoe zouden de bomen deze strenge vorst doorstaan? Deze vraag speelde menig fruitteler in Flevoland al door het hoofd in het weekend van 4 en 5 februari. In de nacht van vrijdag op zaterdag daalde het kwik in de weerhut tot -23 °C. Dat was te danken aan de verse laag sneeuw, dat de dag ervoor viel. Net boven de sneeuw zal het nog enkele graden kouder zijn geweest. Ook overdag bleef het streng vriezen.
Vooral in dit gebied doemde de vergelijking op met 2005. Toen daalde het kwik op 4 maart in de Noordoostpolder eveneens tot deze waarden boven een laag sneeuw. Naar aanleiding van de schade in onder andere dit gebied is in 2008 een verzekering hiertegen van de grond gekomen. Veel telers hebben zich voor vijf jaar verzekerd om voor een tegemoetkoming van de schade uit 2005 in aanmerking te komen. Maar door de nog lage dekkingsgraad is het nog onzeker in welke mate eventuele schade nu wordt vergoed.
De minimumtemperaturen van 4 februari laten duidelijk zien welke gebieden het meest te lijden hebben gehad van de zeer strenge vorst. Alsof de koude lucht in de windstille nacht is weggezakt in de diepst gelegen provincie, zijn de minimumtemperaturen daar met -22,8 en -22,9  °C veruit het laagst. Maar ook de minimumtemperaturen in het fruitteeltgebied van West-Friesland wijken daar nauwelijks van af.
Voor het herstel is het een pluspunt dat de temperaturen vorige week ruimschoots onder 10 °C bleven. Dat geeft de beschadigde knoppen meer kans op herstel dan wanneer de temperaturen meteen flink stijgen. Deze gematigde temperaturen dragen ook nog bij aan de opbouw van de benodigde koude uren. Want daarover was menig fruitteler in januari nog het meest bezorgd.

Ongelukkige aanloop
Uit West-Friesland komen dan ook verontrustende berichten over de schade bij peer, veruit het belangrijkste fruitgewas in dit gebied. Maar hoewel in Flevoland relatief meer appels worden geteeld, lijkt de schade aan peer er niet minder om. Tot 60% van de gemengde knoppen is bruin tot zwart verkleurd. In het laatste geval komen daar geen bloemen meer uit. Ook uit relatief koude hoeken elders in het land worden zulke schades gemeld.
Bij appel lijkt de schade minder groot. Mits in de herfst voldoende afgehard, zouden beide soorten de bereikte temperaturen gemakkelijk moeten kunnen doorstaan. Maar dat is achteraf gezien wellicht onvoldoende gebeurd in het kwakkelende winterweer van december en januari. Ook de grote oogst van vorig jaar en de incidentele aantasting van perenbladvlo dragen allerminst bij aan een sterke knop.
Bij pruim en kers is het beeld divers. Het lijkt erop dat de schade groter is naarmate het betreffende ras vroeger bloeit. Meer nog dan bij appel en peer lopen de oogst- en bloeitijden van het sortiment verder uiteen. Bij een vroeg kersenras als Samba of een zeer vroege bloeier als het pruimenras Avalon lijkt de schade aan de knoppen groter dan bijvoorbeeld bij Regina of Reine Victoria.
Op langere termijn is de schade in het hout zeker zo belangrijk. Naast bevroren knoppen worden ook bruinverkleurde vaatbundels waargenomen. De schade na de wintervorst van 1985/1986 laat zien dat dit als littekens de hele levensduur in de boom zichtbaar blijft. In 2005 was dit bij peren ook zichtbaar net boven de sneeuwgrens. Toch hebben zulke bomen de afgelopen jaren normaal geproduceerd.
Het is afwachten groot de schade per bedrijf uiteindelijk uitvalt. Peren en kersen zetten naar verhouding moeilijker dan appels en pruimen. In theorie kunnen weinig bloemen dan nog wel een goede oogst geven, maar dan moeten alle omstandigheden ook meezitten. Daarnaast speelt nog de meerjarige schade, vooral bij jonge bomen en op de vruchtboomkwekerij.
Voor het herstel is het een pluspunt dat de temperaturen vorige week ruimschoots onder 10 °C bleven. Dat geeft de beschadigde knoppen meer kans op herstel dan wanneer de temperaturen meteen flink stijgen. Deze gematigde temperaturen dragen ook nog bij aan de opbouw van de benodigde koude uren. Want daarover was menig fruitteler in januari nog het meest bezorgd.

Bron: Groenten & Fruit – Auteur: Anton Oostveen

Oostveen
Anton Oostveen freelance fruitteeltjournalist


Beheer