‘Spruit Hemira is echt een mooi ding’

16-02-2017 | Laatste update op 29-08 | |
Foto: Joep van der Pal
Foto: Joep van der Pal

Jan Sonneveld leverde maandag 6 februari de laatste gangbaar geteelde spruiten van het seizoen af. Het ras was Albarus.

Die levering was een week later dan hij gepland had; het oponthoud werd met name veroorzaakt door de vorst in januari. “Direct na die vorst ging het regenen, daar was ik blij mee. Door de vrieskou zagen de spruiten eruit alsof ze wat waren uitgedroogd; ze moesten echt opfrissen.” Zijn laatste biologische spruiten oogstte hij al in de tweede week van januari. “Dat was ook wat later dan in voorgaande jaren; het seizoen liep gewoon wat langer door en daarnaast hadden we wat meer oppervlakte.”

Noodgedwongen pauze

Alle grond is inmiddels geploegd. Op de percelen waar de gangbare laatste spruitkool stond, was Sonneveld vorige week dinsdag begonnen met zaaien van zomertarwe. De daaropvolgende dag had hij een noodgedwongen pauze. “Ik moet nog een hectare of 5 doen, maar het heeft gesneeuwd. Dan moet je wegblijven. Wellicht dat het morgen weer beter is”, aldus Sonneveld op woensdag 8 februari.

Iets ruimer planten

De rassen voor het komende seizoen liggen vast, daarbij mikkend op de productie van meer spruiten in de B-sortering. “Zowel voor bio als voor gangbaar. De A-sortering werd dit jaar ook mooi betaald, maar de markt vraagt nu eenmaal hoofdzakelijk B-spruiten.” Voor de latere fijnere rassen is het bovendien de bedoeling iets ruimer te planten. “Dan moet je denken in centimeters; het is dus niet de bedoeling bijvoorbeeld 5 centimeter ruimer te gaan.”

Minder tripsdruk

De gangbare plantingen starten met Abacus en Irene, en daarna het ras Marthe. “Wat gevoeliger voor trips, maar ook een hele goede B-producent. En hij geeft lekkere spruiten”.

Vanwege die tripsgevoeligheid had Sonneveld dit ras het afgelopen jaar niet, om zo ook de inzet van pyrethroïden te beperken. “In de biologische teelt zie je dat de instandhouding van natuurlijke vijanden leidt tot minder druk van trips. Als een behandeling in de gangbare teelt nodig is, ga ik daarom eerst kiezen voor Tracer of Steward. Maar ik houd de pyrethroïden wel achter de hand, voor als het moet.”

Dijk van een spruit

Na Marthe volgen de rassen Staedia, Martinus, Cobelius en Albarus. “We gaan ook wat minder Albarus zetten, ten gunste van het ras Hemira. Ik vind dat een dijk van een spruit, echt een mooi ding. We hadden Hemira ook afgelopen januari tijdens de vorst, deze spruiten waren in de middag het snelst ontdooid. Dat komt natuurlijk vooral door de wat lichtere kleur in vergelijking met een ras als Albarus.”

“In de biologische teelt starten we ook met Marthe, dat wordt een beperkte oppervlakte. Het leeuwendeel komt voor rekening van de rassen Nautic en Doric. Alle drie de rassen zijn CMS-vrij.”

Auteur: Joost Stallen

Sonneveld
Jan Sonneveld spruitkoolteler


Beheer