Doorgaan naar artikel

Nieuwe mestmaatregels bekend

Foto: Hans Banus premium

Foto: Hans Banus

Drie mestmaatregels zijn ingegaan per 1 januari: strorijke vaste mest uitrijden mag een maand eerder, drijfmest op bouwland mag pas vanaf 15 maart (met uitzonderingen) en er geldt een verplichte 1:4 rotatie rustgewas op zand en klei.

Met onmiddellijke ingang voert het kabinet drie mestmaatregelen uit het zogeheten zevende actieprogramma nitraatrichtlijn in. Het gaat om verlenging van de uitrijperiode voor strorijke, vaste mest; een latere start van het mestseizoen op bouwland en de verplichte 1:4 teelt van rustgewassen op zand- en lössgrond. Dat maakte minister Piet Adema van LNV bekend. Een aantal andere zaken uit het actieprogramma is nog niet klaar voor invoering en volgt nog.

Strorijke, vaste mest mag vanaf 1 januari

Vaste, storijke mest uitrijden mag nu vanaf 1 januari. Dat is een maand eerder dan tot nu toe. De einddatum van dit uitrijseizoen blijft wel staan op 1 september. De inschatting is dat later uitrijden kans op uitspoeling van stikstof vergroot. Het uitrijseizoen op bouwland is een maand verkort en gaat pas op 15 maart in, en niet meer op 15 februari. Over deze maatregel was veel te doen. Het ministerie wil zo de periode tussen het uitrijden van drijfmest (en vloeibaar zuiveringsslib) en planten, poten of zaaien zo kort mogelijk houden, wat de kans op uitspoelen beperkt.

Uitzonderingen kortere mestseizoen bouwland

Een aantal gewassen is uitgezonderd. De minister noemt:

  • boerenkool
  • aardappelen
  • granen
  • broccoli
  • bloembollen

Deze gewassen mogen ook van 16 februari tot 15 maart bemest worden.

Het moment van inzaaien, poten of planten van gewassen die eerder bemest mogen worden, is vrijgelaten. Telers kunnen zelf beslissen hoe ze het bemesten zo dicht mogelijk op het planten plannen. Wel geldt een meldplicht. Telers moeten zelf aangeven welke grond ze vroeg bemesten en welk (daarvoor aangewezen) gewas daar er komt.

Het uitrijseizoen op bouwland eindigt op 1 augustus, met een aantal uitzonderingen, zoals groenbemesters, winterkoolzaad voor zaadwinning en bloembollen. Daar mag tot 15 september uitgereden worden.

Lees ook: Jaar uitstel voor verplichte bufferstrook en vanggewassen

Verplichte gewasrotatie met rustgewassen op zand en löss

Op alle percelen op zand- en lössgrond geldt met ingang van dit jaar een verplichte 1:4 rotatie met rustgewassen. Dit kan op perceelsniveau door de jaren heen, maar ook door strokenteelt op een perceel.

Vooral telers van zetmeelaardappelen en andere bedrijven met intensieve bouwplannen merken hiervan financiële gevolgen, erkent de minister. Zij moeten een hoogrenderend gewas eens per vier jaar vervangen door een rustgewas dat minder opbrengt.

Gevolg voor vollegrondsgroentetelers minder groot

Volgens LNV is het gevolg voor vollegrondsgroentetelers minder groot. Zij hebben een betere concurrentiepositie op de markt voor ruilgrond waardoor ze beter in staat zullen zijn hun teeltplan aan te houden. Deze rotatieverplichting geldt alleen op zand en löss omdat daar de grootste problemen zijn in verband met het halen van doelen voor Nitraatrichtlijn en Kaderrichtlijn Water.

Rooigewassen staan niet op de lijst met rustgewassen. Het jaar 2023 is referentiejaar voor de telling van het rustgewas. Uiterlijk in 2026 moet op elk perceel een rustgewas geteeld zijn. Er zijn twee uitzonderingen voor de verplichte rotatie: ten eerste langjarige teelten zoals fruit. En ten tweede biologische bedrijven.

Bekijk meer

Delen

Image
Johan Oppewal

chef redactie ondernemen

Gerelateerde artikelen

Beheer
WP Admin