Paprika rood

13-04-2011 | |
van Kester
Paprika rood

‘Op één week na, hebben we steeds zetting gehad’

De 8 december geplante Veyron bij Marcel van Kester van Red Energy in Poeldijk staat goed in balans. Met het zonnige weer gaan de zetting en productie goed door, waarbij de kwaliteit ook goed is. “Je zit op 7,5 week te snijden. Dat is gewoon snel. Spider is even wat trager. Daar zit toch wel een weekje tot 10 dagen tussen. Als het zo doorzet, zou Veyron volgens jaar best wel eens het hoofdras kunnen worden.”
In gewasgroei zit er op het bedrijf ook verschil tussen Spider en Veyron. “Veyron is een erg generatief gewasje. Die moet je op groei sturen om hem aan de praat te houden. Spider heeft meer groei en blad. Daar moet je juist meer je best doen om ze te laten zetten.”
Dit heeft ook zijn effect op het gewaswerk. “Bij Veyron moet je uitkijken met toppen, wat arbeidstechnisch fijn is, om voldoende bedekking te houden. Bij Spider heb je daar geen problemen mee.”

Continu zetting
Na de allereerste zetting in week 6 op het derde oksel, is de zetting redelijk constant doorgegaan. “Alleen in week 9 hadden we geen zetting, maar verder elke week.” Dat varieerde van twee vruchten per week tot een week waarin er maximaal 8 stuks werden aangelegd. “Dat is mooi. Ik zit niet te wachten op ineens 17 vruchten zetting per week. Als dit zo doorzet, dan gaan we echt blij worden.” Daarvoor zal de zon dan wel moeten blijven schijnen. “In een eerder jaar hadden we bijvoorbeeld dat rond week 18 ineens ‘het licht uit ging.’ Dan heb je in week 26 ineens geen productie meer.”
Woensdag 6 april zijn de eerste vruchten gesneden. Hij snijdt ongeveer 70 procent als 80-ers en 30 procent als 70-ers. “Voor mij hoeft het niet grover. Er hoeven geen 90-ers bij te zitten die ook nog even in de 80-ers vallen.”

‘Er gaat best gas in’
De temperatuurinstellingen zijn redelijk simpel: een nachttemperatuur van 19 graden Celsius en een dagtemperatuur van 21 graden. “De planten staan er goed bij, dus is er voorlopig ook geen reden om dit te gaan veranderen.”
In de middag mag de temperatuur oplopen. “Maar alleen het laatste stukje van de middag wil ik even een topje van 26 graden hebben, om klimaat te maken en groei te creëren. Maar rond 14.00 uur en 15.00 uur wil ik dat nog niet. Dan mag het hooguit 24 of 25 graden worden. Ik ga dan iets voorzichtiger om met het gewas. Ik zit niet te wachten op brandplekken.”
In de ochtend is het belangrijk om goed op te stoken. “Ondanks het mooie weer gaat er best wel gas in. Je kunt wel alleen vanuit kostprijs denken dat de zon het wel opwarmt. maar dan wordt het gewas wel gevoeliger voor alles. Je moet de plant voldoende actief maken in de ochtend.”

Schermen tegen zon
Het scherm gaat, ook bij veel zon, in principe niet dicht overdag. “Er staat voldoende gewas. Al heeft Veyron net iets minder bladbedekking. Daar wordt het wat eerder twijfelachtig of het nu wel of niet moet. Op 2 april hadden we zo’n dag met veel instraling. Toen was het heel scherp en zakte de luchtvochtigheid weg. Dan wordt het tricky. Toen hebben we het scherm toch eventjes dicht getrokken. Maar tot nu toe is dat de enige dag dat de planten het eventjes moeilijk hadden.”

Eerste spintje
Bij de plagen heeft Van Kerster boterbloemluis gehad. De plaatselijke correcties met een rugketeltje waren op een gegeven moment niet meer afdoende. “We hebben toen Plenum gebruikt, maar dat middel werkt niet meer. Toen is er Pirimor in gegaan. Toen lagen ze wel in één keer op hun rug.”
Tegen rupsen is de eerste keer Runner toegepast. Omdat er daarna nog een paar rupsen zaten, is daarna nog Fame gebruikt. “Afwisseling van middelen is goed.”
In week 15 is ook het eerste spintje waargenomen, die wat begint op te komen. “We hebben toen gelijk Phytoseiulus besteld. Die is uitgezet in de vakken waar we planten met spint hebben gevonden, dus nog niet in de hele tuin.”

Geen Macrolophus
Aan biologie is er verder van alles uitgezet. “Tot degenerans toe, al kom je die op paprikabedrijven niet zo heel veel meer tegen.” Met Macrolophus is hij wel gestopt. “Door het zwavelen krijgt die het heel moeilijk, en komt hij lastig op gang. En bij grote populaties Orius kan deze niet van de Macrolophus afblijven.” Tegen wittevlieg is Macrolophus ook niet meer nodig, sinds de komst van swirskii.

Bron: Groenten & Fruit actueel – Auteur: Peter Visser

Meer over


Beheer