Doorgaan naar artikel

Tussen landschapspijn en knuffeltuinders

Tussen landschapspijn en knuffeltuinders premium

Tussen landschapspijn en knuffeltuinders

De muur tussen boer en burger is nog net zo hoog als in de Middeleeuwen. Maar nu delft de boer het onderspit, alleen al door het enorme numerieke meerderheid van de burger.

Leiden is in aanloop naar de jaarlijkse viering van Leids Ontzet. In 1574 verschansten de Leienaren zich achter hun stadsmuren om te voorkomen dat de Spanjaarden moordend, rovend en brandschattend binnen zouden komen.

De boeren aan de andere kant van die stadsmuren waren allang de pineut. Hun oogsten waren geroofd, hun boerderijen lagen in puin en als de boeren, hun vrouwen en hun kinderen nog leefden dan was dat in doffe ellende.

Haat-liefde verhouding boeren en burgers

Het lot van burgers en boeren (en tuinders) loopt zelden parallel. De boer zorgde en zorgt voor de voedselvoorziening van de burger. Die afhankelijkheid zorgt al sinds het ontstaan van de eerste steden voor een haat-liefdeverhouding die soms bepaald grimmig uit kon pakken. Was er voedselschaarste, dan kon de profiterende boer rekenen op scheve ogen. Nog in en vlak na de Tweede Wereldoorlog was dat zo. Maar de laatste decennia profiteert de burger in het rijke Westen van overvloed en heeft de boer het moeilijk om aan de wensen van burger, consument én maatschappij te voldoen.

Dat ook nu de boer en de tuinder soms in een doffe ellende wegzinkt, is de kern van de boodschap die de Belgische boer en schrijver Chris de Stoop onlangs verwoordde voor een gezelschap van Hollandse natuurbeschermende burgers. Die natuurminnende burgerij lijdt volgens het laatste modewoord aan landschapspijn: de tot het uiterste doorgetrokken efficiëntie van het boeren- en tuindersbedrijf levert in Nederland een landschap op dat pijn doet aan ogen en ziel van wie er doorheen loopt of rijdt.

Onder de knoet van de economie

Maar, zo betoogt De Stoop, dat landschap is het gevolg van de knoet der macro-economie waarmee juist die boer er genadeloos van langs krijgt. Ook de boer zelf voelt die landschapspijn en daarbij ook nog eens de economische pijn van nóg niet genoeg overhouden om boven het sociaal minimum uit te komen én de pijn van maatschappelijke onderwaardering of zelfs openlijke veroordeling. Zijn eigen broer, die het ouderlijk bedrijf overnam maar het hoofd niet boven water kon houden, pleegde zelfmoord.

Toch is de tegenstelling boer-burger zo zwart-wit niet. Dat burgers weer willen weten waar hun voedsel vandaan komt, is een veel gehoord lied van verlangen en hoop. Kinderen spelen er een hoofdrol in. Want ach, arme kinderen die opgroeien in betonnen stadswijken en geen idee hebben als hen een hele prei wordt voorgehouden. “Voedselonderwijs voor alle schoolkinderen!” roepen tuinder Rob Baan en topkok Jamie Oliver in koor.

Tussen landschapspijn en knuffeltuinders


Filmpje dat de roep om voedselonderwijs kracht moet bijzetten.

Gevoel van heimwee broeit

Er broeit een gevoel van heimwee naar toen boeren en tuinders nog ambachtelijk bezig waren op kleine bedrijfjes die omringd werden door een rijke boerennatuur en in direct contact stonden met de burger doordat ze wekelijks met hun schuiten de stad in kwamen varen voor de boerenmarkt. Die heimwee wordt gecultiveerd in succesvolle magazines als Landleven en Seasons en veel bekeken tv-programma’s als Boer Zoekt Vrouw en Binnenste Buiten.

In dat laatste programma, elke avond rond 7 uur op NPO2, zag ik laatst een item over een oude groentekwekerij onder de rook van Utrecht. De kas stond al jaren leeg en sloop dreigde, totdat weldenkende en –willende burgers actie ondernamen. De burgers telen er nu zelf hun groente, fruit en bloemen als moestuinders, met raad en daad bijgestaan door de tuindersfamilie die er nu tot in de vijfde generatie tóch voort kan.

Die lieve boer van om de hoek

Het is een voorbeeld van de knuffeltuinder en de knuffelboer. Kleinschalig, wortelend in oude tradities, nobel naar plant, dier en natuur als geheel en liefst vergeten groente telend waar de smaak en gezondheid nog niet uit weg veredeld zijn. Biologische streekproducten van om de hoek. Om over stadsland- en tuinbouw nog maar te zwijgen.

Dat deze niche goed is voor slechts enkele procenten van wat er dagelijks aan groente, fruit en andere door boeren en tuinders geteelde gewassen wordt geconsumeerd, dat is een detail waar alleen kniesoren mee aankomen.

Tussen landschapspijn en knuffeltuinders


Een hippe vijfde generatie groentetuinder. – Beeld uit Binnenste Buiten.

Wat vindt u?


 

Delen

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin