Staat verwacht kosten opruimen aardwarmtebron CLG

04-07 | |
Archiefbeeld aardwarmteboring. Foto: Peter Visser
Archiefbeeld aardwarmteboring. Foto: Peter Visser

Kosten die niet uit de boedel van het failliete aardwarmtebedrijf CLG betaald worden, komen voor rekening van de Staat.

Het ziet er naar uit dat de aardwarmteput van geothermiebedrijf CLG moet worden opgeruimd. Het is de verwachting dat de nationale overheid aan de kosten moet bijdragen. Dat is een direct gevolg van een verbod op winnen van aardwarmte in de bron in Horst aan de Maas na het afwijzen van het winningsplan voor aardwarmtebedrijf CLG. Het ministerie besloot dat onzekerheden over bevingsrisico’s te hoog zijn en ging daarmee in tegen forse druk van de sector, provincie Limburg en gemeente Horst aan de Maas.

De huidige regelgeving maakt de landelijke overheid eindverantwoordelijk voor opruimkosten. Als een geothermiebedrijf failliet is, is er nu vaak geen financiële zekerheid gesteld. Als dan ook geen doorstart plaatsvindt en de mijnbouwlocatie opgeruimd moet worden, zullen kosten voor het opruimen van de mijnbouwlocatie worden ingediend bij de curator. “Indien er na verkoop van de boedel nog kosten overblijven dan komen deze kosten voor rekening van de Staat”, schrijft het ministerie in antwoorden op vragen van PVV uit de Eerste Kamer. Die spreekt zich uit over wijziging van de Mijnbouwwet. Hoe hoog de rekening wordt voor CLG is nog niet duidelijk.

EBN draagt straks ook mee in kosten

Het wetsvoorstel voor de nieuwe Mijnbouwwet zorgt ervoor dat straks vooraf wordt getoetst of een geothermiebedrijf voldoende financieel daadkrachtig is om aan zijn opruimverplichtingen te kunnen voldoen. Het wetsvoorstel verplicht ook een deelname van Energiebeheer Nederland (EBN, 100% eigenaar van de Staat) in nieuwe geothermieprojecten. Voor het percentage dat EBN deelneemt, deelt zij niet alleen in de opbrengsten, maar ook in de kosten.

Verheul
Jeroen Verheul redacteur
Meer over

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.



Beheer