‘Planten zijn dol op insectenmest’

02-03 | Laatste update op 08-07 | |
van der Scheer
Ton van der Scheer Redacteur
Voordat mensen ze eten produceren deze sprinkhanen nuttig spul voor in de plantenteelt. - Foto: Harry Stijger
Voordat mensen ze eten produceren deze sprinkhanen nuttig spul voor in de plantenteelt. - Foto: Harry Stijger

De tuinbouw kan zijn voordeel doen met een reststroom uit de insectenhouderij. Meer een voordeeltje, want net als de sector is ook de reststroom ervandaan nog mini.

Het mooie van Wageningen UR is dat de dames en heren onderzoekers zich er bezighouden met zo ongeveer alles wat je je kunt voorstellen rond plant en dier. Die combinatie is goed waar te nemen in wat ze nu weer aan het ontdekken zijn in de insectenkweek.

Deze nieuwe loot aan de land- en tuinbouwtak – eigenlijk nog maar een twijgje – kent ook reststromen. Want net als koeien en varkens brengen ook de diertjes in de insectenhouderij mest voort. En dat niet alleen, ze vervellen ook nogal.

Insectenpoep voor groei en weerstand gewas

Wat blijkt? Wanneer je die vervellingshuidjes en die insectenpoep in de grond werkt en daar een plantengewas op laat groeien, dan is dat reuze bevorderlijk voor de groei en de weerbaarheid van dat gewas. De poep levert de plant stikstof. De velletjes leveren chitine. De microbodemorganismen benutten de stikstof en chitine. Diezelfde bodemorganismen kunnen bij de wortels van planten plagen als ziekteverwekkende schimmels te lijf gaan.

Samenwerking plant en dier

Het persbericht waarin de vakgroep Entomologie van Wageningen UR hierover bericht, ademt een sfeer van optimistische nieuwsgierigheid. Plant en dier die samenwerken. De schepping als een wonderlijk geheel waarin alles met alles samenhangt. Een principe dat wij met circulaire landbouw ook kunnen of zelfs zouden moeten omarmen.

Echter, de Wageningse entomoloog Marcel Dicke schrijft in een recent verschenen opinie in het tijdschrift Trends in Plant Science dat insectenkweek voor menselijke consumptie in het Westen voorlopig nog maar een flinterdunne fractie van onze eiwitinname voor zijn rekening neemt. Met de genoemde veelbelovende reststroom kunnen we dus voorlopig misschien één middelgrote vollegrondsgroenteteler voorzien van deze experimentele bodem- en plantverbeteraar.

Hopen op interessante spin-off

Verbeter de wereld, begin bij één groenteteler? De Wageningse entomologen, bodemkundigen en plantenonderzoekers zijn er weer even mee van de straat. Laat ze maar even. Ook al zal insectenkweek een doodlopend straatje blijken – in een wereld die juist langzaam weg beweegt van dierlijke voedsel – interessante spin-offs van dit onderzoek blijven vast niet uit. Met op termijn vast profijt voor veel meer groente- en fruittelers.



Beheer